Man die iets voor elkaar kreeg

Aartsvader Nederlandse sport ziet als eerste de maatschappelijke waarde van sport

Pim Mulier tijdens de uitreiking van de Holdert-beker – de voorloper van de KNVB-beker. Mulier is de man staand rechts, met stok. De foto is rond 1900 genomen. Foto Hollandse Hoogte

Pim Mulier wordt algemeen afgeschilderd als de aartsvader van de moderne sport in Nederland. Daniël Rewijk, zijn nieuwste biograaf, beaamt die rol van harte. Maar Mulier was veel meer. Het historisch belang schuilt vooral in Mulier als visionair. Met zijn opvattingen over de maatschappelijke waarde van sport was Mulier zijn tijd ver vooruit, concludeert Rewijk na een grondige studie. En dat verhaal moet na ruim honderd jaar hoognodig verteld worden.

Mulier als oprichter van de voetbalbond, het is waar. Mulier als bedenker van de Elfstedentocht, correct. Maar Mulier was bij minder initiatieven betrokken dan wordt aangenomen. De cricketbond is niet door hem opgericht. Hij stond evenmin aan de oorsprong van de Nijmeegse Vierdaagse. Veel claims van ‘Mulier de oprichter’ zijn dubieus, omstreden of aantoonbaar onjuist, meldt de Aalsmeerse historicus Rewijk, die overmorgen aan de Rijksuniversiteit Groningen hoopt te promoveren op Pim Mulier.

Als burgemeesterszoon Mulier, vandaag 150 jaar geleden, in het Friese Witmarsum wordt geboren, is de sport niet geïnstitutionaliseerd. In Haarlem, waarnaar hij vrij snel verhuist, raakt de jonge liefhebber Mulier actief betrokken bij sportbeoefening – met name atletiek, schaatsen, cricket en voetbal. In het Westen dagen bij voetbal en cricket losse clubjes elkaar uit, maar het ontbreekt aan gestructureerde competitie. Zodra de behoefte daaraan toeneemt, ontpopt Mulier zich als de leidende figuur.

Vanuit zijn betrokkenheid kijkt Mulier verder dan het belang van een sportbond of een wedstrijd. Hij had tijdens zijn Engelse kostschooltijd in Kent (1882-1884) de kracht van sport leren inzien. Als Mulier in 1889 de atletiek- en voetbalbond opricht, verheugen zijn kompanen zich over de nieuwe structuur. Maar Mulier, in Engeland geïnspireerd door muscular christianity – de leer die religie koppelt aan het onderhouden van een gezond lichaam – zag sport ook als een opvoedkundig ideaal. Hij wil een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van verantwoorde mensen en het stimuleren van hun leiderscapaciteiten.

Sport als nationale protectie

Indertijd viert het imperialisme hoogtij en Mulier ziet sport ook als middel voor nationale protectie. Rewijk: „Sport is in Muliers ogen onmisbaar bij bescherming van de natie; om overeind te blijven in de wedloop met Engeland, Duitsland en Frankrijk. Hij heeft in Engeland gezien dat macht mede is gebaseerd op door sport gevormde jeugd. Sport is meer dan een aardig tijdverdrijf en moet naar zijn overtuiging in leger en maatschappij gepopulariseerd worden. Mulier is dan misschien wel de enige die in Nederland zo tegen sport aankijkt. Maar belangrijker: hij is ook de enige die dat onder woorden kan brengen en anderen daarvan weet te overtuigen. Mulier krijgt dingen voor elkaar. Daarom is hij zo belangrijk geweest voor de Nederlandse sportgeschiedenis.”

Mulier was ambigu, iemand die volgens Rewijk over één onderwerp uiteenlopend kon denken. Vernieuwing en traditie, Mulier kon het in zich verenigen. Hij moest bijvoorbeeld niets hebben van betalingen in sport, maar vond de verdiensten van schaatsers bij kortebaanwedstrijden normaal. Dat moest zo blijven, dat hoorde zo.

Rewijk: „Mulier zou hebben gegruwd van misstanden bij FIFA en IOC. Hij zou het georganiseerde criminaliteit hebben genoemd. Doping en matchfixing? Mulier zou hebben gezegd: zie je, beroepssport zet de deuren wagenwijd open naar corruptie.”

Verstoten atleten

Mulier staat als oprichter en eerste voorzitter aan de basis van de KNVB. Als groot liefhebber bood hij ook atletiek onderdak. Tot hij uitweek naar Brussel en de voetballers hun kans schoon zagen de atleten te verstoten. Die waren te duur en moesten maar een eigen bond oprichten, vonden ze. Dat gebeurde, maar zonder Mulier, die op dat moment redacteur van de Deli Courant in Nederlands-Indië was.

De Elfstedentocht is aan Muliers brein ontsproten en sluit aan bij een lange Friese traditie om de beste regionale schaatser als een meesterproef langs de elf steden te laten rijden. Mulier rijdt de monstertocht in 1898 en bedenkt onderweg dat de Elfstedentocht een nationaal evenement moet worden; om een aloude traditie veilig te stellen. De eerste editie in 1909 – gewonnen door de theologiestudent Minne Hoekstra – werd verslagen door alle grote dagbladen.

Zijn invloed ging zover, dat Mulier betrokken raakte bij de oprichting van de internationale schaatsbond ISU. Hij was ook de eerste voorzitter. Volgens Rewijk vanwege zijn vermaardheid als sportbestuurder.

Hoewel de oudste voetbalclub van Nederland, de Koninklijke HFC uit Haarlem, pronkt met Mulier als oprichter, is dat volgens Rewijk op z’n minst twijfelachtig. Het lijkt de biograaf onwaarschijnlijk, omdat Mulier in het oprichtingsjaar 1879 op een kostschool in het Gelderse Brummen zat. Hoe kan dan in 1895 het vijftienjarig bestaan worden gevierd? Rewijk: „Dat Mulier en HFC nauw met elkaar waren verbonden, daar twijfel ik niet aan. En dat hij in 1880 misschien een leidende rol heeft gespeeld, is goed denkbaar. Maar er is geen bewijs.”

Te volks

Vanaf 1910 trekt Mulier zich langzaam maar zeker terug uit de sport. Volgens Rewijk omdat het hem te volks wordt. Mulier zou er moeite mee hebben dat de massasport zich niet ontwikkelde naar zijn elitaire denkbeelden. De democratisering ging hem waarschijnlijk te snel, zo snel dat Mulier zijn ethiek niet overeind kon houden.

Mulier bleef tot zijn dood in 1954 de symbolische leider van de Nederlandse sport. Een rol die de ijdele Mulier gretig vervulde. Maar hij hield zich vooral bezig met zijn verzameling antiek glaswerk en het schrijven van (reactionaire) columns in Het Vaderland. Tot zijn dood en tout le sport in Den Haag afscheid van hem nam.

    • Henk Stouwdam