Respect, maar de oppositie had liever gebeten

De PvdA is zonder zelf een rol spelen af van twee VVD-bewindslieden met wie de achterban het lastig had.

Alle partijen maken zich in de loop van maandag op voor een gevecht – maar ze komen er niet aan toe. Het is de VVD die de val van Opstelten en Teeven in eigen hand houdt – en de rest van de Tweede Kamer verrast achterlaat.

Het laatste bedrijf van het drama begint op zondagavond. Op het ministerie van Veiligheid en Justitie vinden ze alsnog een bewijs voor de ‘Teevendeal’ met drugscrimineel Cees H. Daar staat het, op een computerscherm: 4,7 miljoen gulden – het bedrag waarvan minister Opstelten in de Tweede Kamer vorig jaar zei dat het niet juist was.

Aan de zoektocht ging een onthulling van het actualiteitenprogramma Nieuwsuur vooraf, plus een schermutseling in de Tweede Kamer over de datum van het debat, afgelopen donderdag. Dit debat over de verkiezingen van 18 maart heen tillen, beseften VVD en PvdA, was geen optie.

Een week eerder hadden ze dat al geprobeerd met een debat over de gaswinning in Groningen – en dat was in hun gezicht ontploft. VVD en PvdA wilden het debat eerst meteen op donderdagavond houden – handig, want tegelijk met het tv-debat van RTL – maar uiteindelijk schikten ze zich naar de wens van de oppositie: het werd dinsdagavond.

Op het ministerie van Veiligheid en Justitie beseffen ze die zondagavond ogenblikkelijk: dit zou wel eens fataal kunnen zijn voor de bewindsman. Dezelfde stemming overheerst als de VVD-top – premier Rutte, fractievoorzitter Halbe Zijlstra – de vondst de volgende ochtend bespreekt. Ook PvdA-leider Diederik Samsom wordt ingelicht, tijdens het vaste coalitieoverleg op maandagochtend. Vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA) is er niet bij, hij zit in Brussel. Telefonisch wordt hij op de hoogte gehouden.

Coalitiepartner PvdA is niet bij de afweging betrokken: het vertrek van Opstelten en Teeven is volledig een zaak van de VVD, benadrukken de sociaal-democraten. Later die avond, als het nieuws bekend is geworden, reageert de PvdA-top met begrip en mededogen. „Kabinet verliest twee hardwerkende, loyale collega’s”, twittert Asscher. „Respect voor besluit Opstelten en Teeven.”

Leuk vindt de PvdA het niet, deze dreun voor het kabinet. Anderzijds: Opstelten en met name Teeven zijn voor de ontevreden PvdA-achterban de verpersoonlijking geworden van wat er niet deugt aan deze coalitie: repressief veiligheidsbeleid, een hardvochtige houding jegens asielzoekers en illegalen. Misschien dat nieuwe VVD-bewindspersonen die PvdA-pijn straks enigszins kunnen verzachten.

Aan het begin van de avond arriveren Opstelten en Teeven bij de premier op het Torentje. Over de minister is Rutte kort en bondig: aftreden is de enige optie. Opstelten legt zich vrijwel meteen neer bij het politieke oordeel van zijn baas. Over Teeven doen ze langer.

Voor de VVD is dit een „vreselijke dag”, zo vat Halbe Zijlstra het vanochtend samen. Twee gezichtsbepalende bewindslieden weg, anderhalve week nadat het Kamerlid Mark Verheijen is opgestapt vanwege zijn declaratieverleden. En dat negen dagen voor de cruciale Provinciale Statenverkiezingen.

De oppositie speelt een marginale rol op deze crisisdag. De Kamerleden van CDA, D66, SP en ChristenUnie zijn de scherpste critici van Opstelten. Wanneer de antwoorden op hun vragen in de loop van maandag steeds langer op zich laten wachten, besluiten zij alvast bijeen te komen. Gert-Jan Segers (CU) en Michiel van Nispen van de SP willen voorafgaande aan het debat al de vertrouwensvraag stellen. Ook zij zien het besluit van de bewindslieden volstrekt niet aankomen. Ze denken dat de coalitie de twee de hand boven het hoofd zal houden, in ieder geval tot en met de verkiezingen.

Nadat het nieuws bekend is geworden, luidt het oordeel in Den Haag unaniem: logisch en begrijpelijk. Met het opduiken van het betalingsbewijs was de positie van Opstelten onhoudbaar geworden.

Wel heerst bij de oppositie teleurstelling dat ze nooit meer zullen spreken met Opstelten over de kwestie. Het debat gaat door vandaag, maar de minister is weg. Ze zullen het moeten doen met premier Rutte.