Rutte erkende onze primaire emotie en dus nam hij ons serieus

Pavel Constantin

Volgens een peiling van RTL Nieuws won Alexander Pechtold het verkiezingsdebat van donderdag 5 maart, nipt voor Mark Rutte. Vanuit psychologisch perspectief was Rutte echter met afstand de winnaar, met name in het debat over jihadisme.

Sommige onderwerpen roepen heftige emoties op en het is meestal onverstandig om vanuit die emoties te handelen. Emoties onvoldoende erkennen kan voor een politicus echter desastreus uitpakken.

In de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1988 kreeg Democratisch kandidaat Michael Dukakis een vraag over de doodstraf. De vraag luidde: „Gouvernor, als uw vrouw zou worden verkracht en vermoord, bent u ook dan tegen de doodstraf?” Dukakis antwoordde „ja” en begon een cerebraal verhaal over de problemen met de doodstraf. Dukakis’ voorsprong in de peilingen op Bush senior verdween als sneeuw voor de zon.

Dukakis’ fout was niet dat hij bij zijn standpunt bleef – een draai zou zeer ongeloofwaardig zijn overgekomen. Zijn fout was dat hij de emotie negeerde die bij iedereen opkomt die zo’n vraag te verwerken krijgt. Een goed antwoord was geweest: „Als zoiets gebeurt schiet ik de dader het liefst eigenhandig dood. Toch ben ik tegen de doodstraf”.

Iets vergelijkbaars gebeurde in het RTL4-verkiezingsdebat. Vier van de vijf debaters verklaarden zich tegen de stelling ‘Jihadisten kunnen beter sneuvelen dan terugkeren naar Nederland’. Voor een publiek dat de aanslagen in Brussel, Parijs en Kopenhagen nog helder op het netvlies heeft, koos alleen Rutte voor het erkennen van de emotie. Bij veel mensen zal de eerste, emotionele reactie zijn „laat ze maar liever sneuvelen dan dat ze zich hier komen opblazen”. De kans dat we daarna openstaan voor genuanceerdere opvattingen is afhankelijk van de vraag of de politicus onze primaire emotie serieus heeft genomen. Rutte koos ervoor om uit te dragen dat de veiligheid van ons allen voor hem belangrijker is dan de veiligheid van individuen die zich van ons afkeren. Pechtold en de andere debaters hadden er beter aan gedaan om Rutte daarop niet te veroordelen, duidelijker te erkennen dat dit ook hun primaire reactie was, om pas daarna het genuanceerde verhaal te vertellen. Hoe harder men de komende tijd Rutte hierop zal aanvallen, hoe sterker zijn positie op dit punt wordt. In deze korte campagne zou dit debat een kantelpunt kunnen blijken.

Hoogleraar psychologie, Universiteit Leiden

    • Willem van der Does