Haiders onbetaalbare erfenis

De door affaires omgeven bank Hypo Alpe Adria bracht haar probleemkredieten onder in een ‘bad bank’. Oostenrijk laat die bank nu gecontroleerd omvallen.

Boven: het hoofdkantoor van Hypo Alpe Adria in Klagenfurt, de hoofdstad van Karinthië.Onder: deparlementaire commissie die de val van de Oostenrijkse bank onderzocht. Foto’s Reuters, EPA

Een winkelcentrum in Sarajevo. Een motorjacht met drie badkamers, in Kroatië. Een berghelling aan de Montenegrijnse kust, waar Britten en Russen tweede huizen hebben.

Wie wil begrijpen waarom de Oostenrijkse bank Hypo Alpe Adria onderuitging, moet even kijken op de website van Alpe Adria Assets. Daarop staan talloze bizarre eigendommen waar de bank nu vanaf wil. Ze kwamen in bezit van Hypo sinds de bank begin jaren negentig besloot om van een slaperig hypotheekbankje in Karinthië een grote Europese speler te worden. Werkterrein: het voormalige Joegoslavië. Volgens een voormalige bankbestuurder kreeg „elke Joegoslaaf op twee benen” krediet van Hypo, als hij wilde. Als onderpand accepteerde de bank elke auto, elk appartement, elke boot.

Het Hypo-verhaal is fascinerend. Hoewel het typisch Oostenrijkse trekjes heeft, staat het grosso modo voor wat er misging met de Europese banken. Het toont de overmoed en anything goes-mentaliteit van afgelopen decennia, toen politici en toezichthouders banken de grens over lieten gaan voor ‘expansie’ en hen volledig de vrije hand lieten. Hypo laat ook zien waarom de Europese bankencrisis nog altijd voortwoekert: betrokkenen dekken de problemen toe, in plaats van ze op te ruimen. Zo wordt de schuld steeds groter.

Hypo was begin jaren negentig in handen van Karinthië. Alle leningen die ze verstrekte, waren door de provincie gedekt. Als er wat misging, zoals bij Hypo Tirol, was de schade te overzien. Na de val van de Muur veranderde dat. Hypo in de Karinthische hoofdstad Klagenfurt kreeg een nieuwe manager, iemand met connecties met de regerende conservatieve partij, die als motto had ‘Sterven of groeien’. Hij zag hoe banken als Raiffeisen en Erste zich in de ‘nieuwe’ markten in Oost-Europa stortten en daar sloten geld verdienden. Dat wilde hij voor Hypo ook. In Tsjechië, Hongarije en Slowakije zaten al anderen. Dus ging Hypo onontgonnen gebied in: voormalig Joegoslavië. Met hulp van Karinthische en Joegoslavische politici mocht zij grote projecten financieren. Smeergeld bezegelde elke deal. Een paar jaar later was Hypo behalve de zesde bank van Oostenrijk ook de grootste van Joegoslavië. Tussen 1992 en 2004 schoot het balanstotaal van 1,9 naar 17,8 miljard euro.

Haiders bank

In 1999 werd Jörg Haider, de leider van de rechts-populistische FPÖ, gouverneur in Karinthië. Hij pushte Hypo op de Balkan als geen ander. In ruil financierde Hypo Haiders campagneprojecten, die bijna altijd meer kostten dat ze opleverden, zoals de renovatie van een kasteel en een peperduur podium voor muziekfestivals. Ook dwong Haider de bank te investeren in een luchtvaartmaatschappij die meteen failliet ging. Karinthië stond garant. Jarenlang werden de boeken niet gesloten. Als nationale toezichthouders vragen stelden, beriep Haider zich op de budgettaire autonomie van Karinthië – al was de staat eindverantwoordelijk. In 2004 stapte Haider in de Oostenrijkse regering, met de conservatieven die er al sinds 1956 in zitten. De minister van Financiën én de banktoezichthouder waren FPÖ’ers. Zij knepen hun ogen dicht.

