Altijd wat op Justitie

Justitie is altijd een lastig departement geweest. Ook nu weer wachten er ingewikkelde dossiers op de nieuwe minister.

Het ministerie van Veiligheid en Justitie is als je de politie meerekent de grootste werkgever van Nederland: ruim 61.000 politieagenten en bij de andere diensten van het ministerie nog eens ruim 25.000 ambtenaren. En dat ‘bedrijf’ zit sinds afgelopen maandagavond zonder politieke leiding.

Teeven en Opstelten gaven afgelopen vierenhalf jaar leiding aan een enorm breed en divers departement. De nieuwe bewindspersonen – serieuze kandidaten voor opvolging zoemden gisteren nog niet rond aan het Binnenhof, de VVD was vooral nog bezig met het debat met premier Rutte – hebben een hele lijst lastige dossiers waarover ze vaak verantwoording zullen moeten afleggen in de Tweede Kamer.

Veiligheid is een mediageniek onderwerp. Minister en staatssecretaris ‘mogen’ bijna elke week wel aantreden bij het vragenuurtje in de Tweede Kamer. Nu eens gaat het over hennepteelt, dan over de bezuinigingen bij de brandweer, dan over de vernielingen in Rome door Nederlandse voetbalsupporters. Vijf van de lastigste dossiers voor de nieuwe bewindspersonen op een rij.

DOSSIER 1 – De politie

Bij de politie is er altijd wel wat. Sinds januari 2013 zijn de regionale korpsen formeel samengevoegd tot één nationaal korps. Alleen die reorganisatie is in de praktijk nog volop bezig. De ICT werkt nog niet goed, regionale eenheden werken op allerlei punten nog langs elkaar en de overgrote meerderheid van de agenten heeft officieel zijn nieuwe werkplek nog niet betrokken. Bovendien had Opstelten geen misselijke doelen gesteld voor de politie – vooral de politievakbonden klaagden met enige regelmaat over de te lange lijst met targets en taakstellingen waar hun mensen aan moesten voldoen. Een nieuwe minister zal meteen de vraag krijgen: wat heeft ú als prioriteiten voor de politie?

DOSSIER 2 – Terrorismebestrijding

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) Dick Schoof huist op de zevende verdieping van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Hij werkt grotendeels onafhankelijk, maar de minister is politiek verantwoordelijk. Het kabinet heeft een plan van aanpak voor radicalisering en jihadisme van 38 maatregelen. De nieuwe minister zal die lijst meteen uit zijn hoofd moeten leren, inclusief de stand van zaken van elke maatregel. En stel dát ooit een aanslag in Nederland gebeurt, dan ligt de coördinatie van de crisisbestrijding ook bij het ministerie van Justitie en de NCTV. Zo kwam Opstelten nog bijna maandelijks in de Tweede Kamer om over de stand van zaken rond de ramp met de MH17 te spreken.

DOSSIER 3 – Asiel en immigratie

Dit was voorheen het terrein van staatssecretaris Fred Teeven en in Den Haag staat het bekend als één van de moeilijkste portefeuilles. Al helemaal als er zoals nu twee partijen in de coalitie zitten die het hierover principieel met elkaar oneens zijn. Neem de opvang van illegalen; de VVD is tegen, de PvdA juist voor. De PvdA wilde het kinderpardon graag, de VVD ging alleen akkoord omdat het nu eenmaal was afgesproken in het regeerakkoord.

Bovendien is het aan de verantwoordelijke bewindspersoon om zijn zogeheten ‘discretionaire bevoegdheid’ te gebruiken bij asielzoekers die niet binnen de regels voor een verblijfsvergunning vallen, maar toch in aanmerking zouden komen voor verblijfspapieren. Een zware taak om over individuele gevallen te beslissen – en bovendien hebben Tweede Kamerleden als zij een geval voldoende schrijnend vinden, ook de gewoonte om bij de staatssecretaris aan te kloppen.

DOSSIER 4 – Softdrugsbeleid

Het wietbeleid van het kabinet kan, hoewel nogal ingewikkeld, ook een kans zijn voor een nieuwe minister. Opstelten was onverbiddelijk over het gedoogbeleid: géén legalisering van softdrugs, géén experimenten met legale wietteelt. De ‘achterdeur’, dus de aanvoer van softdrugs, wilde hij illegaal houden, terwijl de verkoop wordt gedoogd. Steeds meer burgemeesters maakten afgelopen maanden bezwaar tegen dat paradoxale beleid. Binnen de VVD is lang niet iedereen van de lijn-Opstelten, dus er zóú verandering in dit dossier kunnen komen. De PvdA is vóór experimenteren met legaliseren.

DOSSIER 5 – De strafrechtsketen

Opstelten is opgestapt vanwege een schikking die het Openbaar Ministerie járen geleden sloot met een drugscrimineel. Het Openbaar Ministerie werkt als ‘staande magistratuur’ onafhankelijk, maar de minister is wel eindverantwoordelijk.

De ‘strafrechtsketen’, dat zijn politie, rechtspraak en het Openbaar Ministerie gezamenlijk, werkt in Nederland niet altijd even efficiënt, om het subtiel uit te drukken. Veel zaken blijven op de plank liggen en OM, politie en rechtbanken werken nog lang niet allemaal digitaal met elkaar samen. Vaak duurt het lang voordat een verdachte werkelijk op zitting komt voor de rechter, waardoor die geneigd zal zijn strafvermindering op te leggen. Dat is weer niet goed voor het gevoel van vergelding en genoegdoening van de slachtoffers in een rechtszaak.