Parade van vrouwelijk talent mist duidelijke harde kern

„Mannen willen ons er nooit bij hebben”, merkt cabaretier Sanne Wallis de Vries met vrolijke vinnigheid op halverwege de literaire en muzikale variétévoorstelling Dansen op een glazen plafond. „Wees nu maar eerlijk. De enige uitzondering vormen broertjesachtige vrouwen, die tellen wel mee.”

Bijna twintig van deze ‘broertjesachtige vrouwen’ verzorgen deze parade van muziek, poëzie, tapdansen en het Nederlandstalige lied onder de artistieke begeleiding van Corrie van Binsbergen. Op de jazzy klanken van piano, viool, gitaar, cello, baritonsax en zelfs harp treden diverse dichters en schrijvers op.

Esther Gerritsen maakt indruk met licht-ironische columns waarin ze fraai varieert op het thema tijd. Haar ingetogenheid krijgt een zacht ruisende verklanking waarna de muziek onstuimig wordt bij de gedreven performance van Ellen Deckwitz. Indruk maakt ook Anne Vegter met aangrijpende gedichten over vluchtelingkinderen die hun land moeten verlaten. Schitterend van dictie en ritmiek, muzikaal van taal. Hier bereikt de klankrijkdom van het orkest grote hoogte. Dat geldt ook voor de begeleiding van het meeslepende lied Ga maar vast vooruit door Frédérique Spigt.

Hoe treffend alle optredens ook zijn, het programma als geheel is onevenwichtig. Vegters optreden is feitelijk te kort en de reden waarom deze variété per se een voorstelling door exclusief vrouwen moet zijn, blijft verhuld. Het bevat geen pleidooi voor de vrouwelijke stem, om het zo te noemen. Wat ontbreekt is een harde kern. Maar desondanks: geweldig, zoveel talent.

    • Kester Freriks