Gevraagd: senator met media-ervaring

Nu de Eerste Kamer aan invloed wint, willen ook meer mensen erin. Aan welke eisen moeten de kandidaten voldoen? „Een echte doener wordt er doodongelukkig.”

Foto David van Dam

In de Eerste Kamer hangt de sfeer van een schoolreisje dat op zijn eind loopt. Niet achtbanen en overdaad aan snoep hebben de senatoren afgepeigerd, maar de hectische periode voor Kerst, met als apotheose het stranden van Schippers’ zorgplan dat bijna leidde tot een kabinetscrisis. Nu staat er nauwelijks nog cruciale wetgeving op het programma – er gaan zelfs dinsdagen voorbij zonder plenaire vergadering.

„Wat is het rustig hier”, zegt een senator van GroenLinks als hij in de hal een CDA-collega tegenkomt, „hebben ze het collectieve gehoorapparaat weer uitgedraaid?” De CDA’er: „Of misschien hebben ze de verwarming uitgezet, of de lift. Dat ruimt ook altijd erg op hier.”

Niet alleen de periode naar de Kerst, maar de afgelopen vier jaar zijn slopend geweest. Kort- en langlopende gedoogstructuren, continue bemoeienis van ‘de overkant’ uit de Tweede Kamer, zenuwachtige bewindspersonen die druk opvoerden, lobbyisten die hoopten op het laatste moment nog invloed aan te wenden en de plotselinge schijnwerper van media hebben deze vier jaar uniek gemaakt in de tweehonderdjarige geschiedenis van de Eerste Kamer.

De komende senaatsperiode zal niet anders zijn. Als het kabinet met zijn vaste gedogers D66, ChristenUnie en SGP al een meerderheid haalt na de provinciale verkiezingen, zal een volgend kabinet die misschien weer ontberen.

„De situatie is complexer geworden”, zegt Henry Keizer, die als voorzitter van de VVD betrokken was bij de selectie van de kandidaten voor de Eerste Kamer. Dat is voor politieke partijen een belangrijke reden geweest om nog eens goed te kijken naar het profiel van hun ideale senator. Behalve de PVV hebben alle grote partijen hun kandidatenlijsten ruim voor de verkiezingen van de Provinciale Staten bekendgemaakt.

Wie naar de lijsttrekkers kijkt, ziet vooral oude politici met een veelbelovende toekomst achter zich. Loek Hermans (VVD), Elco Brinkman (CDA) en Thom de Graaf (D66). Marleen Barth (PvdA), die het niet redde als Tweede Kamerlid en in de provincie, en Tiny Kox, die voor de vierde termijn de SP-fractie gaat leiden.

„Bij sommige partijen zie je, al langer, dat politici die elders zijn uitgerangeerd, in de Eerste Kamer beloond worden voor bewezen diensten”, zegt Bert van den Braak, die promoveerde op de geschiedenis van de senaat. Frans van Drimmelen, die de talentencommissie van D66 leidt, ziet daar negatieve gevolgen van. „Dat soort mensen is niet altijd geschikt voor de senaat, omdat ze te graag politiek willen bedrijven.”

Vooral op de lijsten van CDA en D66 prijken namen van beroemde nieuwelingen. Als het CDA de huidige elf zetels weet te behouden, komen burgemeester Tom Rombouts van Den Bosch, Niek Jan van Kesteren van VNO-NCW, de voormalig staatssecretarissen Ben Knapen en Joop Atsma, voormalig Europarlementariër Ria Oomen en de oud-partijvoorzitter Marnix van Rij in de senaat. D66 schuift oud-bankier en SER-voorman Alexander Rinnooy Kan, ex-SCP-directeur Paul Schnabel en oud-diplomaat Petra Stienen naar voren. Bij de VVD maakt oud-minister en burgemeester Annemarie Jorritsma haar opwachting. De PvdA doet het juist zonder oude kopstukken. Adri Duivesteijn, Guusje ter Horst, Ruud Koole en Klaas de Vries verdwijnen.

Een ideale senator, zo zeggen leden van de kandidatencommissies van VVD, PvdA, CDA, D66 en SP, moet anders zijn dan een Tweede Kamerlid. „Kennis, kunde en ervaring zijn cruciaal”, zegt VVD’er Keizer. „Iemand moet zich diep in de materie willen verdiepen en altijd in de gaten houden hoe iets in de maatschappij zal landen”, zegt Eric Smaling, oud-senator en nu Tweede Kamerlid van de SP. Een perfecte fractie heeft experts op allerlei terreinen, maar vooral een paar juristen. „Een echte doener wordt er doodongelukkig”, zegt oud-minister Karla Peijs, namens het CDA. Voor CDA en PvdA is regionale spreiding erg belangrijk. Iedereen hecht aan een goede man/vrouw-verdeling. Maar kleur is op de lijsten nauwelijks te bekennen.

Het inhoudelijke werk in de chambre de reflexion is niet veranderd, maar de druk van buitenaf wel. Dat heeft bij de selectie van kandidaten bij D66 twee gevolgen gehad, zegt Frans van Drimmelen. Voor wie geen ervaring heeft met media, is er extra begeleiding. En er wordt anders gekeken naar het werk dat senatoren doen in de zes dagen per week die ze niet in Den Haag zijn. „Het is geen handige combinatie om over bepaalde onderwerpen ook columns te schrijven. En sommige commissariaten of bestuursfuncties zijn niet verenigbaar. Zo vertrekt Alexander Rinnooy Kan bij De Nederlandsche Bank.”

Het CDA is niet zo strikt. „Belangenverstrengeling is niet zo’n punt. Je kunt niet leven van de vergoeding voor een senator [zo’n 25.000 tot 30.000 euro], en er moet ook brood op de plank. Bovendien vinden we het belangrijk dat Eerste Kamerleden midden in de maatschappij staan”, zegt Karla Peijs. „Van Niek Jan van Kesteren wordt wel gezegd dat hij naar de senaat gaat voor de werkgeverslobby. Hij komt gewoon op voor het bedrijfsleven. Dat lijkt mij in het belang van de BV Nederland.”

PvdA-voorzitter Hans Spekman zei eind vorige maand in Het Financieele Dagblad dat zijn partij vakbondsman Ruud Vreeman in de senaat wil hebben als „tegenkracht” voor VNO-NCW, waaraan ook Loek Hermans en Elco Brinkman gelieerd zijn. Volgens Elske ter Veld, van de kandidatencommissie, was dat geen criterium. Wat bij de PvdA wel meespeelde, was dat vier jaar eerder een lijst was samengesteld om keihard oppositie te voeren tegen het kabinet-Rutte I. Toen de PvdA na de val van dat kabinet zelf ging regeren, maakten die senatoren Rutte II het leven zuur. „Wij hebben er niet zo’n behoefte aan dat mensen in de senaat Tweede Kamertje gaan spelen”, zegt Ter Veld over haar selectie. „Als je een rabiate fractie samenstelt, kun je daar zelf last van krijgen.”

Een belangrijk ander effect van alle aandacht voor de Eerste Kamer is dat het een populaire bijbaan is geworden. Bij VVD, CDA, SP en D66 waren zestig à zeventig kandidaten. „Een luxeprobleem”, zeggen de betrokkenen. Alleen de PvdA had wat meer moeite 25 geschikte leden te vinden.

Ook Bert van den Braak ziet de populariteit van het senatorschap met de publiciteit fluctueren. „Het is een wisselwerking. Als de Eerste Kamer zich een prominentere rol aanmeet, trekt die ook prominente mensen aan.”