Aftreden Opstelten en Teeven kon niet langer uitblijven

Onverwacht qua tijdstip maar overigens onvermijdelijk en terecht. Zo valt het aftreden van de VVD-bewindslieden Opstelten en Teeven op Justitie gisteravond te karakteriseren. De minister begreep op tijd dat zijn geloofwaardigheid in de kwestie ‘Cees H.’ in de Tweede Kamer en bij het publiek tot het nulpunt was gedaald.

Minister Opstelten had zichzelf daarover in eerdere debatten op kenmerkende wijze in de problemen gebracht. Namelijk door zeer stellige mededelingen te doen, vertrouwend op zijn positie en zwaar leunend op het aanzien van het ambt. Het was dezelfde Opstelten die bij eerdere heikele kwesties zich breed placht te maken en dan constateringen deed als: ‘Het was niks, het is niks en het zal niks worden.’ Wat daarna dan nog moest blijken.

Gisteren bleek hoe riskant dat is. Wat de minister de Kamer eerder in deze kwestie had verteld, bleek flagrant onjuist. Zondag werd hier in een oud computersysteem een digitaal bewijs voor gevonden. Waarna de minister in zijn hemd stond. Wat diverse advocaten en media met Nieuwsuur voorop, eerder meldden en de minister pertinent tegensprak, bleek juist. Het parket had in 2000 een bedrag van 4,7 miljoen gulden aan een crimineel overgemaakt. En niet 1,25 miljoen, zoals de minister steeds had gezegd. Daarmee zakte het hele kaartenhuis van geacteerd gezag, autoriteit en retoriek dat Opstelten in de afgelopen jaren opbouwde in elkaar.

De conclusie van staatssecretaris Teeven gisteren dat zijn aftreden behalve staatsrechtelijk de gewoonte, hier ook politiek is bedoeld, is eveneens correct. Ook zijn gezag en geloofwaardigheid waren weg. Over de schikking met de crimineel bestaan immers nog steeds vragen. Teeven probeerde zich in zijn ontslagverklaring nog snel te verdedigen. Intussen weten publiek en parlement nog altijd niet of Teeven meer wist, mogelijk alles wist en of hij naliet er de minister over in te lichten. De kwestie zelf is dus niet opgehelderd en blijft als een wolk boven het kabinet hangen. Het gaat niet over niks: hulp bij witwassen door de overheid. Namelijk door een crimineel miljoenen te betalen, met opzet buiten de fiscus om, met hulp van het Openbaar Ministerie in de persoon van Teeven zelf.

Opstelten en Teeven presenteerden zich in hun periode als klassieke ‘law and order’-politici, die echt geloven in repressie en streng straffen, meer dan in preventie. Veiligheid voor de burger en solidariteit met het slachtoffer – dat was hun boodschap. Dat leidde tot een mediagedreven retoriek van ‘aanpakken’ en ‘meer blauw op straat’. Intussen werd op het Openbaar Ministerie, het gevangeniswezen en de advocatuur scherp bezuinigd. De vorming van de Nationale Politie was hun belangrijkste prestatie.