Laat bonden vakantie inleveren voor scholing

Wij stammen uit gildes en die koesterden ambacht en studie en niet geld en vakantie, schrijft bondsbestuurder Reinier Castelein.

Als argumenten niet helpen, dan een polonaise op het Malieveld zeker niet. Met die woorden lichtte ik als voorzitter een besluit van De Unie toe, een vakbond voor middelbaar en hoger personeel in industrie en dienstverlening. Ons besluit: staken doen we niet meer. Wat helpt is een goed gesprek met werkgevers.

Vervolgens barstte de discussie los. ‘De Unie gooit stakingswapen overboord’, kopte een krant in het oosten. NRC stelde dat ik geen respect toon voor de mensen die dat recht bevochten hebben. Niets is minder waar. Ik respecteer de rechtsstaat, maar ik zie staken niet als een plicht.

Waar de vakbeweging de afgelopen twintig jaar getuige was van de afbraak van de verzorgingsstaat, heeft ze zelf nog iets waardevollers afgebroken. Laat ik dit illustreren met een kleine geschiedenis. De vakbeweging komt voort uit de historisch machtige en invloedrijke gildes. Die sloegen hun vleugels uit in de Gouden Eeuw. Wie lid wilde worden, moest een proeve van bekwaamheid afleggen – bewijzen dat je de hoge standaard van het gilde aankon.

Eenmaal lid, zorgde het gilde voor inkomenszekerheid. Kennis en vaardigheden werden overgedragen van meester op gezel. Een goede gezel kon zelf meester worden. Groot respect in die tijd voor oudere werkenden. Waar meesters samen kwamen voor overleg over inkoop van grondstoffen en productkwaliteit, daar organiseerden gezellen zo hun eigen bijeenkomsten. Netwerkborrels zouden we dat nu noemen. Zij vierden hun werk met drank, dans en muziek. Onbezorgd genieten omdat je wist dat je ertoe deed. Jawel, daar komt dat Nederlandse woord dus vandaan. De dag erna had de hele stad het over een ‘gezellig’ feestje in Zadelstraat of Pottenbakkerstraat. Hard werken, hard feesten. De gezellen verenigden dat. Vandaag de dag is het niet meer zo’n vrolijke bedoening op feestjes van werknemers, met uitzondering van de borrels in het bloeiende Silicon Valley. Work hard, play hard, be happy – laten we hopen dat die tijden hier terugkomen.

Op 24 november 1982 sloten werknemers- en werkgeversorganisaties het roemruchte Akkoord van Wassenaar. Symbolisch voor het poldermodel en in die tijd erg functioneel. Maar langzaamaan ging de vakbeweging ten onder aan haar eigen succes.

Uit respect voor de mensen die ons voorgingen, stel ik daarom nu de doelmatigheid van het staken ter discussie. Het verval is onzichtbaar ingezet. Waar eerder werd gestreden voor de vijfdaagse werkweek, vakantiedagen en verlof, is de vakbeweging uiteindelijk verworden tot een club die enkel nog de geneugten van het leven nastreeft. Waar is het plichtsbesef om op te staan voor kwaliteit? Scholing is een verwaarloosbaar element van de cao geworden. Onze voorkeur ging uit naar vrije tijd en geld. Kwaliteit als ‘ons’ handelsmerk is losgelaten. Als de moderne vakbeweging werknemers serieus neemt, dan spreekt ze in de eerstvolgende cao af dat ze afstand doet van bijvoorbeeld tien vakantiedagen. Die dagen kunnen geïnvesteerd worden in scholing en persoonlijke ontwikkeling. Niet alleen bedrijfs- en branchegerelateerd. Als kennis macht is, dan moet dat ons sterkste wapen zijn. Niet alleen langs de lijn van scholingsinstituten, maar ook van mens tot mens. Laten we de lat weer hoger leggen en inzetten op kennisbehoud en kennisoverdracht. Iedereen weet dat wanneer de kraan lekt of tv uitvalt je inmiddels dagen moet wachten op loodgieter of monteur. En dat terwijl er honderdduizenden mensen langs de kant staan die dolgraag in dit gat hadden willen springen als we ze tijdig hadden laten bij- en omscholen.

Van hightech tot zorg en van ICT tot watermanagement. Laten we de bankiers die hun baan massaal hebben verloren, omscholen tot beroepen waar de samenleving naar snakt. Zoals dijkbouwkundigen. Werknemers moeten voortdurend kunnen zeggen dat ze genoeg geschoold zijn om zelf de belangrijkste factor te zijn voor hun inkomenszekerheid. Komt V&D met een loonoffer, dan stap je op in plaats van naar de rechter.

Een baan voor het leven bestaat niet meer. Staken was ooit het machtigste wapen van de vakbeweging. Nu is dat kennis en kunde, de ‘gouden handjes’ van onze leden.

Daarom zet ik met vakbond De Unie in op inspiratie en nieuw perspectief voor werkenden. Wij zijn liever vertegenwoordiger van werknemers en zzp’ers die voor hun opdrachtgever de concurrentie op afstand zetten. Dat duizendmaal liever dan dat na twee weken ‘gezellig’ staken blijkt dat het bedrijf ook zonder jou gewoon doordraait: business as usual. Want dan laten we pas echt zien dat we ons ‘machtigste wapen’ aan de wilgen hebben gehangen. Ik denk niet in termen van een derde jaar ww. Ik zet in op het eerste jaar werk, op een tweede Gouden Eeuw.