Ik leerde weer dat een vork in de besteklade hoort

Wat weten we van psychotische verschijnselen? Het overkwam Aram Balian (29), hij wil het nu bespreekbaar maken.

Aram Balian (29) heeft geen zin in dit interview. Mensen in zijn omgeving lezen deze krant. Is het leuk als iedereen straks weet dat hij manisch en psychotisch is geweest? Nou, nee. Ons beeld van de patiënten is ook zo beperkt, zegt Balian. We zien zo’n verwarde dakloze man voor ons die tegen zichzelf praat. Niet dat hij er zelf veel van afwist toen het hem drie jaar terug overkwam. O-ver-kwam, benadrukt hij. 7 procent van de samenleving heeft ooit last gehad van psychotische verschijnselen, zegt hij.

Over depressies en burn-outs kunnen we praten – psychoses moeten ook bespreekbaar worden. Daarom zit hij hier in een Amsterdams café in West. Balian heeft grote lichtbruine ogen, die kleiner worden wanneer hij lacht. Hij is heel geduldig, neemt de tijd voordat hij antwoordt, lacht veel tussendoor. Soms is hij stil, dan graaft hij diep in zijn geheugen en tikt hij zachtjes met zijn vinger op zijn telefoon. Hij kan zich niet alles meer herinneren. „Het is moeilijk om je voor te stellen hoe het toen was. Ik ga een poging doen.”

Wat is er ook alweer allemaal gebeurd?

Na het gymnasium in Amsterdam studeerde Balian eventmanagement. Hij liep stage bij een eventmarketingbureau in Berlijn, daarna ging hij negen maanden in Istanbul wonen om Turks te leren. Terug in Nederland viel hij in een gat. In Istanbul had hij tussen de extremen geleefd: arm en rijk, religieus en atheïstisch, traditioneel en modern. Alles kon, oordelen had geen zin. Hij vond het lastig hier weer in een homogene groep te aarden. „Ik ging eerst heel veel nadenken over het leven, zo begon het, ik was in de war. Na een tijdje voelde ik me ineens een nieuw persoon.”

Op welke manier?

„Het voelde als een spiritual awakening. Ik zag ineens dingen. Ik ging bijvoorbeeld met een vriend van me naar het Van Gogh museum. Hij zit in de mode en vertelde wat hij mooi vond aan de schilderijen. Ik ging bij ieder schilderij uitleggen wat het verhaal was dat Van Gogh vertelde. Ik was ervan overtuigd dat ik dat wist, alsof ik met hem in contact stond.”

Klinkt niet heel verontrustend...

„Nee, niemand merkte er iets van. Nu weet ik achteraf dat dit het begin was van mijn manische periode. Het waren namelijk wanen. Daarna voelde ik me heel verbonden met Michael Jackson, ik dacht dat hij tegen mij sprak. Langzaam werd het erger, totdat het uit de hand liep. Ik kreeg een psychose…”

Balian is even stil.

Hij zucht. „Ik vind het moeilijk om over die tijd te praten. Het is voor mij nog steeds onwerkelijk, ook al was ik erbij. Ik ben er een tijdje heel actief mee bezig geweest, die tijd heb ik afgesloten. Mijn geest blokkeert die herinneringen.”

Hoe was je ermee bezig?

„Samen met vier andere jonge ervaringsdeskundigen begon ik een campagne over psychoses: ‘Het is nooit te laat’. We vertellen ons verhaal in een film en reizen het land door om met mensen in gesprek te gaan hierover. Omdat ik hersteld was kon ik dit doen. Ik heb de afgelopen drie jaar echt alles opnieuw moeten leren.”

Zoals wat?

„Na een maand in een psychiatrisch ziekenhuis deed ik mee met de groepslessen. Mijn geheugen werkte niet meer. Dan keek ik naar het nieuws en moest ik vertellen wat ik had gezien. Dat lukte niet. Ik leerde weer dat een vork in de besteklade hoort bij de andere vorken.”

Het is weer even stil. „Al mijn kennis was weg. Het was zo’n heftige tijd. En je weet zelf ook niet dat er iets aan de hand is…”

„Na die eerste wanen ging ik hallucineren: heel rare dingen horen. Mijn realiteit was mijn realiteit niet meer. Ik dacht een tijdje dat ik in een film speelde met Willem Holleeder, die film werd iedere dag enger, totdat ik in een soort horrorfilm zat. Toen ben ik opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en was ik een maand psychotisch. Ik voelde me angstig, dag en nacht, een hele maand lang. Ik zag alleen mijn familie en de verpleegsters. Een mede-patiënt veranderde in mijn realiteit in Dracula. Ik had complottheorieën over hoe de zuster mij probeerde te vermoorden. Toch laat je het op dat moment over je heen komen, je accepteert het. Het doet er ook niet toe. Maar nu gaat het weer over de ziekte, ik wil het hier niet te lang over hebben.”

Waarom staat dat je tegen?

„Mensen zijn bijna gefascineerd door dit aspect van de ziekte. Ik wil het juist hebben over de kracht van psychiatrische patiënten. Over hoop. Ik bedoel, veel patiënten krijgen medicijnen toegediend en kunnen uit die psychoses komen. Dan begint het echte leven weer. Om alles kwijt te raken, je kennis, al je capaciteiten, je identiteit... Je moet toch echt sterk zijn wil je daar weer bovenop komen. En toch lukt het mensen, ik vind dat zo mooi.”

En hoe deed jij het?

„Ik pushte mezelf constant, trad uit mijn comfortzone. Ik moest weer leren om de deur uit te gaan. Om naar het park te gaan. Daarna om een bar binnen te stappen. Stap voor stap. Ik leerde dat je ‘hoe gaat het’ zegt, in een gesprek. Vrij snel zag ik mijn vrienden weer. Twee maanden na mijn ontslag deed ik administratief werk bij een bevriende makelaar. Nu, drie jaar verder, ben ik er weer bovenop. Ik slik medicijnen, heb geen last meer van psychoses. Ik heb met een paar vrienden een bedrijf, we organiseren clubavonden, ik heb een vriendinnetje. Het gaat best goed eigenlijk.”

Toch nog even over toen: wat was de reactie van je omgeving?

„In het begin had niemand iets door. Het is ook lastig om zoiets te signaleren omdat we geestesziektes als iets engs en gevaarlijks zien, vaak onterecht. De drempel om er iets tegen te doen ligt daarom hoog. Dat hoeft niet zo te zijn, het hoort gewoon bij het leven. Mensen die psychoses hebben meegemaakt kunnen moeilijk werk vinden, terwijl ze juist heel gedreven zijn. Bedrijven noemen zichzelf vaak open, dynamisch, divers. Zijn ze dat wel echt? Is er wel plek voor mensen met zo’n geschiedenis?

Ik denk dat we het idee hebben dat de mens perfect moet zijn, maar dat is een utopie. Het uitstralen van perfectie is gemakkelijk. Je koopt bepaalde kleding, verzamelt bepaalde mensen om je heen. Tegelijkertijd worstelen we van binnen allemaal ook met onze identiteit, is er wel genoeg ruimte om onze zwaktes te uiten? Ik denk we moeten leren comfortabel te zijn met imperfectie.”