Column

Van verwoest Gaza trekt niemand zich iets aan

Gaza ligt nog steeds in puin, want de donateurs denken dat straks alles toch weer wordt verwoest, schrijft Carolien Roelants.

Beelden hebben vaak meer impact dan woorden en deze column zou een stuk meer zeggingskracht hebben als foto met onderschrift. In beeld: de verwoestingen die van de zomer in de Gazastrook zijn aangericht door de Israëlische bombardementen om een einde te maken aan de raketaanvallen van Hamas op Israël. Woningen, bedrijven en infrastructuur werden in puin geschoten en de meeste liggen er nog steeds zo bij. Van de 1,8 miljoen inwoners van de Gazastrook zijn er 120.000 nog ontheemd. Ze hebben de koude, natte winter in scholen en dergelijke doorgebracht.

Theoretisch is er geld voor wederopbouw. Donateurs hebben in oktober 5,4 miljard dollar toegezegd om Gaza weer op orde te brengen. Voorzover die orde er was. Want de afgelopen acht jaar lag het gebied onder Israëlische blokkade om Hamas binnen de perken te houden en trokken er al twee eerdere Israëlische offensieven overheen. En het is lastig bouwen als cement, staal en glas op de bon zijn omdat Israël die beschouwt als dual use-goederen waarmee de militaire vleugel van Hamas zijn voordeel kan doen.

Van die 5,4 miljard heeft de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen, UNRWA, nog maar zo’n 200 miljoen gekregen. In het licht van de schade is dat weinig. Het geld is met name uitgegeven om niet helemaal in elkaar geschoten woningen snel weer bewoonbaar te maken – glas in de ramen en zo. De donorlanden geven diverse redenen om de hand op de knip te houden, maar ze komen allemaal neer op dit: ze zijn bang dat alles straks opnieuw wordt verwoest. Het huidige staakt-het-vuren is namelijk allesbehalve duurzaam.

Ik sprak vorige week de chef van UNRWA, Pierre Krähenbühl, in Den Haag. Hij kwam natuurlijk om geld in te zamelen, maar veel belangrijker, zei hij, is dat er nu eindelijk een oplossing komt voor het Palestijnse conflict.

Je begrijpt wel dat in alle hoofdsteden iedereen het met Pierre Krähenbühl eens is. Maar ja, de Palestijnen hebben op dit moment van internationaal jihadisme geen prioriteit – voor alle duidelijkheid: dat zeg ik, dat zei niet Pierre Krähenbühl. Bovendien wordt steeds duidelijker dat de tweestatenoplossing die vrede zou moeten brengen niet meer mogelijk is. Ga maar eens naar de Westelijke Jordaanoever, die met Gaza de Palestijnse staat zou moeten worden. Letterlijk overal Israëlische nederzettingen met de bouwkranen in druk bedrijf. Denk maar niet dat de 600.000 kolonisten nog weggaan. Israël vindt het best zo.

De Gazanen zitten dus opgesloten in een gebied dat een derde van de Flevopolder beslaat met een kapotte en verstikte economie. Wanhopig en woedend zijn ze, zei Krähenbühl. Maar zolang ze zich niet massaal in de armen van de kalief storten, trekt de buitenwereld zich geen zier van hen aan. Van Hamas is niemand bang.