Dopingcommissie UCI: wielrennen nog altijd niet schoon

Wielrenners vorige week in actie tijdens de eerste wielerklassieker van het jaar, Omloop Het Nieuwsblad. Foto ANP / Bas Czerwinski

De wielersport is nog altijd niet vrij van doping. Het structureel dopinggebruik gecoördineerd door teams lijkt weliswaar verdwenen, maar wielrenners nemen op individuele basis nog altijd prestatiebevorderende middelen in.

Dat is de conclusie van een onafhankelijke onderzoekscommissie CIRC, ingesteld door de internationale wielerbond UCI. De commissie is ook kritisch over het functioneren van de wielerbond, die de jacht op doping jarenlang heeft gefrustreerd.

Het rapport van CIRC werd vannacht door de UCI online gezet. De commissie, onder leiding van een voormalige Zwitserse openbaar aanklager Dick Marty, heeft voor het onderzoek gesproken met 174 personen, onder wie personeelsleden van wielerteams, actieve en niet-actieve wielrenners, dokters en nationale dopingagentschappen.

Dopinggebruik

Wielrenners lijken sinds de introductie van het biologische rapport overgestapt te zijn naar hele lage doseringen doping, zodat de bloedwaarden niet te veel afwijken. Volgens de CIRC wordt de organisatie hiervan niet meer door teams gedaan, maar door individuele renners samen met derde partijen buiten het team, zoals artsen.

De commissie waarschuwt dat er nog altijd veel factoren zijn die doping in de hand werken. Zo zijn teams financieel instabiel doordat ze vaak afhankelijk zijn van één sponsor. De druk op wielrenners om te presteren en daarmee sponsorcontracten zeker te stellen is daarom zeer groot.

Verder trainen wielrenners nog altijd veel individueel, zonder controle van het team. Omdat veel mensen die doping gebruikt hebben nog steeds in de wielersport werken, is het bovendien moeilijk om de cultuur te veranderen. En hoewel de sociale druk - de commissie spreekt van een omerta - is afgenomen, zijn de atleten nog altijd huivering om verdachte zaken te melden.

UCI

De commissie is zeer kritisch over de rol van de UCI, en dan met name van Hein Verbruggen die voorzitter was tussen 1991 en 2005:

“Het dopingprobleem was bekend bij de leiding van de UCI en het was duidelijk voor iedereen dat doping een plaag was in het wielrennen. Hein Verbruggen erkende dat, in principe, in zijn campagnemanifest toen hij zich kandidaat stelde om president te worden in 1991. Na zijn verkiezing begon de UCI aan een strategie om de publieke opinie af te leiden van het feit dat de UCI verantwoordelijk was voor doping in wielrennen.”

In het verleden deed de UCI er alles aan om de campagne tegen doping tegen te werken, concluderen de onderzoekers. Klokkenluiders werden openlijk aangevallen en grote wielrenners kregen een voorkeursbehandeling. Zo heeft de UCI bijvoorbeeld de eigen regels omzeild om zo Lance Armstrong, als belangrijk uithangbord van de sport, te beschermen. Er zijn geen aanwijzingen dat de Amerikaanse renner, die zijn zeven tourzeges heeft moeten inleveren, de UCI heeft omgekocht.

Lees het rapport:

CIRCReport2015

    • Eva Smal