Een vuistdik rapport over wielrennen en doping. Wat staat er allemaal in?

De wereldwielerbond UCI heeft tot een paar jaar geleden vakkundig de andere kant op gekeken als het over doping ging. Tegenwoordig is de aanpak fermer, maar schoon is de wielersport nog niet. Vijf bevindingen uit het dopingrapport van de UCI.

Lance Armstrong (r) met UCI-voorzitter Hein Verbruggen in 2001. Rechts staat toenmalig IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch. Foto EPA / Alessandro Della Valle

De wereldwielerbond UCI heeft tot een paar jaar geleden vakkundig de andere kant op gekeken als het over doping ging. Betrapte renners en grote dopingschandalen werden gezien als schadelijk voor de sport en dus bleef de bond liever onwetend. Tegenwoordig is de aanpak fermer, maar schoon is de wielersport nog niet.

Het is in drie zinnen de conclusie van een groot onderzoek naar de bestrijding van doping door de UCI. De resultaten daarvan werden vanmorgen vroeg openbaar, in de vorm van een 227-pagina’s tellend rapport. Het document is geschreven door de CIRC, een driekoppige, onafhankelijke commissie binnen de bond.

Twitter avatar hendriksmj Martijn Hendriks Pillen, anti-depressiva, micro-doses epo en een niet waterdicht bloedpaspoort. Het staat allemaal in CIRC-rapport. En gaat over nu. #moguh

De onderzoekers hadden meer dan een jaar nodig om hun bevindingen om een beeld te krijgen van de problemen bij de bond en in de sport. In die periode spraken ze met 174 mensen in de wielersport – niet alleen om wielrenners, maar ook om ploegleiders, sponsoren, wedstrijdorganisaties en artsen. En bestuurders van de UCI zelf, niet te vergeten.

Die gesprekken hebben geresulteerd in een omvangrijke lijst met problemen, zowel bij de wielerbond als in de sport zelf. Onder meer voormalig UCI-voorzitter Hein Verbruggen komt er in het onderzoek niet best vanaf. Enkele belangrijke en opvallende bevindingen op een rij:

1. Een cultuur van wegkijken
Tot pakweg 25 jaar geleden was wielrennen een typisch West-Europese aangelegenheid. Daar moest verandering in komen, zo besloten de UCI en voorzitter Hein Verbruggen op een gegeven moment. Een mondiale sport met wedstrijden in exotische uithoeken en live-uitzendingen over de hele wereld, dat werd het streven.

Er was alleen één groot probleem: dopingschandalen zijn niet goed voor de kijkcijfers. Dus een “heksenjacht” naar valsspelers was geen optie, ook al wist Verbruggen bij zijn aantreden in 1991 al dat de wielersport doordrongen was van dopinggebruikers. In plaats van de sport werkelijk op te schonen, besloot de UCI daarom maar gewoon te doen alsóf.

Daarbij zijn in de loop der jaren eigen regels omzeild, stellen de onderzoekers. Zo werden dopingcontroles van te voren aangekondigd en lieten de controleurs renners tijdens het doen van hun plasje alleen, waardoor fraude met de tests vrij makkelijk werd. Beroemde wielrenners kregen een beschermde status en klokkenluiders werden en plein publique weggezet als leugenaar.

Foto ANP / Vincent Jannink

UCI-voorzitter Hein Verbruggen en zijn opvolger Pat McQuaid. Foto ANP / Vincent Jannink

2. De almachtige voorzitter
Terwijl Lance Armstrong in de jaren na de eeuwwisseling heerste op de weg, kende de wielersport in de bestuurskamers eveneens een autocratisch leider: de Nederlander Hein Verbruggen. Want wat Verbruggen wilde, dat gebeurde, zo stellen de betrokkenen. En wie daar kritiek op had werd zonder pardon aan de kant geschoven.

Als voorbeeld wordt Daniel Baal genoemd, vicevoorzitter van de UCI en door velen gezien als de enige geschikte opvolger voor Verbruggen. Baal toonde zich rond de eeuwwisseling een voorstander voor een actievere dopingaanpak. Verbruggen – door sommigen beschreven als een “verlichte dictator” – besloot de Fransman kort daarop uit zijn functie te zetten.

In 2005 vertrok de UCI-president alsnog, na veertien jaar in functie. Zijn opvolger werd de Ier Pat McQuaid, een vertrouweling van Verbruggen. Bij zijn verkiezing heeft McQuaid volgens de onderzoekers “aanzienlijke voordelen en andere steun” gekregen van de Nederlander. Toen andere kandidaten daarover klaagden werden hun bezwaren door het UCI-bestuur in de prullenmand geveegd.