Haider verkocht Hypo in 2007 aan de bank BayernLB uit München. De matchmaker, een Karinthiër, factureerde 6 miljoen (eerst vroeg hij 12). Later, voor de rechter, legde hij uit dat tweederde naar politici van regeringspartijen ging. BayernLB, een Landesbank, had ook nauwe banden met de politiek. Ze wilde, zoals Hypo zelf destijds, desperaat meedoen aan de Balkan-bonanza. Door overname van een Oostenrijkse bank met historische Oost-Europese expertise hoopten de Duitsers hun achterstand weg te werken. De Oostenrijkers zagen de Duitsers als „sukkels”. Iedereen wist dat Hypo vol rommelkrediet zat. Karinthië stond, met een budget van amper 2 miljard euro, garant voor meer dan 15 miljard. „Dat de Duitsers erin stonken!”, zegt een betrokken bankier. Na de verkoop zei Haider trots: „We zijn rijk.”

Toen de kredietcrisis in 2008 in Europa toesloeg, wankelde Hypo meteen. BayernLB en Oostenrijk staken er geld in. Staatssteun mocht van Brussel alleen als een bank „gezond” was, niet „distressed”. De Europese Commissie hanteerde alleen die twee categorieën. De Oostenrijkse Nationale Bank bedacht een derde categorie: ze meldde dat Hypo „not distressed” was. En kwam ermee weg. Toen monopoliseerden nationale banktoezichthouders alle informatie. Er was geen Europees toezicht, zoals nu. Een betrokken Brusselse ambtenaar zegt: „Nationale toezichthouders beschermden ‘hun’ banken en gaven ons selectief informatie. Zeker 40 procent van de rommel in de banken bleef voor ons verborgen.” De Oostenrijkers, zei hij, waren het ergst.

Alarmbellen

In 2009, toen BayernLB zelf in zwaar weer raakte, wilde ze plotseling dat Oostenrijk Hypo overnam. Anders, dreigden ze, zou Hypo failliet gaan. In Wenen gingen alle alarmbellen af: dan zouden de Karinthische megagaranties aangesproken worden. De Oostenrijkse grondwet is vaag over ’s lands fiscale structuren en verantwoordelijkheden. Een faillissement kon bankruns op de Balkan veroorzaken en Oostenrijkse bedrijven duperen. Om een ramp te voorkomen waarvan niemand de dimensies kon overzien, zeker ook de politieke, kocht Oostenrijk Hypo voor 1 euro. Wel troggelde het BayernLB bijna een miljard aan herkapitalisatie af.

Na die nationalisatie legde Oostenrijk een grote deksel op Hypo. Herstructureringen die Brussel eiste, vonden amper plaats. Corruptieschandalen rond Hypo-projecten leidden intussen tot rechtszaken en veroordelingen op hoog niveau, onder wie de Kroatische ex-premier Ivo Sanader. Ook moest de staat steeds geld bijleggen – 5,5 miljard in totaal. Maar Oostenrijkse ministers van Financiën, drie conservatieven op rij, gingen een faillissement uit de weg. Ze vreesden dat er meer partijlijken uit de kast zouden vallen, wilden de staatsschuld laag houden en de triple A-status van het land niet in gevaar brengen. En ze wilden ruzie vermijden met Karinthië, dat ook na Haiders dood in 2008 een FPÖ-bolwerk bleef. Een officieel Hypo-onderzoekscomité verweet de regering in december „zware tekortkomingen” en een „gebrek aan strategie”.

Op last van de Europese Commissie werden Hypo-dochters in Italië en de Balkan onlangs verkocht. De schulden werden in een ‘bad bank’ geschoven, Heta. Vorige week ontdekte Heta een nieuw gat van 5 à 7 miljard euro. Vooral uitstaande leningen in Zwitserse franken op de Balkan worden niet terugbetaald. Dit forceerde eindelijk een beslissing. Minister Hans Jörg Schelling trok zijn handen van Heta af. Alle afbetalingen zijn tot mei 2016 bevroren. Hij had geen keus. Oostenrijkse burgers zijn zo langzamerhand razend. Ze willen geen cent meer betalen.

Dat laatste zal niet lukken. Oostenrijk wil als eerste in Europa een reddingsactie (bail-in) organiseren voor Heta, waarbij schuldeisers gekort worden (vooral buitenlandse pensioenfondsen en banken). Dat vermindert de kosten voor Karinthië en Wenen, en de kans op politieke explosies in Oostenrijk. Maar de bail-in-regeling van de EU geldt voor banken – en Heta is, zonder deposito’s, technisch geen bank meer. Er lopen al rechtszaken, ook tussen Oostenrijk en BayernLB. Te oordelen naar reacties van crediteuren komen er talloze bij. Voorlopig is de Hypo-saga niet voorbij. De Oostenrijkers noemen het inmiddels een never ending story.

    • Caroline de Gruyter