Nooit vies van tarten en uitdagen

Staatssecretaris Justitie (14 okt. 2010-9 maart 2015)

Hij werd pragmatischer toen hij asielbeleid erbij kreeg, zoals bij opvang van illegalen.

‘Het is treurig dat er iemand dood is gegaan, maar dat is wel een inbrekersrisico.” Fred Teeven doet de uitspraak in september 2012, vlak na de Tweede Kamerverkiezingen. Een inbreker in het Noord-Brabantse Diessen was overleden na een vechtpartij met de bewoners. En het citaat is om drie redenen typisch Teeven.

Eén: hij deed de uitspraak in De Telegraaf , de krant waarin hij en ook minister Opstelten het liefst hun interviews deden en hun plannen aankondigden. Twee: Teeven verdedigt er de slachtoffers van de inbraak mee – in zijn vierenhalf jaar als staatssecretaris heeft het belang van slachtoffers steeds hoog op zijn lijstje gestaan. En drie: het is een omstreden uitspraak. Teeven is nooit vies geweest van een beetje tarten en uitdagen.  

De gisteren afgetreden staatssecretaris VVD’er Fred Teeven was, anders dan zijn minister Opstelten, een echte dossiervreter. Vóór acht uur ’s ochtends zat hij aan zijn bureau op het ministerie, in een kamer omringd met lijstjes met spotprenten van zichzelf erin.

Het politieke spel in de Tweede Kamer lag hem. Hij zag de verbale strijd met Tweede Kamerleden als sport, daarin was hij óók al anders dan de minister waar hij onder diende. Hij zag het ongeveer zo: het slimme van schaken, gecombineerd met het meedogenloze van rugby en de bluf van een potje pokeren.

Tijdens het tweede kabinet-Rutte viel Teeven méér op dan in het eerste. Hij kreeg asiel en immigratie erbij. Niet zonder trots zei hij eens dat zijn portefeuille „net zo zwaar of misschien wel zwaarder” was dan die van de minister. Niet langer met twee loodgieterstassen vol documenten naar huis elke avond, maar met vier, zoals hij aan het begin van het tweede kabinet-Rutte zei in een interview met de Volkskrant.

Toch maakte Teeven ook foutjes. Hij moest twee jaar geleden zijn plannen om vergaand te bezuinigen op het gevangeniswezen aanpassen en dit jaar overkwam hem hetzelfde met de rechtsbijstand. Vorig jaar ondervond hij aan den lijve hoe onhandig het is voor een bewindspersoon om geen meerderheid in beide Kamers te hebben. Zijn wetsvoorstel om elektronisch toezicht voor gedetineerden mogelijk te maken, werd weggestemd in de Eerste Kamer. Alleen zijn eigen VVD en de PvdA stemden ervoor. Ironisch was het: de staatssecretaris die in zijn vorige levens tegen invoering van een enkelband voor veroordeelden was – „met een biertje op de bank je straf uitzitten” – verdedigt het plan tóch. En krijgt vervolgens het parlement niet achter zich.

Het was het asieldossier dat hem een groot dieptepunt uit zijn politieke carrière bezorgde. Twee jaar geleden moest Teeven zich in de Tweede Kamer verantwoorden over de zelfmoord die de Russische asielzoeker Aleksandr Dolmatov in zijn cel had gepleegd. De Russische ingenieur had niet eens vast mogen zitten in detentie, ten onrechte stond in het systeem van de Immigratie- en Naturalisatiedienst dat hij moest worden uitgezet.

Teeven overleefde het debat door een rijtje toezeggingen over een humaner asielbeleid te doen aan coalitiepartij PvdA. ‘Dolmatov’ veranderde, misschien noodgedwongen, ook de manier waarop Teeven politiek bedreef. Hij handelde meer en meer als pragmatische politicus die het als uitdaging zag om het kabinet in elk geval níet te laten vallen door een ruzie op zijn terrein.

Neem het grote onderwerp van discussie van de laatste maanden op zijn terrein: de opvang van illegalen. De VVD is steeds zwaar tegen geweest, de PvdA vóór. Hoewel Teeven naar buiten toe volhield dat mensen zonder verblijfspapieren in Nederland alleen opvang krijgen als ze meewerken aan terugkeer naar hun land van herkomst, werkte hij op de de achtergrond aan een oplossing met vicepremier Asscher. Ook hij zag de laatste maanden dat steeds meer Nederlandse rechters het oordeel van het Europees Comité voor Sociale Rechten volgden: dat illegalen recht hebben op basisbehoeften als bed, bad en brood.

Op zijn vroegst eind maart zullen de ministers van Buitenlandse Zaken van de Raad van Europa een politieke uitspraak doen over of Nederland inderdaad opvang moet bieden – dat die uitspraak pas na de verkiezingen van de Provinciale Staten zou komen, beschouwde Teeven als een gelukje. Alleen profiteert hij er niet meer van.