Nederlandse gevangenen maken jouw bedden, brood en bierkratten

Foto Eline van Strien

Minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie hebben hun aftreden bekendgemaakt. En dat terwijl Teeven net ook een beetje positief nieuws had.

T-shirts bedrukken, Amsterdammertjes maken, bierkratjes timmeren, prei dan wel kerstpakketten inpakken: voor allerlei klussen kunnen bedrijven In-Made inschakelen. Dat is de verzamelnaam voor de penitentiaire productiebedrijven van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Ook wel: werkplaatsen voor gevangenen.

Een gedetineerde werkt gemiddeld twintig uur per week in de gevangenis. Dat is geen obligaat figuurzagen, maar serieus, vaak simpel, werk voor opdrachtgevers. De DJI zelf is belangrijk opdrachtgever. Maar ook bedrijven als het Rode Kruis en Bison huren gevangenen in. Dat doen ze via In-Made, een naam die veel lijkt op het Engelse woord voor gevangene: inmate. In 2011 werd de overkoepelende organisatie opgericht.

Tot twee jaar geleden kostte het te werk stellen van gevangenen nog geld, denk: kosten voor loon, energieverbruik, beveiliging. Nu verdient de DJI er geld mee, maakte Teeven onlangs bekend. Over vorig jaar 4,4 miljoen euro, en een jaar eerder 1,2 miljoen. Dat komt doordat het werk professioneler is geworden, laat een woordvoerder weten. Het productietempo ligt hoger, de instellingen werken beter samen en er zijn ook meer opdrachten.

Gevangen krijgen voor hun werk minimaal 76 eurocent en maximaal 1,52 euro per uur betaald. Weinig, ja. Maar geld verdienen is dan ook niet de opzet. Een zinvolle dagbesteding en werkervaring opdoen wel.

En wat ze dan allemaal maken? Een selectie.