Echte rebellie in film is schaars, maar heeft een lang leven

Aan vage ontevredenheid geen gebrek, maar echte opstandigheid in films is – net zoals in de werkelijkheid – schaars. Naar welke films kunnen de studenten grijpen die het Maagdenhuis bezet houden om de moed erin te houden, nu het protest al de vierde week is ingegaan? De filmhistorie kent weliswaar oneindig veel films over ontevreden jonge personages – of dat nu studenten zijn of niet. Maar in vrijwel alle gevallen gaat dat om een ‘Rebel Without a Cause’.

Toch zijn ze er wel, films die de autoriteiten scherp op de korrel nemen, en sommige hebben een opmerkelijk lange adem. De bron van alle filmrebellie is Zéro de conduite, de middellange film (40 minuten) van de jonggestorven Jean Vigo. Vigo was de zoon van een fameuze anarchist die onder verdachte omstandigheden was overleden in een Franse gevangenis. Zelf bracht hij een groot deel van zijn jeugd door op kostscholen. Hij haalde zijn gram in zijn klassieker, die inmiddels zo oud is dat de film al lang rechtenvrij op YouTube is te bekijken. Vier leerlingen staan op tegen de naargeestige autoriteiten van hun kostschool, die vooral uitermate belachelijk zijn, in een film uit 1933 die nog altijd geen seconde gedateerd is.

Zéro de conduite was een inspiratiebron voor de veel grimmiger afrekening met het Britse establishment van Lindsay Andersons If... Dit was de eerste film met acteur Malcolm McDowell, die direct leidde tot zijn hoofdrol in Stanley Kubricks A Clockwork Orange. Waar Vigo vooral het totale gebrek aan levensvreugde van de schoolautoriteiten op de korrel nam, gaat het in If... om de onuitstaanbare zelfingenomenheid van de Britse gevestigde orde, en het regelrechte militarisme waarvoor de pupillen worden klaargestoomd. Dat leidt tot de scherpe omkering van rollen in de fameuze slotscène van de film, als McDowell en consorten vanaf het dak de school onder vuur nemen met de zware wapens die ze in de kelder van het schoolgebouw hebben gevonden. De film kreeg in 1969 de Gouden Palm van Cannes, in het jaar van die eerste bezetting van het Maagdenhuis.

Voor een amusante voorloper van de basisdemocratische debatcultuur van de huidige protestgeneratie is er nog de openingsscène van Michelangelo Antonioni’s Zabriskie Point (1970) waarin studenten – zwart en wit – langdurig elkaars respectievelijke revolutionaire geloofsbrieven beproeven. De held van de film, student Mark, hoort het een tijdje aan, maar gaat dan op zijn eigen psychedelische trip naar de woestijn in een gestolen vliegtuigje. „Ik ben best bereid om ergens voor te sterven, maar niet uit verveling.”