De achterdochtige AIVD-medewerker

Wie? Een registrator van de AIVD tegen de minister van Binnenlandse Zaken

Wat? Hoger beroep over ontslag

Waar? Centrale Raad van Beroep

Wanneer? 26 februari 2015

Illustratie Lotte Klaver

Waarom

De registrator (iemand die documenten registreert) leverde veel zorgen op voor de AIVD. Haar houding en gedrag waren alsmaar weer gespreksonderwerp tijdens de functioneringsgesprekken. Zo zou haar wijze van communiceren aanvallend zijn en was haar houding achterdochtig, aldus leidinggevenden. Sinds het begin van haar werkzaamheden voor de AIVD in 2001 werd ze al drie keer overgeplaatst naar een andere afdeling. Uiteindelijk is ze verplaatst naar een positie waar ze haar werk alleen uit kon voeren. Leidinggevenden hebben toch geprobeerd iets te veranderen. Zo werd er in 2009 en 2010 tweewekelijks met de registrator gesproken over persoonlijke effectiviteit en effectief samenwerken, vooral om inzicht in haar gezichtspunt te krijgen.

De eis

De bom barst tijdens een functioneringsgesprek in juni 2010. Nog steeds kon de registrator niet samenwerken, concludeerde de leidinggevende. Er was echter wel sprake van vooruitgang, dus kreeg ze een cadeaubon aangeboden. Die werd geweigerd door de registrator met de mededeling dat ze liever een leidinggevende heeft die haar vertrouwen geeft en communiceert, dan een cadeaubon. Hogergeplaatsten op de afdeling concludeerden in een volgend gesprek dat door de opmerking die de registrator weigerde terug te nemen een onwerkbare situatie was ontstaan. Daarop werd een ontslagtraject ingezet waar de registrator nu beroep tegen indient.

De uitspraak

De Raad vindt dat de leidinggevenden op het ministerie niets te verwijten valt in deze zaak. De registrator was te stug in haar opstelling, ook omdat ze excuses weigerde aan te bieden naar aanleiding van de cadeaubon. De AIVD en de leidinggevenden hebben volgens de Raad voldoende hun best gedaan om de kant van het verhaal van de registrator te horen, alleen heeft zij die nooit willen geven. Het ministerie heeft de vrouw een outplacementtraject ter waarde van 5.000 euro aangeboden. Een ontslagvergoeding heeft ze niet gekregen, ze moet het doen met een WW- uitkering, en dat is volgens de Raad terecht omdat de AIVD geen schuld heeft aan de ontstane situatie.

Het beroep van de registrator wordt afgewezen.