Mexico pakt de ene na de andere drugsbaas op

Van de lijst met 37 meest gezochte drugsbaronnen, zijn er na zes jaar nog slechts vier op vrije voeten. Vaak lopen ze tegen de lamp door hun mobieltjes.

Zijn verjaardagstaart werd hem fataal. Op 6 februari vierde Servando Gómez Martínez, alias La Tuta (‘de leraar’), leider van het Tempelierskartel en de meest gezochte drugscrimineel van Mexico, zijn 49ste verjaardag. En dus stuurde zijn vriendin een chocoladetaart naar zijn schuilplaats in Morelia, hoofdstad van de Mexicaanse deelstaat Michoacán. De taart, en het telefoonsignaal van een van zijn koeriers, verraadden La Tuta. Op 27 februari werd hij opgepakt.

Vijf dagen later, op 4 maart, werd in de noordelijke stad Monterrey de leider van het Zetas-kartel gegrepen. Omar Treviño Morales, alias Z42 (de Zetas nummeren hun mannen), werd gearresteerd bij een inval in een huis in een welvarende wijk.

Het schiet op. In 2009 publiceerde de regering van Mexico’s vorige president, Felipe Calderón, een most wanted-lijst van 37 drugsbazen. Prijs per hoofd: 1,8 miljoen euro. Het afvinken van de hele lijst zou de kroon zijn op de ‘oorlog tegen drugs’ die Calderón in 2006 had verklaard. Zo zou een eind komen aan de oorlog tussen de kartels om de belangrijkste smokkelroutes, waarbij al tienduizenden doden waren gevallen.

Van de lijst zijn na zes jaar in totaal 25 mannen gearresteerd. Acht zijn er gedood, slechts vier zijn nog voortvluchtig.

De dubbele vangst is een overwinning voor de Mexicaanse regering. La Tuta – inderdaad een voormalige schoolmeester – poseerde in tv-interviews openlijk als gezaghebber van Michoacán, waar de Tempeliers tot 2014 tientallen crystal meth-laboratoria runden en waar ze controle hadden over grote delen van de mijnbouw en de containerhaven Lázaro Cárdenas.

Opper-Zeta Treviño Morales (38) was behalve drugscrimineel seriemoordenaar en beul. Hij wordt in verband gebracht met sommige van de ergste drugsbloedbaden in Mexico, zoals de schietpartij en brandstichting in 2011 in het Casino Royale in Monterrey, waarbij 52 doden vielen. De oorlog met het Golfkartel om controle over de grens met de Verenigde Staten leidde tot moordpartijen waarbij soms tientallen verminkte lichamen bij wijze van handtekening op straat werden achtergelaten.

De grootste trofee haalde Mexico vorig jaar al binnen. Toen werd op 22 februari Joaquín Guzmán gearresteerd, volgens de VS op dat moment de machtigste drugssmokkelaar ter wereld. Op zijn hoofd stond in totaal 5,8 miljoen euro, uitgeloofd door Mexico en de VS. Guzmán was hoofd van het Sinaloakartel, een drugsmultinational die lang dominant was in West- en Centraal-Mexico en tentakels had in 50 landen.

Ook Guzmán is opgepakt zonder dat een schot werd gelost. Voor zover nu bekend lijken de drie arrestaties op elkaar. De mannen lopen tegen de lamp door de mobieltjes en de bekentenissen van hun ondergeschikten. Verder gevaarlijk: hun verlangen naar een gewoon leven.

Het tijdschrift The New Yorker reconstrueerde de jacht op Guzmán. Eén arrestatie van een lid zorgde voor noodtelefoontjes tussen andere kopstukken en gaf zo de diensten kans het kartel beter in kaart te brengen. Stap voor stap, arrestatie voor arrestatie, kwamen de Mexicaanse mariniers en de drugbestrijders van de Amerikaanse DEA dichter bij de hoofdprijs.

Inmenging van de Amerikanen ligt gevoelig in Mexico. Maar sinds 2008 hebben de VS 2,3 miljard dollar besteed aan de bestrijding van Mexicaanse drugscriminaliteit. Amerikaanse inlichtingen, surveillancemethodes, drones en door de VS getrainde agenten spelen een essentiële rol bij het traceren van drugsbaronnen.

Daar komt bij dat die drugbazen het vuur soms kwijt zijn. Ze zijn moe. Guzmán was bij zijn arrestatie 57, een veteraan. Zijn Sinaloakartel had terrein verloren aan het Golfkartel. Ook Gómez en Morales hadden aan macht ingeboet (zie kader). La Tuta bulkte van het geld, maar leefde vaak in een grot. Hij liep graag over het plein van Culiacán, een stad in Michoacán, waarbij hij achteloos geld uitdeelde aan vrouwen met kinderen.

Maar misschien ervaren drugsbazen een verblijf in de gevangenis niet als grote hindernis. Guzmán was in 1992 al eens opgesloten, in de Puente Grande-gevangenis in de deelstaat Jalisco. Daar bestierde hij gewoon zijn imperium, ontving prostituees, en fêteerde staf en medegevangenen op drank en kreeftensoep. In 2001 ontsnapte hij, volgens de pers door zich in een wasmand te verstoppen. Maar volgens veel Mexicanen was Guzmán compleet de baas over Puente Grande en liep hij op een dag gewoon door de gevangenispoort naar buiten.