Nieuwe liedcyclus klinkt als eerbetoon aan ‘Letzte Lieder’

Alsof de muziek altijd al had bestaan, zó klonk zaterdag de Nederlandse première van de liedcyclus Ich denke Dein van Rolf Martinsson (1956), ‘composer in residence’ van het Nederlands Philharmonisch Orkest. De Zweed kreeg de opdracht voor zijn honderdste compositie van orkesten uit Zürich, Amsterdam, Helsinki, Gotenburg en Londen. De vijf liederen op teksten van Rilke, Eichendorff en Goethe kwamen tot stand in nauwe samenwerking met sopraan Lisa Larsson, die zich duidelijk in haar element voelde.

Het resultaat, gepresenteerd als ode aan de poëzie en de soliste, is in feite eerbetoon aan de Richard Strauss van de Vier letzte Lieder (1949). Deze nieuwe liedcyclus had ‘Fünf noch letztere Lieder’ mogen heten. Brede en soms overweldigende orkestrale lijnen, vaardig en transparant gecomponeerd, omringen de ijle hoge zangstem.

Terloops wordt het Sprechgesang van Schönberg aangestipt, er zijn fraaie soli voor viool en cello, het slot is pompeus. De zwoele en aangrijpende verfijning van de echte Strauss blijft een fata morgana.

Leuk dat Martinsson zoiets kan, goed dat het Nederlands Philharmonisch Orkest dit onderbrengt in een programma met alleen maar eerbetoon. Het kwikzilverige Le tombeau de Couperin van Ravel en de stevig uitgevoerde Symfonie nr. 3 ‘Eroïca’ van Beethoven, die de opdracht aan Napoleon wegkraste, toen hij zichzelf tot keizer kroonde.