Column

Ontwikkeling van techniek is niet waardenneutraal

Ik heb wel eens gelezen dat er zes manieren zijn waarop de wereld kan vergaan. Hij kan een beetje vergaan, met hier en daar wat volledige ontwrichting, niks om apocalyptisch over te doen. Dan heb je, in volgorde van oplopende ernst , de maatschappelijke ineenstorting, de uitroeiing van de soort, de totale uitroeiing van alle leven, de fysieke vernietiging van de materie en ten slotte kan de wereld ook nog echt grondig metafysisch vergaan. Wereld en mens verdwijnen uit ruimte en tijd en hebben zelfs helemaal nooit bestaan. Zorgelijk, maar niet een-twee-drie te verwachten.

Bekijkt u deze zes mogelijkheden eens rustig en stel uzelf de vraag waar uw voorkeur naar uitgaat. En vanzelfsprekend bedoel ik dat dan in academische zin. Niet dat u hoopt op het vergaan van de wereld, natuurlijk niet, maar u bent vatbaar voor dat nieuwsgierigheidgedreven denken waar je tegenwoordig zoveel over hoort.

U kijkt naar een oude halve kaak met vier tanden en denkt: ‘Interessant, de mens bestaat kennelijk al een half miljoen jaar langer dan ik veronderstelde.’ U kijkt omhoog in de sterrennacht en denkt: ‘Gut, dat kan dus allemaal ontploffen. Boeiend.’

Nou is het een gok, maar ik denk eigenlijk dat veel lezers regionale ontwrichting vervelender vinden dan de totale uitroeiing van alle leven. Dat zou verklaren waarom iedere zichzelf respecterende intellectueel feller uitpakt over regionale problemen, over trans-Atlantische verhoudingen en Poetin, dan over de kans dat alle materie verdwijnt.

En eerlijk gezegd zit daar ook wel iets in. Metafysische vernietiging is niet zo’n best onderwerp voor de opiniepagina. Als over enige tijd blijkt dat we in feite nooit hebben bestaan, is de relevantie van een stukje als dit gering.

Helaas ontbreekt mij de kennis van de kleine problemen en dus moet ik me hier tot mijn schande beperken tot de grote. Het vergaan van de wereld bijvoorbeeld. Zo stuitte ik net weer op het oude doemscenario van de gray goo – grauwe brei. De lange tijd populaire gedachte dat nanobots , moleculaire machientjes of kunstmatige bacteriën, op hol kunnen slaan en zich dan zo snel vermenigvuldigen dat ze de wereld overspoelen, alle grondstoffen opeten, de boel kort en klein slaan en binnen de kortste keren al het zijnde tot stof doen vergaan.

Dat scenario zou gemakkelijk in werking kunnen treden als je fabriekjes zou maken ter grootte van een molecuul die niet alleen op niveau van de atomen knutselen met organisch materiaal, maar die tegelijk duplicaten bouwen van zichzelf.

Voor je het weet stroomt de hele planeet dan vol met dit soort fabriekjes en is het einde der tijden nabij. De hoofdluis mag een gevaarlijke plaag blijven in de geschiedenis van de mensheid, de luis is niets vergeleken bij deze nanoreplicatoren die onverslaanbaar oprukken en de kosmos opslurpen.

Het gevaar van gray goo werd in 1986 door Eric Drexler naar voren geschoven en vervolgens werd het alom betwist. De robotjes zouden nooit voldoende voedsel en energie kunnen vinden om zich tot in het oneindige voort te planten, wierp men tegen. Van een ramp op galactische schaal zou zeker geen sprake zijn, hooguit van wat regionale ontwrichting. Dus waar hebben we het over, zou de jeugd zeggen.

Maar omdat het publiek, zoals ik al zei, iets juist een probleem vindt als het honderdduizend doden of tien miljard euro kost, niet als de kosmos vergaat, ontstond toch wat deining. En dus zag je pogingen voorbij komen het publiek gerust te stellen over de afgezwakte versie van de gray goo. Ja, het is heel goed mogelijk dat regionaal wat calamiteitjes optreden. En nee, dat is niet leuk. Daarom is er alles aan gedaan het probleem op te lossen. En raad eens wat? Dat is gelukt.

Er zijn zes manieren waarop de wereld kan vergaan, wil ik maar zeggen, en de burgers kunnen kiezen. Ze kunnen de vernietiging van alle materie voorkomen of, als dat ze niet interesseert, stemmen tegen regionale ontwrichting. Zou onderzoek alleen worden gedreven door nieuwsgierigheid, zoals men beweert, dan zouden onderzoekers uit pure nieuwsgierigheid eens uitproberen hoe zo’n gray goo oogt. Maar dat doen ze het niet. Omdat de burger kan kiezen en die het niet wil.

Op het moment zingt overal, aan universiteiten, in kranten en koffiehuizen, de negentiende eeuwse boodschap rond dat economie niet waardevrij is. Dat biedt hoop. Over honderd jaar zal misschien de twintigste eeuwse boodschap rondzingen dat de ontwikkeling van techniek niet waardeneutraal is. Dat die ontwikkeling wordt gestuurd door waarden, voorkeuren en wensen.

Let maar op: volgens mij wordt dit thema over honderd jaar hartstikke hot. Tenzij we tegen die tijd metafysisch vernietigd zijn en helemaal nooit hebben bestaan. Dan heb ik uiteraard niets gezegd.