Ouderwets genieten in de Galgenwaard

FC Utrecht ging begin dit jaar door een ellendige fase met veel tegenslag. Gisteren was het met de 6-2 zege op AZ weer genieten in de Galgenwaard.

Spelers van FC Utrecht bedanken het publiek in stadion de Galgenwaard na de 6-2 zege op AZ. Foto ANP

De kok van Eetcafé Bram in de Biltstraat te Utrecht gaat deze zondag een drukke avond tegemoet. Tegen de gewoonte in wordt niet één speler van FC Utrecht getrakteerd op een diner na de wedstrijd tegen AZ, maar heel het elftal. „Wat een middag”, roept de speaker in stadion de Galgenwaard. Fans staan op de banken als de spelers een ereronde maken na de klinkende overwinning (6-2). Bravo!

Dit is voor even ultiem geluk. Vooral voor Kristoffer Peterson, die zijn rentree maakt na een kaakblessure en meteen een heerlijk doelpunt maakt. De Zweed kan weer juichen. Letterlijk en figuurlijk. „Heel fijn dat hij zo’n goal maakt na dat vervelende incident”, zegt trainer Rob Alflen.

Dat incident doet herinneren aan de ellendige eerste twee maanden van 2015. Sportieve tegenslag, een verduistering van duizenden euro’s op kantoor en een vechtpartij op de training: het is een woelige fase zoals FC Utrecht die eens in de zoveel jaar kent. „Ik was alleen maar bezig met brandjes blussen”, zegt algemeen directeur Wilco van Schaik.

Trainer Rob Alflen had het die dagen zwaar: „Ik was veel sneller moe. Moest mezelf echt dwingen om me te concentreren op tactiek. Altijd was er wel iets of iemand waardoor je aan de randzaken dacht.”

Alflen is wat ze noemen een clubman. Geboren Utrechter, voormalig speler van de club en sinds jaren werkzaam binnen de technische staf van FC Utrecht. Eerst als assistent en sinds het vertrek van Jan Wouters (zomer 2014) als hoofdtrainer. Alflen in een notendop: guitige oogopslag, recht voor zijn raap en altijd in voor een gebbetje. Type fijne gozer. Terwijl RTV Utrecht hem vrijdag interviewt na de training, neemt hij rustig een slok van zijn koffie.

Les geleerd

Toch was hij begin februari de kop van Jut. Columnisten vonden dat hij daadkrachtiger had moeten optreden na het trainingsincident tussen Anouar Kali en Kristoffer Peterson, op 29 januari. Kali sloeg Peterson een gebroken kaak na een woordenwisseling. Onacceptabel, vond ook Alflen, maar het gebeurde in het heetst van de strijd. In overleg met de directie volgde een geldboete. Daarna: zand erover.

„Een foute beslissing”, zegt directeur Van Schaik. Hij had Kali moeten schorsen. Nu deed de speler drie dagen na de kaakslag gewoon mee in het thuisduel met PEC Zwolle, waarin eigen fans hem uitfloten.

Daarvoor wist Van Schaik al dat hij een fout had gemaakt. Daags na het opleggen van de boete kreeg hij trainingsbeelden te zien die veel erger waren dan hij had gedacht. „De les is dat we een beslissing wilden forceren voor het weekend, zodat de aandacht weer op de wedstrijd kon worden gericht. Ik had de speler op non-actief moeten zetten en een paar dagen moeten nadenken over een passende straf.”

Die sanctie – drie duels schorsing – kwam er na het weekeinde alsnog. Omdat zowel Van Schaik als trainer Alflen vond dat hij zichzelf anders niet recht in de spiegel kon aankijken. „Soms moet je je kwetsbaar opstellen”, zegt Van Schaik.

Hij verkiest transparantie boven terughoudendheid. Hij is eerlijk over eigen blaam, de harde saneringsoperatie bij FC Utrecht en de spitsige Maserati waarin hij rijdt. Op supportersites klinkt gemor. De directeur van een nog altijd verliesgevende voetbalclub die zich verplaatst in een prijzige sportauto: onverantwoorde luxe.

