‘Hier geen weg’ was in tulpen te lezen in het veld

18 maart zijn verkiezingen voor Provinciale Staten. Wij bezoeken de 12 provincies, om te horen wat de zorgen van kiezers zijn. In Noord-Holland gaan die over een weg van de bollenstreek naar Schiphol.

In het bos van de Geestgronden wandelde een oude vrouw met een kinderwagen vol knuffels. Een man met oordopjes staarde op een bankje verderop zwijgend voor zich uit. Hij rook naar zware shag.

Het waren vast de associaties met deze bewoners van de aangrenzende GGZ-instelling die mijn nieuwsgierigheid naar de mysterieuze plastic zakjes hadden gevoed. De zakjes in het prullenbakje bij de nabijgelegen begraafplaats in het bos waren groen en rood. Had iemand hier zijn medicijnen stiekem gedumpt? Vooroordelen speelden op, voorzichtig maakte ik een zakje open.

Dom, natuurlijk. Het bos van de Geestgronden bleek ook gewoon een hondenuitlaatplek.

En het was al niet zo geslaagd hier. Bel je in de rest van Nederland lukraak ergens aan, dan is er vaak wel iemand thuis. Maar in de Noord-Hollandse bollenstreek is iedereen gewoon heel hard aan het werk. Tijd voor verslaggevers hebben ze niet. Zeker niet als die ze een pinnige quote willen ontlokken over hoe het voelt om op een plek te wonen waar in de toekomstplannen op de kaart een dikke rode streep staat ingetekend.

De Duinpolderweg, bedoeld om de dorpskernen tussen de N206 en de A4 te ontlasten en de aansluiting van de bollenstreek met Schiphol te verbeteren, is er nog lang niet. Of-ie er ooit komt, is de vraag. Probeer in een gemeente als Bloemendaal maar eens een weg door een achtertuin aan te leggen. Je hebt te maken met sterk georganiseerd verzet. Eloquente sprekers, in het dagelijks leven bestuurder of advocaat. Die houden het niet bij een spandoekje met ‘Duin en Polder Weg’. Of ‘Duinkolderweg’.

Na een rits routevarianten en inspraakavonden vond de provincie het welletjes. „Het stadium van kiezen is voorbij”, zei een fris geknipte gedeputeerde in 2011 in het Haarlems Dagblad. Ze pleitte voor een tracé langs duinen, over een strandvlakte en vlak langs het bos van de Geestgronden.

Een ware propagandaoorlog was begonnen.

Het budget van de provincie ging naar een professioneel geschoten filmpje met kleurrijke shots van bollenvelden waarin de noodzaak van de weg nog eens werd benadrukt. Een vrachtwagenchauffeur vertelde dat-ie in de dorpen soms maar 30 centimeter manoeuvreerruimte had en een moeder met drie kinderen liet weten hoe gevaarlijk het fietsen was met al dat sluipverkeer.

Het verzet, verenigd in acht belangenorganisaties, maakte een eigen krant en persmap om de media te bedienen. „Hier geen weg”, was in tulpen te lezen in het veld. Er werd een ‘contra-expertise’ gemaakt die nut en noodzaak van de weg in twijfel trok. Een eigen kieswijzer voor de Provinciale Statenverkiezingen toonde de kiezer op welke partij hij stemmen moest. Inmiddels is het besluit over de weg over de verkiezingen heen getild.

„Ach, het zal zo’n vaart allemaal niet lopen”, zeiden mensen die wonen op de plek waar de weg moet komen. Het plan speelt al dertig jaar. En als dan toch een dikke rode streep getrokken moet worden, kun je er beter pal onder wonen dan ernaast. Word je tenminste nog uitgekocht.

Nadat ik even later bij een pluktuin met tulpen werd aangevallen door twee grote honden, hield ik het voor gezien. „Doen ze anders echt nooit”, zei de eigenaresse. „Heb je net een hond geaaid ofzo?” „Nee”, zei ik. Pas later viel het kwartje.