Column

Waanzin

Een vriend belde mij om drie uur ’s nachts met de boodschap dat hij gek werd. Zijn hart voelde ‘gestenigd’ en hij trilde. Hij wilde bovendien naar haar huis fietsen om te smeken of ze hem nog heel even wilde vasthouden. ‘In ieder geval tot het trillen stopt.’ ‘Haar’ en ‘ze’; dat was zijn ex, sinds een dag. Ik wilde zijn gevoelens niet bagatelliseren, maar het klonk als klassiek liefdesverdriet, althans zoals dat al eeuwen beschreven wordt.

Hij klaagde dat liefdespijn in de literatuur vaak tot zelfmoord leidde, maar zijn toestand leek niet vergelijkbaar met die van Anna Karenina of Werther. De tragische helden van Tolstoj en Goethe moesten hun verlangen en verdriet uit eergevoel maskeren, terwijl mijn vriend om drie uur ’s nachts net zolang rondbelt tot er iemand opneemt. En anders is er altijd nog de 24/7-crisislijn Online113.

Waanzin is het thema van de Boekenweek. Vrijdag was het Boekenbal en schrijver Maarten Biesheuvel betrad het podium. Twee jaar geleden was hij bij de Boekenweekspecial van DWDD met Adriaan van Dis te zien. Toen huilde hij bij het voorlezen van zijn eigen verhaal, ‘Brief aan vader’. Het was kwetsbaar. Misschien te kwetsbaar in een tijd waarin zelfregie de enige legitieme machtsverhouding is. Spontaniteit wordt alleen aantrekkelijk gevonden wanneer die met voorbedachten rade wordt ingezet.

Nu vertelde de 75-jarige schrijver over de dag dat hij naar de inrichting ‘Endegeest’ werd gebracht. Biesheuvel verbeeldde zich namelijk dat hij Jezus was, want die was goed in zijn pr en had alle aandacht. Een wensdroom, maar hij stond er niet alleen voor: in de inrichting zaten twee Prinsen Bernhard. „Ze zochten meisjes om mee naar bed te gaan, net als de echte.”

Biesheuvel stond op het podium, zijn handen trilden, niet van de zenuwen. Hij begon te zingen. Er leek nog een staart aan zijn verhaal te komen, over het gesticht en de pillen in zijn vanillevla. Hij leek zijn spanningsboog goed te hebben voorbereid en concentreerde zich daarop. Maar de presentatie maakte zich zorgen om de tijd en het publiek hielp door vervroegd te applaudisseren. Al zingend werd hij het podium afgeleid.

Wie zich niet laat regisseren is geniaal of gek. Voor de zekerheid werd de twijfel weggeklapt.

Bij de bar tikte ik een bekende journalist aan, om haar ergens mee te complimenteren. Ze drukte me iets in de hand. Een foto van zichzelf – haar visitekaartje. Ze zei: ‘Ik ben praktisch ingesteld.’ Dat waardeerde ik wel. Ze benoemde haar gedrag en dat maakte het normaal.

Zo suste ik ook mijn vriend: zolang je zegt dat je gek wordt, ben je het niet.