Wolf rukt overal in Europa op

Het gaat goed met de wolf. Het dier breidt zijn terrein uit. Eerst komen zwervende mannetjes, daarna de paartjes en roedels.

Nederlanders zijn eraan gewend dat wolven ver weg zijn. De wolf was tussen 1800 en 1950 zo effectief afgeschoten dat hij na de Tweede Wereldoorlog alleen nog leefde aan de randen van Europa. Wolven waren er op het Iberisch schiereiland en achter in Oost-Europa.

Daarin is in slechts vijftig jaar met ongekende snelheid verandering gekomen. De wolf werd niet langer bejaagd en kwam terug, niet alleen in Nederland maar overal in Europa. De meeste populaties op de kaart hierboven zijn nieuw, of sterk uitgebreid. Vanuit Finland kwamen ze terug in Scandinavië. Vanuit Oost-Europa en Rusland koloniseerden ze de Baltische staten, Polen en Duitsland. Vanuit een overgebleven groep wolven in Italië heroverden ze de Apennijnen en een groot deel van de Alpen. Ook de Spaanse en Portugese populatie neemt weer toe, op een klein groepje in de Sierra Morena na.

De wolf, schreven Europese onderzoekers in december nog in Science, is een voorbeeld van een groot roofdier dat de laatste decennia terrein won in Europa. Het dier paste zich aan een bewoond landschap aan en wordt getolereerd. „Wolven komen nu voor in 28 landen en ze komen daar allemaal van nature voor, en vormen daar tien populaties.” Het aantal wolven wordt nu op 12.000 geschat. Dat waren er rond 1960 slechts enkele duizenden.

Dat de Nederlandse wolf uitgerekend een woonwijk in Hoogezand uitkoos voor zijn verkenningstocht is ongewoon. Maar Europese wolven die grote afstanden afleggen naar nieuw gebied zijn overal.

De eerste ‘zekere’ Deense wolf werd in 2012 gevonden – hij was dood. Diezelfde wolf leefde enkele jaren eerder nog in Saksen in Duitsland, 500 kilometer naar het zuidoosten. De Deense bioloog Liselotte Wesley Andersen wijdde er vorige maand een artikel aan in Mammal Research. „Dat is nog niks”, zegt ze aan de telefoon vanuit de Aarhus Universiteit. „Er zijn in Oost-Europa wolven waargenomen die 2.000 kilometer hadden afgelegd.”

De eerste Deense wolf werd gevolgd door 17 of 18 andere mannetjes in de afgelopen twee jaar, vertelt Wesley Andersen. Ze houdt dat bij door het DNA uit hun poep te analyseren. Ze leven allemaal op Jutland, in een dunbevolkt gebied met bos en heide. Het zijn zwervers, op één mannetje na dat een territorium heeft.

„Ze komen vooral uit Polen en de Baltische staten, zover ik dat heb getest. Er is nog geen Deense populatie, maar ik verwacht dat dat een kwestie van tijd is. Na de mannetjes kunnen vrouwtjes komen, dan paartjes, dan roedels.”

In de Belgische Ardennen werd in 2011 een vermoedelijke wolf gefilmd. In Nederland zullen wolven ook vaker verschijnen, denkt Wesley Andersen. „Waarom niet? Als er voldoende bos is, niet zo veel mensen en genoeg edelherten of reeën.” Edelherten leven niet in Drenthe, reeën wel.

Maar als wolven zo ver migreren, waarom zijn de populaties dan nog gescheiden eilandjes? „Dat is een kwestie van tijd”, vertelt de wolvenecoloog Ettore Randi van het Italiaanse ecologisch instituut ISPRA. „We denken dat maar een klein deel van de wolven zo ver reist. Zeker minder dan tien procent.”

Het herstel van de wolf is zo recent dat de Europese populaties zich nog niet uitgebreid vermengden. Maar overal ziet Randi verbindingen ontstaan tussen de groepen. „We hadden in Italië in 2012 ons eerste gemengde wolvenpaar, met een mannetje uit Slovenië en een vrouwtje uit de Italiaanse Alpen. Zij planten zich voort.” Ook zijn drie à vier jaar geleden enkele Italiaanse wolven aangekomen in Spanje.

De 600 à 800 wolven in Italië doden elk jaar enkele honderden schapen, zegt hij. Maar er is een fonds om boeren te compenseren. En: „Wilde zwijnen geven veel meer schade.”