Deal met drugscrimineel die na 15 jaar bewindslieden de kop kostte

Wat ging vooraf aan het aftreden van de minister en zijn staatssecretaris? Overzicht: de veroordeling van drugscrimineel Cees H., de beslaglegging op zijn bezit, de schikking en de onthullingen daarover.

Minister Opstelten en staatssecretaris Teeven in 2012.  Foto ANP/Robin Utrecht/ Martijn Beekman

Aanleiding voor het aftreden van minister Opstelten en staatssecretaris Teeven was de financiële overeenkomst die Teeven in 2000 als officier sloot met drugshandelaar Cees H. De voorgeschiedenis.

Jaren tachtig en negentig

Cees H. werkt samen met Johan V., alias De Hakkelaar. Ze leiden een internationale drugsorganisatie en zijn actief in onder meer Canada, Portugal, België en Nederland. Ze vervoeren en verhandelen duizenden kilo’s drugs – vooral hasj – en verdienen miljoenen.

December 1993

Het Openbaar Ministerie legt beslag op enkele Luxemburgse en Belgische bankrekeningen en op een appartement in Antwerpen van Cees H.  

22 april 1994

Cees H. wordt veroordeeld tot vier jaar cel. Het Openbaar Ministerie begint een zogenoemde ontnemingsprocedure, dat kan volgens de wetgeving pas als de hoogste rechter heeft gesproken. Er moet een verband bestaan tussen het in beslag genomen vermogen en de strafbare feiten.

Zo kwam het dat officier van justitie Fred Teeven aanvankelijk dacht bij Cees H. 500 miljoen gulden te kunnen ophalen, maar dat bedrag daalde tot 6 à 7 miljoen gulden tot uiteindelijk 2,9 miljoen gulden. Die laatste daling kwam onder meer doordat een pand door een andere beslaglegger in België was verkocht.

In oktober 1994 doet H. een ontsnappingspoging uit de Bijlmerbajes waar hij zit: hij probeert met semtex een ruit op te blazen.

15 juni 2000

De ontnemingsschikking tussen H. en het Openbaar Ministerie wordt getroffen: Cees H. en zijn advocaat tekenen in juni.

Officier van justitie Teeven en Cees H. spraken af dat het geld dat de veroordeelde hasjhandelaar op bankrekeningen in Luxemburg had staan, zou worden overgeboekt naar een Nederlandse rekening. H. moest 750.000 gulden als schikking aan de staat betalen. De rest mocht hij houden. Expliciet was onderling afgesproken dat de Belastingdienst erbuiten zou worden gehouden.

Alleen was het bedrag in de tussentijd door rente wel hoger geworden: het was uitgegroeid tot 5,5 miljoen gulden. Daar ging de afgesproken 750.000 gulden vanaf, en dus kreeg H. in september 4,7 miljoen uitbetaald op de derdengeldenrekening van zijn advocaat. Deze overboekingen liepen via het Openbaar Ministerie.

Opstelten zegt daarover dat dat op verzoek van de Luxemburgse autoriteiten was. Van de feitelijke financiële afwikkeling van de overeenkomst heeft Opstelten „geen administratie beschikbaar, extern noch intern”, schrijft hij de Tweede Kamer in juni 2014.

11 maart 2014

Televisieprogramma Nieuwsuur komt met het verhaal rond Teevens schikking met H. naar buiten. De vraag is op dat moment vooral welk belang de staat had bij deze constructie: want vijf miljoen terugstorten in ruil voor 750.000 gulden is op het eerste gezicht geen goede deal voor het OM. Ook was de vraag of officier van justitie Teeven wel toestemming had van het college van procureurs-generaal voor de overeenkomst.

13 maart 2014

De Tweede Kamer debatteert met verantwoordelijk minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) over de overeenkomst, met als grote vraag of de deal van Teeven met Cees H. wel rechtmatig was. De conclusie van de overgrote meerderheid van de Tweede Kamer was uiteindelijk dat er rechtmatig was gehandeld – althans, dat er geen aanleiding was om aan te nemen dat dat níét het geval was.

In dit debat maakt Opstelten de rekensom dat Cees H. 1,25 miljoen gulden kreeg overgemaakt. H. betaalt de staat 750.000. „Een kleine 50 procent van het bedrag dat uiteindelijk in beslag is genomen, is door de staat binnengehaald via het Openbaar Ministerie”, zegt de minister.

De justitiewoordvoerders van verschillende Kamerfracties concludeerden ook dat er veel vragen open bleven na het debat. „Of de deal goed is geweest, kan ik niet beoordelen”, zei bijvoorbeeld PvdA-woordvoerder Jeroen Recourt: „We hebben de staatssecretaris van Financiën gehoord. Hij zei: we weten vooral veel niet.”

3 juni 2014

Opstelten schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat de rekensom die hij tijdens het debat maakte, niet klopt. „Mocht er de indruk zijn gewekt dat ik over exacte betalingsgegevens beschikte, dan betreur ik dat.”

Hij heeft voormalig OM-topman Henk van Brummen onderzoek laten doen – „een uiterste inspanning te leveren”, noemt hij dat – maar ook daar komt niets uit. Van Brummen sprak volgens de minister met voormalig verantwoordelijken en direct betrokkenen – op Teeven na, met hem sprak minister Opstelten zelf. Ook analyseerde Van Brummen „alle nog beschikbare documenten”.

4 maart 2015

Nieuwsuur komt met nieuwe details over de uitbetaling van het Openbaar Ministerie aan H. Het zou gaan om 4,7 miljoen gulden en het tv-programma heeft naar eigen zeggen de gegevens ingezien van bronnen bij het OM en het ministerie van Veiligheid en Justitie. Er worden in de uitzending geen documenten getoond.

Opstelten ontkent in zijn eerste reactie dat hij de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd: „Ambtenaren binnen het Openbaar Ministerie en het departement hebben geen kennis van wat bij de afwikkeling van de schikking feitelijk zou zijn overgemaakt.” 

5 maart

Een dag na de uitzending zegt Opstelten in de Tweede Kamer dat hij wel opnieuw onderzoek laat doen op zijn departement of de betalingsinformatie met de nieuwe details van Nieuwsuur misschien wel te vinden is. 

9 maart

Er is toch een (digitaal) betalingsbewijs gevonden, meldt het ministerie van Veiligheid en Justitie aan het eind van de middag: er is 4,7 miljoen gulden naar Cees H. gegaan.

Het betalingsbewijs kwam volgens het ministerie uit een financieel overzicht van betalingen die werden gedaan onder verantwoordelijkheid van het ministerie of diensten van het ministerie. Het systeem waarin het werd gevonden, werd niet meer gebruikt. Met specialistische kennis – de expertise kwam van buiten – werden de gegevens zichtbaar gemaakt. Het was volgens het ministerie een „uiterst complex reconstructieproces”.

9 maart

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en staatssecretaris Fred Teeven (ook Veiligheid en Justitie, ook VVD, oud-officier van justitie) maken hun aftreden bekend.