Gastheer van rijke Amerikanen op Tefaf

Tefaf maakt dankbaar gebruik van het netwerk van Michel Witmer. De Amerikaan, die zelf verzamelt, leidt ‘patron-groeps’ rond op de beurs.

Michel Witmer: „Wij Amerikanen verzamelen kunst voor een hoger doel.” Foto Tefaf

‘Als je kunst verzamelt, moet je ook vastgoed verzamelen”, zegt Michel Witmer (52), lid van de board of trustees van Tefaf, met een stralende lach. Het is zijn antwoord op de vraag waar hij woont. De Amerikaan, die zowel kunst verzamelt als erin handelt en optreedt als adviseur voor andere verzamelaars, heeft huizen in New York, Florida, Connecticut en Parijs. Genoeg muren om zijn verzameling 19de-eeuwse en begin 20ste-eeuwse kunst op te hangen.

Maar bij dat beeld, van een verzamelaar die zijn huizen decoreert met kunst, wil hij toch even een kanttekening maken. „Ik verzamel niet alleen kunst voor mezelf”, zegt hij. „Wij Amerikanen verzamelen kunst voor een hoger doel. We kopen kunstwerken die van nut kunnen zijn voor musea waar we een band mee hebben. Dat betekent dat ik geen kunstwerken koop waarvan er al genoeg zijn in musea. Bij elk kunstwerk dat ik aanschaf probeer ik te bedenken in welke collectie het zou passen als ik er niet meer ben. Stel, ik stuit op een prachtige Picasso uit zijn kubistische periode. Dan koop ik het niet, hoe mooi ik het ook vind, want daar zijn er al genoeg van in musea. Maar als het uit een andere periode komt, en ik kan er een lacune mee dichten in een collectie, dan wordt het een andere zaak.”

Het voorbeeld van de Picasso is niet denkbeeldig. Witmer bezit werkelijk schilderijen van deze kunstenaars, naast werk van onder anderen Renoir, Kandinsky, Miró, Chagall en Warhol. „De nadruk ligt op Franse impressionisten”, zegt hij. Maar zijn smaak is breed; hij heeft ook een paar Hollandse meesters.

Witmer is niet alleen verzamelaar maar ook kunstadviseur en handelaar. Hij werkt zowel voor Sotheby’s en Christie’s als voor rijke Amerikaanse Hollywoodsterren. Op internet wemelt het van de foto’s van Amerikaanse society-feestjes waar Witmer poseert te midden van de rich and famous. Dat netwerk maakt hem uitermate geschikt als ambassadeur van Tefaf, waar hij sinds december 2004 een zetel heeft in de board of trustees, die toezicht houdt op het bestuur.

Elk jaar begeleidt hij tientallen zogenoemde ‘patron-groups’ van musea en individuele verzamelaars op de beurs. Vorig jaar kwamen er zo’n 30 tot 35 museumgroepen, schat hij. Sommige bestaan slechts uit enkele leden, andere tellen zeventig mensen of meer. Onder meer groepen van het Metropolitan Museum of Art (New York), de National Gallery of Art (Washington) en het J. Paul Getty Museum (Los Angeles) bezochten Tefaf, maar ook die van kleinere musea, zoals het Bruce Museum (Greenwich), waar Witmer zelf aan gelieerd is.

Als gastheer geeft Witmer de Amerikanen rondleidingen over de beursvloer, waarbij hij tegelijk kooptips geeft, en hij laat ze historisch Maastricht zien. Voor de gasten die dan nog niet uitgekeken zijn, organiseert hij (tegen betaling) bezoekjes aan kastelen, musea en privécollecties in de omgeving. ’s Avonds zijn er chique diners: vorig jaar onder meer in Chateau Neercanne, in het voormalige Kruisheren-klooster (nu een designhotel) en in Chateau St. Gerlach. Veel Amerikaanse Tefaf-bezoekers overnachten ook in een van deze hotels. Daarnaast nam Witmer zijn gasten mee naar het Bonnefantenmuseum, een dansvoorstelling in het Vrijthof Theater, en het particuliere museum Hedge House, op een landgoed.

Ook dit jaar staan de gebruikelijke bezoekjes op het programma. Maar het culturele vermaak bevindt zich wat verder weg: Witmer neemt de vips mee naar de Rembrandt-tentoonstelling in het Rijksmuseum in Amsterdam. Sterker nog: voor wie wil, breidt hij de trip uit met een reisje naar Parijs, waar hij een rondleiding geeft in het Louvre en er een diner is in de Louis Vuitton-fabriek.

De reisjes van de Amerikaanse jetset worden met grote interesse gevolgd door de Amerikaanse societypers. Elk jaar verschijnen er verslagen op blogs als New York Social Diary (een soort Stan Huygens Journaal).

Maar voor de Amerikaanse bezoekers is niet alleen de glamour rondom Tefaf van belang, benadrukt Witmer. „Tefaf is zo populair onder Amerikanen omdat het een beurs is die kwaliteit hoog in het vaandel heeft. Het was de eerste beurs ter wereld die een keuringscomité instelde om de authenticiteit en kwaliteit van de koopwaar te controleren. En de keuring in Maastricht, waarbij 175 expert zijn betrokken, staat bekend als de strengste ter wereld. Tefaf was ook de eerste kunstbeurs die het Art Loss Register uitnodigde.”

Daarnaast vinden de Amerikanen het prettig te weten dat de stichting die de beurs organiseert geld geeft aan goede doelen. „Welgestelde Amerikanen doen veel aan liefdadigheid”, legt hij uit. „Tefaf ondersteunt onder meer kankeronderzoek. Dat is een doel waar mijn gasten graag aan bijdragen.”