Geen club groter dan het eigen achterland

De grootste clubs zullen de grootste clubs blijven want Nederland is te gefragmenteerd voor meer dan drie topclubs. Zo wordt iedereen Heracles Almelo.

Achteraf was het allemaal te mooi om waar te zijn. Joop Munsterman riep in 2012 nog dat hij bij de top-25 in Europa wilde horen – dat was de ambitie – en de top-30 was het doel. Maar met zijn tomeloze dadendrang stuitte de voorzitter van FC Twente op de grenzen van zijn regio, de beperkte financieringsmogelijkheden voor voetbalclubs in crisistijd en de regelmakers van de KNVB.

Het domein van clubfinanciën greep vorige week harder dan ooit in op de ranglijst van de eredivisie, met de drie punten in mindering voor FC Twente als helder signaal dat de KNVB wel degelijk doorbijt in geval van wanbeheer. Aan faillissementen in voetbal gaat meestal financiële acrobatiek vooraf die de voetbalbond tegenwoordig genadeloos blootlegt. Iedereen is gewaarschuwd. Ten behoeve van de continuïteit van de competitie stelde de licentiecommissie van de KNVB in de loop der jaren een harde, tikkeltje formalistische set regels op. Is daarmee het tijdperk van de visionaire durfal ten einde?

Succes volhouden

De hegemonie van de traditionele topclubs in de eredivisie werd de afgelopen jaren slechts onderbroken door AZ en Twente, die vroeger of later ten val kwamen. „Succes volhouden is zo moeilijk”, zei Jan-Willem van Dop, oud-bestuurder van Feyenoord en Utrecht, daar eens over. „Ik zal nooit vergeten dat we een paar jaar geleden met de voorzitters een vergadering hadden. Dat ze bij PSV, Ajax en Feyenoord zeiden: Dirk [Scheringa], zorg nu eerst dat je twee jaar achter elkaar kampioen wordt met AZ voor je meer televisiegeld eist.”

De grootste clubs zullen de grootste clubs blijven. Symbolisch voor de teloorgang van de uitdagers is dat volgend seizoen Feyenoord naar verwachting Twente inhaalt op de ranglijst die de verdeling van het televisiegeld bepaalt. Nederland is te gefragmenteerd voor meer dan drie topclubs, zeker zolang regionale trots serieuze schaalvergroting in de provincie (FC Limburg?) in de weg staat. Alleen het eigenaarsmodel van AZ onder Scheringa had echt kans van slagen – een rijke eigenaar kan alles maken. Het faillissement van DSB Bank was echter een jammerlijk einde voor het sportieve experiment in Alkmaar.

Maar zelfs met een puissant rijke eigenaar is er nog de UEFA die met zijn Financial Fair Play een (te) stormachtige ontwikkeling in de weg staat. Clubs die Europees voetbal willen spelen moeten sinds vorige seizoen rekening houden met de ‘break-even’-regels die voorschrijven dat het financiële resultaat op orde moet zijn – ongeacht het vermogen dat een club heeft. Aanloopverliezen zijn verboden en daarmee blijft, zo jammeren critici, alles bij het oude.

Opgelegde realiteitszin

Hoe dan ook: de continuïteit is met deze opgelegde realiteitszin gewaarborgd. En zo wordt iedereen vanzelf Heracles Almelo. Permanent vertegenwoordigd in de voorbeeldige categorie 3 van de KNVB. Zo’n club die eens de bekerfinale haalt of zesde wordt als het meezit, en even hard moet vrezen voor degradatie als het tegenzit. Voorzitter Jan Smit van Heracles wilde gisteren in Studio Voetbal niet te hard zijn voor streekgenoot Munsterman, maar zei wel eens te hebben gedacht: „Joop is een tovenaar, zoals hij alles voor elkaar kreeg. Ik dacht wel eens: hé, hoe kan dat?”

Munsterman noemde zichzelf en collega-bestuurders van Twente onlangs nog „lieve sukkels” die binnen de lijntjes proberen te lopen in dienst van de stichting FC Twente ‘65. Hij sprak zijn zorgen over de financierbaarheid van het betaald voetbal. „Hoe moeten wij opereren als alle normale zaken in het bedrijfsleven niet voor ons gelden? Wij moeten alles, álles, via de kasstroom financieren.” Banken lenen niet, en dan komt de KNVB je ook nog met een categorie-indeling aan de schandpaal nagelen.

De gevreesde degradatie naar categorie 1 dreigt nu ook voor bekerwinnaar PEC Zwolle, de meest recente hemelbestormer. De problemen in de Overijsselse hoofdstad zijn onvergelijkbaar met die van FC Twente, zoals ook de directieve bestuursstijl van Munsterman in Zwolle ontbreekt. Maar een exploitatieverlies als gevolg van tegenvallende (sponsor)inkomsten is de gemene deler voor deze twee, van in totaal vier, Overijsselse eredivisieclubs. Zonder zak geld is geen club groter dan het eigen achterland.