Koenders en Hennis laten zich bijpraten in Afghanistan

Minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken, minister Jeanine Hennis van Defensie en de Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp laten zich in Afghanistan voor het eerst ter plaatse bijpraten over de activiteiten die erop zijn gericht om hogere Afghaanse functionarissen van leger en politie te adviseren. Foto ANP

Ministers Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en Jeanine Hennis (Defensie) hebben vandaag in Afghanistan een bezoek gebracht aan de Nederlandse militairen die daar meedoen aan de nieuwe NAVO-missie. Het was de eerste keer dat de ministers zich ter plekke lieten bijpraten over de activiteiten van de Nederlanders.

De ministers werden vergezeld door de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, in de noordelijke stad Mazar-e-Sharif. Sinds begin dit jaar zijn er ongeveer honderd Nederlandse militairen actief. Het gaat om adviseurs, medisch en logistiek personeel, beveiligers en een transporteenheid.

Missie Resolute Support

Nederland is een van de 28 NAVO-landen die een bijdrage leveren aan Resolute Support, zoals de missie heet. Hennis zei tijdens het bezoek dat een goed functionerend leger en politieapparaat noodzakelijk zijn voor het herstel van een rechtsstaat:

“De aandacht gaat nu vooral uit naar de strijd tegen ISIS, maar ook u werkt hier dagelijks aan een veiliger omgeving. Dat verdient ons groot respect. We willen niet dat Afghanistan opnieuw een vrijplaats wordt voor terroristen.”

Hennis keek samen met Koenders toe hoe Afghaanse politiemensen en militairen werden geïnstrueerd. Ook spraken ze met Afghaanse politievrouwen. Koenders toonde zich tevreden over de vooruitgang die in de afgelopen jaren is geboekt.

“De levensverwachting is met sprongen gestegen en bijna 50 procent van de scholieren bestaat uit meisjes. In 2002 waren dat er vrijwel geen.”

Afghanen zelf verantwoordelijk voor veiligheid

De Afghanen zijn sinds januari zelf verantwoordelijk voor de veiligheid in hun land. In de afgelopen ruim dertien jaar zorgde een internationale troepenmacht daarvoor. Nederlandse militairen waren eerder actief in de Afghaanse provincies Uruzgan en Kunduz. Koenders zei:

“Afghanistan blijft voor Nederland van strategisch belang. Onze mensen doen belangrijk werk, in nauwe samenwerking met de Duitsers. Na onze inzet vroeger is ons voornaamste doel nu dat Afghanen zelf de verantwoordelijkheid overnemen.”