Geen persoonsgeboden budget voor kinderopvang

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: kinderopvang en zorg voor een demente ouder.

Voor het regelen van langdurige zorg heb je twee dingen nodig: veel geld (of het juiste subsidiepotje) en vindingrijkheid. Maar er zijn grenzen, vindt de Belastingdienst.

Een echtpaar met twee kleine kinderen doet een creatief beroep op de persoonsgebonden aftrek: specifieke zorgkosten die van de inkomstenbelasting mogen worden afgetrokken. De vrouw werkt vier dagen per week, de man is chronisch ziek en zijn psychiater vindt hem niet geschikt om voor de kinderen te zorgen. Die gaan dan ook twee à drie dagen in de week naar een kinderdagverblijf.

De kosten van de kinderopvang trekt het echtpaar onder de noemer ‘extra gezinshulp’ drie jaar lang af van de inkomstenbelasting. Zonder problemen. Totdat de inspecteur het jaar daarop wakker schrikt. Hij corrigeert de aangifte en telt de ruim 12.000 euro aan kinderopvang van dat jaar op bij het inkomen uit werk en woning. Ineens heeft het gezin een schuld van 5.500 euro aan de fiscus.

De rechtbank Noord-Holland steunt het standpunt van de inspecteur en stelt dat onder uitgaven voor extra gezinshulp alleen de kosten vallen die direct verband houden met de ziekte of invaliditeit van de belastingplichtige en die medisch noodzakelijk zijn. Het echtpaar voert nog aan dat de thuiszorg zelf geen hulp biedt bij de verzorging van jonge kinderen, maar daarvoor verwijst naar kinderdagverblijven. Voor de extra gezinshulp die ze nodig hadden, konden ze dus alleen terugvallen op de reguliere kinderopvang. Maar ook het Hof Amsterdam vindt het verband tussen de ziekte van de man en de kosten van de kinderopvang te ver verwijderd. De zaak wordt tot aan de Hoge Raad uitgevochten, maar het oordeel van de rechterlijke macht is unaniem: kinderopvang buitenshuis is geen ‘extra gezinshulp’ en de kosten kunnen dan ook niet worden afgetrokken als specifieke zorgkosten.