Twitter avatar inrng the Inner Ring “Emails directed at Pat McQuaid would be forwarded to Hein Verbruggen and answered by the latter”

3. Corruptie of niet?
Tot twee keer toe ontving de UCI een forse donatie van Lance Armstrong, volgens critici in ruil voor het wegmoffelen van positieve dopingtesten. De eerste daarvan – zo’n 23.000 euro – werd in mei 2002 overgemaakt. Het gerucht ging echter dat Armstrong – als oud-kankerpatiënt en niet-Europeaan de ideale superster voor Verbruggen – een jaar eerder betrapt was op doping.

Twitter avatar lancearmstrong Lance Armstrong My full statement regarding the #CIRC investigation. http://t.co/emBYK7b1Iw

Begin 2007 maakte de Amerikaan nogmaals geld over naar de UCI, ditmaal omgerekend 92.000 euro. Anderhalf jaar eerder was Armstrong door de Franse krant L’Équipe beschuldigd van dopinggebruik in de Tour de France van 1999, de eerste die hij won. De UCI had daarop een onderzoek ingesteld. Het geld was bedoeld om dat onderzoek te beïnvloeden, aldus criticasters.

Voor een dergelijke vorm van corruptie is volgens de onderzoekers van het huidige rapport geen bewijs. Het geld was bedoeld voor de strijd tegen doping en werd in beide gevallen op een heel ander moment overgemaakt dan dat de beschuldigingen speelden. Dat de tweede donatie losstaat van het UCI-onderzoek, wil echter niet zeggen dat het rapport na de beschuldigingen van L’Équipe correct is uitgevoerd:

“De UCI had, samen met de wielerploeg van Armstrong, directe en stevige invloed op de inhoud van het rapport. […] Het voornaamste doel was om te verzekeren dat het rapport de persoonlijke conclusies van de UCI en Lance Armstrong bevatte.”

Twitter avatar miserus Mark Misérus CIRC: Kamp van Lance Armstrong schreef mee aan het Vrijman-rapport. Dat onderzocht positieve tests van.. precies. Armstrong.

4. Het besef en de ommekeer
Niet lang na het aftreden van Verbruggen koos de UCI alsnog voor een actiever dopingbeleid, simpelweg omdat wegkijken in het najaar van 2006 niet langer een optie was. Kort daarvoor had de Spaanse politie namelijk een laboratorium ontdekt, met daarin bloedzakken van meer dan tweehonderd atleten. Onder hen tal van topwielrenners, zo ging het gerucht.

Amper twee maanden later volgde een nieuwe dreun, toen de kersverse Tourwinnaar Floyd Landis werd betrapt op het gebruik van testosteron. Voor het eerst sinds 1904 moest de organisatie van de Tour weer een winnaar van zijn erelijst schrappen. Voor de Duitse televisie waren de schandalen aanleiding om te stoppen met het uitzenden van de Tour.

Bij de UCI drong toen het besef door dat alleen een hardere dopingaanpak de wielersport nog kon redden. In korte tijd werden verschillende maatregelen genomen, zoals het invoeren van dopingcontroles buiten wedstrijden om en de introductie van het biologische paspoort. Ook de financiering van dopingcontroles ging op de schop.

De onderzoekers schrijven daarover:

“Al deze maatregelen hebben, zo leerde de CIRC via betrouwbare weg, het gedrag van wielrenners aanzienlijk veranderd.”

Twitter avatar zeeuwseleeuw Johnny Hoogerland Ondanks het CIRC-rapport over doping in de wielersport ben ik ervan overtuigd dat de wielersport er nooit beter heeft voorgestaan dan nu….

5. Dopinggebruik nieuwe stijl
Hoewel het wielrennen volgens veel van de betrokkenen sindsdien aanmerkelijk schoner is geworden, wordt er nog steeds doping gebruikt. Anders dan in de tijd van Lance Armstrong, toen het gebruik vanuit de ploeg werd georganiseerd, gaat het nu om individuele renners, die buiten hun ploeg om met derde partijen.

Want de cultuur mag zijn veranderd, maar de drijfveren om vals te spelen zijn er nog steeds. Wielrenners die goed presteren, verdienen logischerwijs meer geld. En veel coureurs trainen alleen of in kleine groepjes, waardoor ploegen hun handel en wandel maar moeilijk kunnen controleren. Bovendien werken veel voormalige dopingzondaars nog steeds in de sport.

De grootste zorg is volgens de onderzoekers het zogenaamde micro-doseren, waarbij renners ’s avonds kleine hoeveelheden doping nemen. Die kleine doses zijn binnen een paar uur al weer uit het bloed. Dus als de controleur de volgende morgen op de stoep staat, hoeven ze niet te vrezen om gepakt te worden.

    • Joost Pijpker