Alsof die depressie jou zo leuk vindt

Myrthe van der Meer schreef de autobiografische roman PAAZ, over haar ervaringen in de psychiatrie. Nu is er een vervolg: UP. Prettig realistisch.

 Foto Thinkstock

‘Het is alsof je verliefd wordt, elke keer opnieuw. […] Je wordt verliefd op het leven, maar het leven maakt het steeds weer met je uit.’ Dat is een mooie manier om te beschrijven hoe het is om manisch-depressief te zijn.

De passage komt uit UP, de derde roman van Myrthe van der Meer (1983). In haar goed ontvangen autobiografische debuut PAAZ (2012) beschreef Van der Meer hoe haar alter ego Emma. Zij is een 26-jarige vrouw met het syndroom van Asperger, op de psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis (paaz) werd opgenomen met zelfmoordplannen.

En na Paaz volgde eerst nog Kalf (2013), een ongerelateerde, minder succesvolle roman over de relatie tussen een opa en zijn kleinzoon.

Maar met UP is Van der Meer (een pseudoniem) terug op vertrouwd autobiografisch terrein: het is het onafhankelijk te lezen vervolg op PAAZ. Emma wordt opnieuw opgenomen op de paaz, terwijl ze juist dacht dat haar medicatie en therapie afgebouwd kon worden. Maar nu blijkt dat ze naast depressieve perioden ook gevaarlijke manische episodes heeft.

Hoe wanhopig psychiatrische patiënten zijn, en hoe normaal

Van der Meer laat mooi zien hoe wanhopig de patiënten op de psychiatrische afdeling zijn – en hoe normáál ook. Sommige van hen hebben het idee dat hun ook nog eens ten onrechte een stigmatiseringsprobleem wordt aangepraat omdat familie en werkgevers hun ziekte niet zouden begrijpen. ‘Ik zie geen onbegrip’, laat Van der Meer haar alter-ego daarover zeggen; ‘ik zie alleen maar onhandige pogingen om een psychiatrisch patiënt te begrijpen. Niets meer en niets minder. Ik zou zelf ook niet weten hoe ik in hun geval met een psychiatrisch patiënt om zou moeten gaan, dus hoe kan ik andere mensen dan veroordelen voor fouten die ik zelf ook zou maken?’ Dat is prettig realistisch.

En het is sowieso een verademing om over een hoofdpersoon met asperger te lezen bij wie de sociale onhandigheid er niet kilometers dik bovenop ligt. Van der Meer beschrijft haar met humor. ‘Met zulke gezelligheid heb je geen depressies meer nodig’, denkt Emma een van de eerste keren dat ze tussen haar medepatiënten zit.

Een quick fix mag je niet verwachten, misschien helemaal geen fix

Vanaf het begin is ook duidelijk dat de verplegers, psychiaters en psychologen allemaal gewoon maar mensen zijn, die met de beste bedoelingen een ontoereikend arsenaal aan behandelstrategieën op hun patiënten uitproberen. Dat geldt al helemaal voor de ‘ervaringsdeskundige’ die komt uitleggen dat het hem helpt ‘om geaard en in het hier en nu te blijven’. Een quick fix hoeven de paaz-patiënten duidelijk niet te verwachten – misschien wel helemaal geen fix.

Een psychiatrische afdeling zou een mooie metafoor zijn voor het leven zelf – maar zo voelt dat helaas niet, als je UP leest. Daarvoor is het boek toch te veel beschrijving van de psychiatrie en te weinig literatuur. Ook al is UP niet zo één op één autobiografisch als PAAZ, schrijft Van der Meer in haar dankwoord.

Myrthe van der Meer kán mooi schrijven, maar soms...

En ze heeft inderdaad haar best gedaan om een verhaal te maken van Emma’s belevenissen. Er zitten goeie verhaalelementen en grappen in het boek. De T-shirts van een patiënt met teksten die van het personeel niet mogen, zoals ‘alsof die depressie jou zo leuk vindt’ of ‘ ik ben Suzy Daal’. De grap (te leuk om hier te verraden) die Emma met de schilderijen op de afdeling uithaalt. De manier waarop twee vrouwen Emma tot een soort herstellend inzicht brengen. Of de dreigende afbraak van de paaz, omdat er nieuwbouw is gepland. Allemaal knap gedaan. En het boek is aangrijpend genoeg om de verwijzingen naar psychische hulp achterin te rechtvaardigen.

Extra jammer daarom dat er zoveel vreselijke clichés in het boek staan. Van der Meer kán mooi schrijven en doet dat in UP regelmatig. Maar daartussendoor staan te veel passages als: ‘Ik doof de gedachte en voel dat mijn hart breekt. Want dit hier is de realiteit. Medepatiënten op de paaz, twee schepen die elkaar passeren in de nacht.’ Kom op zeg. Een extra redactieronde had het boek goed gedaan. En dan waren die paar dt-fouten er vast ook uitgehaald.