Meer van Veiligheid dan Justitie

Minister Veiligheid en Justitie (14 okt. 2010-9 maart 2015)

De Nationale Politie was zijn belangrijkste project. Dat kan hij nu niet als succes claimen.

Foto linksonder: Opstelten poseert met politiepet deze zondag tijdens een campagnebezoek. Foto’s ANP/ Remko de Waal

Het campagnemateriaal had nog wel zo veel potentie. De VVD liet afgelopen week mooie grafiekjes over de dalende criminaliteitscijfers rondgaan op sociale media.

Het aantal woninginbraken daalde vorig jaar, net als het aantal overvallen en straatroven. Burgers ervoeren volgens de vorige week gepubliceerde Veiligheidsmonitor in 2014 minder overlast van groepen hangjongeren, drugs of dronken mensen op straat. Kijk, allemaal dankzij onze mannen op het ministerie van Veiligheid en Justitie.

De parodie op die grafiekjes ging gisteren óók snel rond, nadat Ivo Opstelten en Fred Teeven hun aftreden hadden bekendgemaakt; een schemaatje in de kleuren van de VVD met een sterk stijgende lijn van het aantal afgetreden VVD-bewindspersonen in maart 2015.

Zulke staatjes van dalende criminaliteit waren een kolfje naar de hand van de gisteren afgetreden Ivo Opstelten (71). Hij was de afgelopen vierenhalf jaar meer minister van Veiligheid dan van Justitie. Hij kreeg drie keer de Big Brother Award uitgereikt van privacyorganisatie Bits of Freedom, omdat hij volgens hen onvoldoende oog had voor de bescherming van burgerrechten.

Tijdens het eerste kabinet-Rutte, oktober 2010, kreeg het ministerie die nieuwe titel ‘Veiligheid en Justitie’. En oud-burgemeester Opstelten was de personificatie van dat nieuwe ministerie. De verantwoordelijkheid voor de politie verschoof van Binnenlandse Zaken naar Justitie en daarmee werd één departement verantwoordelijk voor de hele ‘veiligheidsketen’, waar vroeger Justitie en Binnenlandse Zaken elkaar controleerden.

Tough on crime was het kabinet dat door de PVV van Geert Wilders werd gedoogd: criminelen konden niet hard genoeg worden aangepakt. Illustratief was het wetsvoorstel dat regelde dat rechters voortaan minimumstraffen zouden moeten opleggen aan criminelen die binnen tien jaar opnieuw een zwaar misdrijf plegen. Vanuit de rechtspraak kwam er grote kritiek op het voorstel, omdat het de vrijheid van de rechter aantastte. Opstelten had er geen moeite mee – alleen omdat het kabinet viel, voorjaar 2012, werd hetvoorstel ingetrokken.

Opsteltens grootste prestatie als minister is de samenvoeging van de regionale politiekorpsen tot één nationaal korps. In januari 2013 was dat nationale korps officieel een feit; de grootste verandering van het politiebestel in twintig jaar. En het was Opstelten die alle partijen in de Tweede Kamer zo ver kreeg om ervoor te stemmen. Hier deed hij een belofte, daar een toezegging. Néé, natuurlijk blijft het gezag over de inzet van de politie lokaal, en ja, we garanderen één wijkagent per 500 burgers.

Dit tussentijdse aftreden betekent dat Opstelten een succesvol werkende Nationale Politie nooit als wapenfeit zal kunnen claimen. Want de Nationale Politie zit juist nu nog volop in de reorganisatie. De ICT werkt nog niet, regionale eenheden werken op allerlei punten nog langs elkaar en de overgrote meerderheid van de agenten heeft nog niet officieel zijn nieuwe werkplek betrokken.

Opstelten bestuurde zijn ministerie op hoofdlijnen. Details, daar moesten degenen die echt verstand van zaken hadden zich maar mee bezighouden. Wat niet wil zeggen dat hij er geen uitdrukkelijke opvattingen op na hield. Neem het softdrugsdossier. Hoewel steeds méér burgemeesters afgelopen maanden lieten weten te willen experimenteren met het legaliseren van wietteelt, bleef Opstelten dat tegenhouden.

Het laatste halfjaar van zijn ministerschap had Opstelten het lastig. Met zijn gestamel en wijdlopige zinnen was hij een dankbaar onderwerp voor karikaturale filmpjes. Het debat van vorig jaar september, over de aanpak van jihadisme en radicalisering, was daarin een keerpunt. De minister deed meestal zaken met justitiewoordvoerders in de Tweede Kamer – die waren vaak gefrustreerd, maar ook gewend aan de manier waarop Opstelten hun vragen ontweek. Nu verbaasden de fractievoorzitters zich hardop over zijn warrige antwoorden.

De vermoeidheid was soms ook gewoon waar te nemen bij de minister. Op die lange crisisdagen die Opstelten afgelopen maanden meemaakte aan het Binnenhof – rond het jihadisme, maar ook bij de debatten over de MH17 – kleurden de wallen onder zijn ogen bijna zwart.

    • Annemarie Kas