Column

Durft de overheid nog wel te ondernemen?

Ondernemen zonder risico’s is als voetballen zonder bal. Geen lol an. Daarom maakte het recente rapport van de Algemene Rekenkamer over de aankoop van een omvangrijk Duits hoogspanningsnet door het Nederlandse staatsbedrijf Tennet geen indruk op me. Goed, het is de taak van de Rekenkamer om te waarschuwen. Maar stáátsbedrijven zijn ook bedrijven, dus: wie niet waagt, wie niet wint. Nederland loopt het risico dat er geld uit de schatkist moet worden gebruikt voor Duitse investeringen van Tennet. Nogal wiedes. Dat risico is de consequentie van de baanbrekende overname van Tennet in 2009. Het staatsbedrijf, een monopolist, kocht toen voor 885 miljoen euro (300 miljoen minder dan het eerste bod) een Duits net en was op slag de eerste elektriciteitstransporteur in meer dan één land van Europa. Als eerste toeslaan biedt voordelen. Hebben is hebben, krijgen is de kunst. Nederland kocht niet alleen een rol als ontwikkelaar van nieuwe kennis, als ‘schakelkast’ in de overgang naar duurzame energie, maar ook een plaats aan onderhandelingstafels over Europees energiebeleid.

Tennet en de toenmalige ministers die het groene licht voor de overname gaven, Maria van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) en Wouter Bos (Financiën, PvdA) namen bewust ondernemersrisico’s.

Zij zagen, zo blijkt uit het relaas van de Rekenkamer, de overname als een eersteklas strategische transformatie bij het ontstaan van een grensoverschrijdende elektriciteitsmarkt. Niet langer alleen nationale netten, maar ook verbindingen tussen landen. Gevolg: meer zekerheid over levering, kansen op lagere prijzen, kortom: publieke belangen worden gediend.

Over de rol van Van der Hoeven meldt de Rekenkamer mij onbekende details. Zij oefende druk uit op Bos om akkoord te gaan. Zij intervenieerde bij de verkoper, het Duitse energiebedrijf E.on, om het biedingsproces te verlengen ten gunste van Tennet. En zij zag de overname als „opsteker voor het Nederlandse bedrijfsleven” na de verkoop van Essent aan de Duitse gigant RWE. Kennelijk had ze behoefte aan tegenwicht tegen de ‘uitverkoop van Nederland’.

De Rekenkamer trekt terecht een parallel met de overname een jaar eerder van een Duits gasnet door de Gasunie, ook een Nederlands staatsbedrijf. Dat was een financieel debacle. De financiële topman vertrok, de Tweede Kamer was boos. Waarschuwingen alom. Pas op. Buitenlandse overname. Risico’s.

Maar uit angst voor fouten moet het kabinet juist nu niet op zijn handen blijven zitten. Nederland heeft zich in gas en hoogspanning opgewerkt naar een cruciale positie in Noordwest-Europa. En leergeld betaald. Nu Europa in reactie op de afhankelijkheid van Russisch gas serieuze stappen moet zetten naar gemeenschappelijke markten, kan Nederland aan de bak. Gasunie en Tennet zijn er.

Staatsbedrijf Schiphol is lichtend voorbeeld. Een zelfstandige onderneming, die samenwerkt met een Frans bedrijf inclusief aandelenbelangen over en weer en de nodige politieke verbindingen. Tennet is in essentie nu al een Neder-Duits bedrijf, maar zonder Duitse verankering met een Duitse (publieke sector) financier. Dat schuurt.

Is het kabinet klaar voor economische staatspolitiek? Niets wijst erop. De financiering van de Duitse overname door Tennet was onnodig complex en krakkemikkig. Europese allianties voor onze nutsbedrijven (Gasunie, Tennet, NS) vergen verder ook politieke stuurmanskunst. Economische staatspolitiek druist in tegen onze liberale habitat.

Maar hier moet de overheid wel een rol spelen, juist omdat naburige landen dat ook doen.