Rotterdamse scholenkoepel te groot voor een bankroet

Zeven jaar geleden verzelfstandigde de gemeente Rotterdam het openbaar onderwijs. Nu moet de onderwijsstichting met kunstgrepen overeind worden gehouden. Hoe kon het zo misgaan?

Het Wolfert Lyceum en scholengemeenschap Melanchthon in Lansingerland. Het Wolfert Lyceum is een school van de stichting BOOR.  Foto’s Walter Herfst

Het openbaar onderwijs in Rotterdam moest weg onder het juk van de gemeente, die tientallen openbare scholen in de regio Rijnmond beheerde en controleerde. Het was zakelijker, moderner én goedkoper om deze scholen in één koepel samen te voegen. En die op eigen benen te laten staan, zo was de heersende gedachte een decennium geleden.

Zo creëerde Rotterdam in 2008 de Stichting BOOR (Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam). De stichting met 82 scholen kreeg een ‘bruidschat’ van 26 miljoen euro mee. Rotterdam hoopte zo de nauwe banden met het openbaar onderwijs door te snijden.

Maar nu, zeven jaar later, is BOOR in feite verre van zelfstandig – zo blijkt uit interne correspondentie tussen het BOOR-bestuur en de afdeling financiën van de gemeente. De scholenkoepel, die onder verscherpt financieel toezicht staat bij de Onderwijsinspectie, heeft eind vorig jaar 3,2 miljoen euro aan subsidiegeld vervroegd ontvangen van de gemeente. Omdat er liquiditeitsproblemen waren, zo blijkt uit vertrouwelijke documenten.

Zonder het geld kon BOOR in december salarissen en de eindejaarsuitkeringen van docenten en medewerkers niet volledig betalen. De subsidie zou eigenlijk in januari gestort worden. Het geld is, zo blijkt uit de subsidiebeschikking, bedoeld voor zaken als leerlingenvervoer, conciërges en ouderbetrokkenheid. De 3,2 miljoen maakt deel uit van een pakket van bijna 16 miljoen aan subsidie dat Rotterdam voor dit schooljaar aan BOOR betaalt. Het bedrag moet de koepel besteden aan verbetering van het onderwijs. De gemeente eist bijvoorbeeld van de scholen die gebruik maken van subsidies van het Rotterdams Onderwijsbeleid dat de scores van leerlingen voor taal en rekenen omhoog gaan.

Uit de vertrouwelijke documenten blijkt bovendien dat BOOR in 2013 ook al subsidiegeld vervroegd liet uitbetalen. Het is niet verwonderlijk dat de gemeente hier aan meewerkt; de megakoepel met 30 duizend leerlingen, bijna 4 duizend medewerkers en 140 onderwijslocaties is too big to fail. Niemand zit te wachten op 82 failliete scholen in het basis-, voortgezet- en speciaal onderwijs.

Het naar voren halen van de subsidie kan dit jaar, in 2015, een probleem creëren. Een woordvoerder van de Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jong zegt dat de 3,2 miljoen euro niet voor andere doeleinden mag worden gebruikt. „De scholen worden afgerekend op basis van de prestatievoorwaarden.”

Didier Dohmen, financieel bestuurder bij BOOR, zegt dat het schuiven met subsidies „niet zijn voorkeur” had, maar dat hij niet anders kon. Hij werkt aan een constructie die hem de komende tijd lucht moet geven. Hij wil ‘schatkistbankieren’: niet meer bij de bank lenen maar bij het ministerie van Financiën, en daarmee Rotterdam tevreden stellen. „Wij zijn in gesprek over het verruimen van onze limiet van 7,5 miljoen naar 25 miljoen euro. Dat zijn complexe onderhandelingen, want de gemeente moet garant staan.”

Complicerende factor volgens Dohem is dat BOOR sinds 2013 onder verscherpt financieel toezicht bij de Onderwijsinspectie staat. De inspectie constateerde vorig jaar dat de scholenkoepel in 2013 kampte met „zeer ernstige liquiditeitsproblemen”. Met een voorschot van bijna 4 miljoen euro op de zogenoemde Najaarsakkoordgelden van het ministerie van Onderwijs werd toen de grootste financiële nood gelenigd.

Dohmen is vooral problemen uit het verleden aan het oplossen. Zo boekte BOOR in 2011 en 2012 respectievelijk 15 en 12,5 miljoen euro verlies. Het eerste probleem is volgens de inspectie „de relatief hoge gemiddelde leeftijd van het onderwijzend personeel en het hoge ziekteverzuim”.

Daarnaast is de financieel bestuurder druk doende grip te krijgen op de administratie en moet hij een fraudezaak uit 2011 rond het hoofd huisvesting tot een goed einde brengen. Deze Arnold R. speelde onder één hoedje met externe adviseurs, die hoge rekeningen naar BOOR stuurden.

De precieze toedracht van de fraude is tot op heden onduidelijk, onder meer omdat de hoofdverdachte nog niet voor de rechter is gekomen. Maar de zaak heeft in ieder geval geleid tot hoge juridische kosten voor de scholenkoepel, en een aantal schikkingen met adviseurs die ten onrechte van wangedrag waren beschuldigd.

Dure schoolgebouwen

Het vorige bestuur, onder leiding van de later opgestapte Wim Blok, had in de jaren na de verzelfstandiging andere prioriteiten. Blok reisde de hele wereld af als ambassadeur van het Rotterdamse onderwijs, en de scholenkoepel liet opvallende – en dure – nieuwe schoolcomplexen neerzetten.

Het is een geluk voor BOOR dat die kosten vooral op de gemeente drukken, die verantwoordelijk is voor de gebouwen. Bij de koepel waren het de haperende administratie en gebrek aan aandacht voor financiën die tot hoge tekorten leidden, concludeerde oud-PvdA-leider Job Cohen. Die onderzocht in 2012 de financiële problemen bij BOOR. Volgens hem was de verzelfstandiging goed geweest, maar had de gemeente meer toezicht moeten houden. Hij verbaasde zich over het feit dat jaarverslagen geen onderwerp van gesprek waren en begrotingen vaak te laat werden ingediend, zonder dat het stadsbestuur ingreep.

 

Naschrift (10 maart 2015): In een eerder versie van dit artikel stond in het fotobijschrift ten onrechte dat scholengemeenschap Melanchthon onderdeel is van stichting BOOR. Dat geldt alleen voor het Wolfert Lyceum. In bovenstaande tekst is dat hersteld [red.].