Tsjetsjeense verdachte bekent

Foto Tatyana Makeyeva/REuters

In Rusland zijn gisteren vijf mannen opgepakt op verdenking van de moord op Kremlincriticus Boris Nemtsov. Eén van hen, de Tsjetsjeen Zaur Dadayev, bekende gisteren schuld in de rechtbank in Moskou. Alle vijf verdachten komen volgens justitie uit de autonome Russische republiek Tsjetsjenië. Separatisten pleegden vaker aanslagen.

Tegen twee verdachten is gisteren een aanklacht geformuleerd. Zij zouden direct betrokken zijn bij het doodschieten van Nemtsov op 27 februari in Moskou. Waarvan de andere drie precies worden verdacht, is nog onduidelijk. Een zesde verdachte zou zich zaterdagavond in de stad Grozny hebben opgeblazen toen de politie hem probeerde te arresteren.

De Tsjetsjeense waarnemend president Ramzan Kadyrov verklaarde gisteren dat Dadayev „religieuze motieven” zou hebben. Volgens hem was de aanslag een vergelding voor de spotprenten in het Franse satirisch magazine Charlie Hebdo. De liberale Nemtsov zou de spotprenten in het blad hebben verdedigd en veroordeelde de aanslagen in Parijs op 7 januari. Eén van de verdachte maakte deel uit van de Tsjetsjeense politie.

In Westerse landen heerst veelal de – niet uitgesproken – opvatting dat president Poetin iets met de moord te maken heeft. Voormalig vicepremier Nemtsov was uitgesproken tegenstander van het Oekraïne-beleid van president Poetin. Hij zou werken aan een rapport dat de Russische betrokkenheid bij de oorlog in Oekraïne zou aantonen. Eerder in februari zei hij op een Russische nieuwssite te vrezenvoor zijn leven. Ook zou zijn kantoor zijn afgeluisterd. De Russische regering ontkent iedere betrokkenheid.