Beleid ECB begint steeds meer op een wilde gok te lijken

Het is vandaag dag drie van het opkoopprogramma van de Europese Centrale Bank, en de resultaten zijn vooralsnog niet geruststellend. Tot en met september 2016 zal de ECB, via de aangesloten nationale centrale banken in de eurozone, maandelijks voor 60 miljard euro aan leningen kopen op de financiële markten. Het merendeel hiervan, zo’n 80 procent, betreft staatsleningen.

Het verzet van met name Duitsland en Nederland tegen deze ‘kwantitatieve verruiming’ werd begin dit jaar gebroken door een grote meerderheid in het bestuur van de ECB. Topman Mario Draghi had de financiële markt bovendien al maandenlang zodanig opgewarmd dat ook het afzien van het plan grote risico’s met zich mee zou brengen.

In de aanloop naar het opkoopprogramma, dat in januari werd aangekondigd, waren de koersen van staatsleningen van eurolanden nog verder gestegen. De effectieve rentes, die tegengesteld aan de koers bewegen, waren zeer diep gedaald. Na de start van de operatie, op maandag, zijn de koersen alleen maar verder opgelopen en keldert de rente verder.

Het resultaat van dit alles is dat de rentevoeten op de staatsschuld van landen als Italië en Spanje nu buitengewoon laag zijn (1,2 procent voor tienjarige staatsleningen). Voor Nederland, en nog meer voor Duitsland, zijn de rentevoeten op de staatsschuld nu onder nul beland voor leningen tot en met zeven jaar en ze naderen ook voor langere looptijden het nulpunt. Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) leent nu voor tien jaar tegen nog maar 0,25 procent.

De risico’s waren vooraf bekend, maar openbaren zich nu duidelijk. Zij hebben niet alleen te maken met kwantitatieve verruiming zelf, maar ook met een enorme schaal (1.140 miljard euro) en de manier waarop deze wordt uitgevoerd. Een voorlopige lijst van zaken om ongerust over te zijn: 1 Exotische en onvoorspelbare verschijnselen op de financiële markten. 2 Het volledig opdrogen van het rendement van pensioenfondsen en verzekeraars. 3 Verkeerde investeringsbeslissingen op basis van een verstoorde prijs van geld en kapitaal. 4 De verleiding voor overheden om te stoppen met hervormen omdat de rente-uitgaven een fractie worden van wat gangbaar was. 5 Een schaarste aan in te kopen (Duitse) staatsleningen, die de prijzen alleen maar absurder opdrijft. 6 Het op hol slaan van de instrumenten die nodig zijn voor het bepalen van risico.

Het kan allemaal goed uitpakken; de financiële markten hebben wel vaker de neiging om door te schieten. Maar de gok die Draghi op deze schaal heeft gewaagd, neemt op dit moment onverantwoorde vormen aan.