Het rijpe meesterschap van Maria Milstein verbluft

Violiste Maria Milstein foto marco borggreve

Nederland is een bloeiend vioolland. Op microniveau bewijst onze vioolcultuur zelfs het ongelijk van wie meent dat een hoge top in de kunsten kan ontstaan zonder brede basis ofwel vruchtbare humuslaag.

Neem pedagoog Coosje Wijzenbeek, onmisbare steunpilaar van jong Nederlands viooltalent. Onder haar strenge leiding bloeit de ene na de andere violist op. Janine Jansen is het beroemdste voorbeeld, maar ook Rosanne Philippens – in 2009 winnares van het Nationaal Vioolconcours – was een Wijzenbeek-leerling.

Philippens (1986) is een verhalenverteller, iemand die met vuur de muziek wil ontsluiten waarin ze zelf gelooft. Zoals die van Karol Szymanowski. Diens Vioolconcert hoor je nog wel eens, maar de kleurrijke, onstuimige en mysterieuze Myths waaraan haar cd de titel ontleende?

Philippens en pianist Julien Quentin zetten in op illustratieve kracht – niet op gepolijstheid. De toon van haar spel kan soms nóg iets stralender, maar Philippens is zonder enige reserve een vioolsoliste van wie een enorme communicatieve drive uitgaat. En waar begint de overdracht van muziekliefde anders dan daar?

Violist Bob van der Ent (1982), oud-leerling van Jan Repko en Vesko Eschkenazy, bezit een ander, wat introverter muzikaal karakter. Hij koos Paganini’s duivelse 24 caprices voor zijn debuut-cd en speelt die feilloos en met overgave. Maar zijn Paganini is ook erg stevig, en in de lyrische passages mis je dan toch de nuances die op het muzikaal palet van andere violisten die de zeer veeleisende caprices opnamen, wél voorkomen (Kagan, Kavakos en Perlman om er een paar te noemen).

Nee, dan Maria Milstein (1985). Bij haar vertoef je vanaf de eerste, roerige maten van Poulencs Vioolsonate (1942/’43) in een andere wereld. De in Moskou geboren maar in Frankrijk en Nederland getogen Milstein – ook bekend als lid van het geweldige Van Baerle Trio – speelt op haar eigen debuut-cd Sounds of War met soevereine kracht . Een kernachtige sprankeling in haar toon grijpt je meteen bij de lurven . In intense muzikale dialoog met pianiste Hanna Shybayeva neemt ze volop risico en laat vanuit meesterschap rafelrandjes toe die een grote diepte aan de emotionaliteit toevoegen. Ook in Prokofjevs Eerste vioolsonate laten Milstein en Shybayeva je regelmatig naar adem happen. Beukend onheil waar de vonken vanaf spatten (Allegro brusco) stut de wat griezelige intimiteit van het Andante – door Milstein neergezet in brede en intense maar toch lichte streken.