„Maar het is gewoon een sponsordeal”, zegt Van Schaik. De club had de mogelijkheid om de exclusieve autodealer Louwman te binden als sponsor. Broodnodige inkomsten, onder voorwaarde dat de bestuurstop van FC Utrecht (Van Schaik en eigenaar Frans van Seumeren) een exclusievere leaseauto gingen rijden. Van Schaik: „Dat wilde ik alleen als we niet meer leasekosten kwijtwaren dan aan onze voorgaande Skoda’s. Dat werd geregeld.”

Hij let op de centen. FC Utrecht maakt nog altijd verlies, maar al minder dan de afgelopen jaren. Vorig jaar nog 13 miljoen euro, nu 3,6 miljoen. Van Schaik heeft flink bezuinigd sinds hij in 2011 de marketingwereld verruilde voor het voetbal. Hij dunde de selectie uit, ontsloeg (kantoor)personeel en verkocht uitblinkers.

Om die reden heeft de club onlangs ook banneling Anouar Kali voor een half miljoen verkocht aan Al Arabi in Qatar. Hij was een van de betere spelers, maar dit was een buitenkans, helemaal na het incident.

Coach Alflen heeft begrip voor die handelwijze. Fans soms wat minder. Zij lijken te verwachten dat Utrecht jaarlijks Europees voetbal haalt. „Dat we telkens bij de eerste zes eindigen. Maar dat is niet reëel met dit team. Dan moet alles mee zitten.”

Dat zit het dit jaar niet, met als gevolg dat de druk toenam. Alflen ervoer dat vooral toen hij na de winterstop maar één punt behaalde uit vijf duels. „Mijn hoofd heeft al op het hakblok gelegen. Maar dat is ook Utrecht, hè. Zo snel als het erop ligt, zo snel is het er ook weer af.”

Samen overnachten

De ommekeer kwam na de zege op FC Dordrecht (6-1) van drie weken geleden. De nacht ervoor had de ploeg doorgebracht in hotel Van der Valk in Vianen. Samen eten, voetbal kijken en praten. Alles met het oog op saamhorigheid en concentratie. Nadien heeft de club niet meer verloren.

De overnachting zou vorig seizoen haast ondenkbaar zijn geweest. „Ik had nog geen euro voor een draaiorgel buiten het stadion”, schetst Van Schaik de situatie. Inmiddels heeft hij al meer mogelijkheden. Stap voor stap kan hij zich richten op datgene wat al lang in zijn hoofd zit: „Het uitvinden van voetbal 3.0”.

Beschouw het als een concept waarmee hij de verminderde belangstelling voor het voetbal wil tegengaan. Van alle eredivisieclubs heeft FC Utrecht procentueel de meeste lege stoelen. Van de 23.000 plekken in de Galgenwaard zijn er gemiddeld 16.000 bezet. Tegen AZ waren het er meer: 18.000. Wie er was, had een topdag.

Het stadion is eigenlijk iets te groot, stelt Van Schaik. „Mensen hebben tegenwoordig meer keuzes in hun vrije tijd. Vroeger ging supporterschap van vader op zoon. Nu hoor ik ouders zeggen dat hun kind niet mee wil naar het stadion. Daarbij is Utrecht een forenzenstad, met veel stemmers voor D66 en GroenLinks. Niet direct voetbalpubliek. De club heeft ook meer seizoenkaarthouders buiten de stad.”

Om „klanten te binden” wil hij dat Utrecht straks meer biedt dan alleen voetbal. „Neem Manchester City. Daar hebben ze een twee uur durend programma voor de wedstrijd. Buiten een promenade met reuring, binnen schermen met interviews, voorbeschouwingen en beelden uit de kleedkamer. Daar moeten wij ook heen.”

Laat de romanticus het niet horen. Stadionbezoek, dat is toch vooral een gehaktbal in de rust, lauwe koffie en een goede grap op de tribune. Maar het is net als met het tweede scherm bij televisiekijken, zegt Van Schaik: mensen willen meer. Hoewel goed voetbal leidend is in hun beleving.

Zondag zal iedereen zich kostelijk hebben geamuseerd in de Galgenwaard. Het was ouderwets genieten. Nog even en er bestaat ook zoiets als nieuwerwets genieten.