Lust per contract in uiterst vertraagd ‘Hotel Malaria’

Langzaam zweeft een balk licht omhoog. Als het donker optrekt staat er een oudere man. Hij ontdoet zich van zijn jas en slaat met een bijl in op een stuk boomstam. De jonge vrouw die even later verschijnt biedt hij aan zich op te frissen in de badkamer. Hij beschrijft hoe ze in de kamer neerstrijkt, „als een vlinder”. Zij spreekt over zijn ogen, hoe hij haar plots vol kan aankijken, „doorheen mijn vel, doorheen mijn spieren”.

De man en vrouw hebben een contract voor deze ontmoeting. Zij stelt dat hij haar moeten dwingen. Het oeuvre van de Vlaamse schrijver Peter Verhelst is doortrokken van zulke raadselachtige contacten tussen man en vrouw en Hotel Malaria vormt een nieuwe tak. In zijn regie is het een uur van opperste concentratie geworden, een poging de scène stil te leggen: nauwelijks beweging, weinig licht, gedempte stemmen. Twee mensen en verlangen dat zich los worstelt. Uit „de hel” van jezelf kruipen, zegt de man, met behulp van een ander lichaam.

Blikvanger is de man, Bert Luppes, die met zijn bezwete, ontblote bovenlijf oogt als een knoestige stronk, de haren op zijn kalende schedel plakkend op zijn voorhoofd. De paar passen die hij zet, voert hij in slow motion uit, hoekig.

Tegenover hem is Lien Wildemeersch louter gladde, begeerlijke jeugdigheid. Hij heeft zijn leven op een vrouw als zij gewacht en nu droomt hij van „slissend vlees op vlees”. Als het tot fysiek contact komt, is dat als een abstracte dans. Van zijn rug rolt zij af, waarna hij zelf de rust vindt om te blijven liggen.