Arrestaties zien er lekker uit, maar ze helpen niet

We hebben greep op de criminaliteit, wil de regering laten zien. Maar geweld en corruptie blijven onbestraft.

De Tuta-tour noemen Mexicanen het. Na de arrestatie eind vorige maand van Servando Gómez, leider van het Tempelierskartel, nodigde de politie pers uit voor een rondleiding langs diens schuilplaatsen. De schuur achter een ranch waar hij sliep, vooral de primitieve grot waar zijn kleren en nog een paar goede flessen wijn lagen – het leverde mooie plaatjes op.

La Tuta (‘de leraar’) was toen al uitgebreid op tv geweest, in de bekende pose van gearresteerde drugscriminelen. Geboeid, met in zijn nek de hand van een tot de tanden gewapende politieman. Over die beeldtaal is nagedacht: Mexico heeft greep op de drugscriminaliteit.

Kort daarna werd Omar Treviño Morales gearresteerd, leider van de Zetas. De twee criminelen hebben velen van de naar schatting 80.000 doden en 23.000 vermisten op hun geweten die het drugsgeweld in Mexico heeft geëist sinds de vorige president, Felipe Calderón, in 2006 zijn ‘oorlog tegen drugs’ begon. Tonnen drugs hebben ze naar de VS gesmokkeld. Toch zijn Mexico-kenners het over één ding eens. Het ziet er goed uit, zo’n arrestatie, maar het helpt niet.

„Symbolisch gezien is dit belangrijk, want La Tuta is het gezicht van de straffeloosheid in Michoacán”, zei bijvoorbeeld Alejandro Hope, een vooraanstaande veiligheidsexpert, tegen de BBC. „Maar praktisch gezien is dit niet zo belangrijk. Het Tempelierskartel was al erg verzwakt.”

In een jaar tijd waren al drie belangrijke kopstukken van het Tempelierskartel gearresteerd. Ook het Zetas-kartel was na de arrestatie van een aantal leiders verzwakt.

Maar het afhakken van de Hydra-koppen heeft meer slangen tot gevolg. De kartels zijn de afgelopen jaren gefragmenteerd. Niet de georganiseerde, maar de ‘ongeorganiseerde misdaad’ teistert nu Mexico. Burgers hebben daar meer last van. De bendes kunnen niet langer een complete route controleren en leggen zich toe op het afpersen en ontvoeren van burgers, het stelen van delfstoffen en op mensensmokkel. De regering claimde vorig jaar dat het moordcijfer gedaald was. Maar kidnapping en afpersing namen toe.

Hoe diep de bendes in lokale overheden, politie en economie zijn geïnfiltreerd, bleek afgelopen najaar bij de verdwijning van 43 studenten uit het dorp Ayotzinapa in de deelstaat Guerrero. De burgemeester van de naburige stad Iguala had de politie gezegd de jongens, die tegen zijn bewind wilden demonstreren, aan de plaatselijke drugsbende over te dragen. Waarschijnlijk zijn ze geëxecuteerd.

‘Ayotzinapa’ leidde in Mexico tot immense verontwaardiging; nog steeds wordt regelmatig gedemonstreerd tegen het geweld, de straffeloosheid en corruptie. Het trage optreden van president Enrique Peña Nieto, die bij zijn aantreden beloofde het terugdringen van het geweld tegen burgers tot prioriteit te maken, werd wereldwijd veroordeeld. De arrestatie van de twee kartelkopstukken – juist terwijl Peña Nieto Londen bezocht om voor meer investeringen in zijn land te pleiten – lijkt een opsteker voor hem.

Maar Mexicanen, bitter over de corruptie, kijken hier doorheen. Nog steeds heeft hun bestuurselite een januskop, vinden velen. Onkreukbare zakenlieden vóór de schermen, erachter tactisch gebruikmakend van de terreur die criminelen zaaien.

Sommigen vermoeden zelfs in de twee arrestaties een opzetje: ze vallen immers precies in de weken dat de regering op justitie en in het hooggerechtshof omstreden mensen wil benoemen die met duizend draden aan Peña Nieto en zijn partij vastzitten.

Op Twitter werd de afgelopen dagen in Mexico veelvuldig een cartoon gedeeld. „Ze hebben een nieuwe video getoond van de arrestatie van La Tuta”, zegt de ene Mexicaan tegen de andere. „Zag je hoe hij de regering geld gaf?”, reageert die. „Nee, hij gaf de regering lucht.”