Column

Gesneuveld

‘Uitgekakte politici kunnen beter vandaag sneuvelen dan morgen naar Den Haag terugkeren”, moet premier Rutte gedacht hebben – en hij voegde, zeldzaam doortastend, de daad bij het woord.

„Vind je de zaak niet zwaar opgeblazen”, schijnt minister Opstelten gisteren nog in het Torentje geprobeerd te hebben. „Je vond toch dat ik erg goed bezig was? ‘Hij zit er bovenop, full focus’, heb je nog onlangs tegen de jongens en meisjes van de pers gezegd. En nu laat je me zomaar vallen?”

„Onverteerbaar”, boerde staatssecretaris Teeven naast hem, „ik sluit een gewéldige deal met een topcrimineel, een veeleisende schoft, die ik overhaal met bijna vijf miljoen gulden genoegen te nemen, ik doe dit – dat wil ik ook nog even gezegd hebben – voor volk en vaderland en wat doe jij? Je schopt de minister de straat op met wie ik dit land de afgelopen 4,5 jaar een stuk veiliger heb gemaakt. En dat is nog daaraan toe, maar het ergste is dat ík nu ook gedwongen ben op te stappen, want zelfs aan mijn geloofwaardigheid zijn grenzen.”

„Jongens”, zou de premier toen volgens mijn bronnen gezegd hebben, „ik vind het ook allemaal belazerd, maar wat willen jullie nou? Volgende week zijn er verkiezingen en die verrekte Wilders en Bosma hangen nu al op het Binnenhof schaterlachend uit het raam. Moet de VVD soms kapot?”

„Ik had de klus zó graag met Ivo afgemaakt”, schokschouderde Teeven, „zelfs zónder Ivo zou ik het hebben aangedurfd, maar…”

„Geen sprake van, Fred”, zei de premier gedecideerd, „straks vallen er nog meer ouwe deals van jou uit die kast met gangsters, en dan kunnen we allemáál opstappen.”

Ze hebben toen nog een stevig glaasje gedronken – althans Opstelten en Teeven, Rutte hield het bij een kopje rooibos – en zijn verdrietig uit elkaar gegaan. „Ik verlies twee gedreven vakmensen”, riep Rutte hen nog na, maar ze verdwenen desondanks ontroostbaar in de schemering. Rutte liep, in gedachten verzonken, terug naar zijn werkkamer, terwijl hij zich de lastige vraag stelde: schiet mijn mensenkennis misschien te kort? Al die vertrouwelingen die hem alleen maar de grootst mogelijke narigheid hadden bezorgd: Weekers, Verheijen, Opstelten. Hoe had hij ze zó kunnen overschatten? Wat stond hem nog te wachten?

Toch voelde hij een golfje medelijden met Opstelten, die hem vroeger in de strijd met Rita Verdonk zo had gesteund; vooral dáárom had hij hem – en niet Teeven – dat ministersbaantje gegeven. Ivo deed hem de laatste tijd een beetje denken aan die lone wolf die je nu in het Noorden langs de huizen zag sjokken: eenzaam en uitgestoten op drift.

Daarna volgde die live uitgestraalde persconferentie in Den Haag. Nou ja, persconferentie was een héél groot woord. Op een persconferentie pleegt een autoriteit iets te vertellen waarna het journaille hem vragen mag stellen. In dit geval legden de minister en de staatssecretaris ieder een verklaring af, die zoveel vragen opriep dat ze aan de beantwoording maar niet eens begonnen. Ze gingen ten slotte schielijk, letterlijk en figuurlijk, door een zijdeur af.

Hoe moet het nu verder met de veiligheid van „volk en vaderland”? Stef Blok (Wonen en Rijksdienst) gaat Opstelten tijdelijk opvolgen. Daar voel ik me persoonlijk wel veilig bij. Blok kan zó chagrijnig kijken dat zelfs die halsafsnijders van IS liever een blokje zullen omlopen.