De gekte prikt door de woorden

Afgelopen vrijdag was hij degene die de show stal op het Boekenbal, dé Nederlandse schrijver die je moet lezen in een themaweek over ‘waanzin’: Maarten Biesheuvel. De oude schrijver (75) betrad het podium en stak meteen van wal over zijn leven in „het gekkenhuis”: „Ik heb een rustig, vrolijk leventje geleid, tot mijn 26ste jaar.” Toen dacht hij dat hij Jezus was, „want Jezus had veel publiciteit en dat had ik niet”. Hij vertelde over een schaal „waar wel tweeënhalve liter vanillevla in kon”, en waar allerhande pillen in vermalen werden. Hij vertelde over „twee prins Bernhards en één Napoleon” die hij bij arbeidstherapie leerde kennen. Hij sprak maar en sprak maar – sommigen in de zaal van de Stadsschouwburg in Amsterdam vonden het pijnlijk. Maar: Biesheuvel had wel de regie in handen. De waanzin prikte door zijn woorden heen, maar hij was degene die de woorden in het gelid zette.

Die dubbele ervaring heb je ook met het werk van Biesheuvel, zoals met de nieuwe verzamelverhalenbundel Brief aan Vader. In glasheldere bewoordingen maakt hij je deelgenoot van zijn innerlijk, hij brengt al schrijvend zijn psychische moeilijkheden naar de oppervlakte. Zo dicht bij geestesziekte komen is wat ongemakkelijk, want je weet ook dat deze man geen rustig, vrolijk leventje meer leidde omdat zijn hoofd hem dwarszat. Maar het hoofd van Biesheuvel levert ook passages op die je in vervoering brengen.