Column

Een enorme fout, die je niet mag aanvaarden

Elf jaar strijdt Gery de Cloedt (46) al tegen het plan van de Staat der Nederlanden zijn Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen onder water te zetten. Hij gaat door, al heeft de Raad van State, als hoogste bestuursrechter, eind vorig jaar in zijn nadeel beslist. „Ik begrijp het niet en ik aanvaard het niet.”

De Cloedt overweegt een gang naar de Europese rechter in Straatsburg. In ieder geval verzet hij zich met hand en tand tegen onteigening, want van vrijwillige verkoop aan de Staat kan geen sprake zijn.

Onteigenen, vindt De Cloedt, hoeft ook niet, want hij heeft een middelgroot, internationaal actief baggerbedrijf. Dus als het al onvermijdelijk is dat Nederland, op grond van een verdrag met Vlaanderen uit 2005, de zeedijk van de Hedwige weghaalt en het water van de Westerschelde het land laat overstromen, dan kan hij dat ook zelf doen, als eigenaar en beheerder van de Hedwige. Want kom hem niet aan met het excuus dat de Hedwige „aan de natuur wordt teruggegeven” en er het aantrekkelijke landschap van schorren en zeldzame vogelsoorten zal ontstaan, waarvan de officiële plannen reppen. Een slibdepot voor de haven van Antwerpen wordt het – niets meer, meent De Cloedt.

Hij laat de belendende, veel kleinere Selenapolder zien, die zijn familie in de jaren negentig aan de Staat verkocht omdat het een natuurgebied moest worden. Die heet nu Sieperdaschor, maar van een schorrenlandschap is geen sprake: we staren over een doodse rietvlakte zonder één vogel. „Op giftig slib wil niets anders groeien”, betoogt De Cloedt. „En voor zoiets zou de Hedwige, met 25 soorten struiken, 6.000 bomen en talrijke vogels moeten verdwijnen? Nu is er natuur – straks alleen een rietwoestenij.”

Zijn overgrootvader, net als Gery Brussels ondernemer, kocht in de jaren dertig van de vorige eeuw de 270 hectare Hedwigepolder, die rond 1905 definitief was drooggelegd. 25 pachters waren er en land was een stabiele belegging tegenover de conjunctuurgevoelige baggerij. Lange tijd leek het alsof De Cloedt zijn strijd zou winnen. De gemeente Hulst, de Staten van Zeeland, de provincie, de Tweede Kamer – iedereen was tegen. In 2009 en 2011 besloten twee Nederlandse kabinetten dat de ontpoldering van de Hedwige niet door zou gaan. Na hevige politieke en juridische druk uit Vlaanderen werd die beslissing steeds teruggedraaid. „Ik ben kwaad, triest, ontgoocheld”, zegt De Cloedt.

We rijden langs een veld met bomen die in 2009 zijn geplant door Kamerleden die tegen de ontpoldering actie voerden. De Cloedt heeft het bord met hun namen laten staan – sommigen kwamen uit de huidige regeringspartijen.

Waarom geeft hij de strijd niet op? „Ik werk tegen onrechtvaardigheid”, antwoordt hij. „Ik blijf tot het laatste moment hopen. Als men zich over 20, 30 jaar realiseert dat men een enorme fout heeft begaan, moet er iemand zijn geweest die dat voorspeld heeft en zijn best deed, het te verhinderen.”