‘Wij zijn er samen heel erg goed in om van niets iets te maken’

Designers Bart van Heesch en Emilie Kröner (beiden 46) wonen antikraak in een oude school in Amsterdam Nieuw-West. „We wonen nog behoorlijk luxe. Dat was ook wel een voorwaarde.”

Emilie: „Tijd is de nieuwe luxe.”Bart: „Tijd en rust. Tijd kun je altijd maken, maar rust kun je niet altijd vinden.” Foto David Galjaard

Tijd is het nieuwe goud

Emilie: „Hoe lang we hier kunnen blijven is nog niet helemaal duidelijk. Het is het voormalig Islamitisch College Amsterdam.”

Bart: „Volgens de planning is het vanaf de zomer verbouwen, maar ik denk dat het nog veel langer duurt.”

Emilie: „Bart en ik leerden elkaar tien jaar geleden kennen. We hebben vrij snel samen een huis gekocht, een oud transformatorhuis. Dat hebben we opgeknapt, maar dat konden we op een gegeven moment niet meer betalen. Crisis. In 2011 hebben we het verkocht. Bart haalde het daarna in zijn hoofd om antikraak te gaan wonen.”

Bart: „Ik onderbreek even.”

Emilie: „Dat doet hij altijd dus, hè. No worries. Wij zitten altijd in elkaars haren.”

Bart: „De opbrengst van het huis hebben we geïnvesteerd in onze ontwerpen. In dit geval fietsen. De hele wereld zet zijn fiets in de huiskamer, in Nederland laten we ze buiten verkommeren. Dit project is daar een beetje een reactie op. Want stel je voor dat ze allemaal van koper waren, dan krijg je een prachtig gekleurd straatbeeld met al die groen geoxideerde fietsen. Dat idee ben ik gaan uitwerken en dat hebben we toen gepresenteerd in Milaan. Nou ja, dat kost geld. Dus daar hebben we in geïnvesteerd. En ook in tijd.”

Emilie: „Ook in mijn ontwerpen, hè!”

Bart: „Ja, het jaar erna ook in jouw ontwerpen. Tijd is het nieuwe goud.”

Emilie: „Ja, tijd is de nieuwe luxe.”

Bart: „Nou ja, tijd en rust. Want tijd kun je altijd maken, maar rust kun je niet altijd vinden. Maar dat heb ik wel nodig.”

Emilie: „Ja, en soms een schop onder je reet.”

Sporten en klaverjassen

Emilie: „Wij huren hier van een leegstandsbeheerder. En we kwamen er eigenlijk achter dat zo’n groot gebouw grotendeels leegstaat en dat er in de buurt heel veel behoefte is aan een ruimte waarin men activiteiten kan ondernemen. Sporten met kindjes, klaverjassen met ouderen. Zo kwamen we in contact met mensen die ons vroegen om kwartiermaker te worden in Lola Luid, een oude school verderop. Daar staan weinig woningen, dus hebben we start-ups uitgenodigd om tijdelijk te huren, in plaats van maar weer studenten in te zetten als oplossing voor leegstand. Hier krijgt de buurt er iets voor terug en de start-ups ook, want die gaan als een raket.”

Bart: „Het geld dat ze besparen kunnen ze in hun bedrijf storten.”

Emilie: „Achmed, onze overbuurman, is fietsenmaker. Hij investeert nu in nieuwe fietsen in plaats van de huur.”

De hersens inslaan

Bart: „Mijn fiets komt niet tot stand zonder Emilie. En haar producten al helemaal niet zonder mij.”

Emilie: „Oooooh, dat is niet waar. Jij had er hélemaal niets van gebakken als ik er niet was geweest.”

Bart: „Het koperen labyrint, dat hebben we wel echt samen gedaan.”

Emilie: „We werken samen onder de naam ‘Look into my eyes studio’. Dan slaan we elkaar eerst volledig de hersens in. Maar uiteindelijk komt er toch iets moois uit.”

Bart: „Het is eigenlijk een soort krachtmeting waarbij het stuur in het midden zit. Het is de kunst om allebei net zo hard te trekken, zodat we rechtdoor gaan.”

Emilie: „Jij bent meer de dromer. Het grappige is wel dat je ook twee rechterhanden hebt. Dus je kan alles maken. En tegelijkertijd heeft Bart ook geen enkele gêne om bij wijze van spreken Berlusconi te bellen en te zeggen ik ben nu in Milaan, wil je koffie drinken?”

Bart: „Noem het maar de paus, ik zou Berlusconi niet bellen.”

Emilie: „Hoezo denk je dat diegene op je zit te wachten, denk ik dan.”

Bart: „Ik kan de hoofdontwerper van Porsche een e-mail sturen en dan krijg ik netjes een e-mail terug.”

Emilie: „Ja, dat vind ik dus heel knap.”

Vastgoedfetisjisme

Emilie: „Er komen bij Lola Zuid heel veel mensen op de bonnefooi binnen die een rondleiding willen. En jij vindt het natuurlijk héérlijk om te kletsen, en dan druk ik me nog voorzichtig uit.”

Bart: „Ik ben ook wel een vastgoedfetisjist. De installatie checken, de afvoer, de elektra, prutsen om het dak schoon te maken. Ik zie een gebouw echt als een object.”

Emilie: „Wat natuurlijk leuk is, is dat wij samen heel erg goed zijn om van niets iets te maken. Dat zie je hier ook.”

Luxe, voor antikraak

Bart: „Wij werken niet, wij leven gewoon. En in dat leven moet er een aantal dingen bij elkaar komen: geld verdienen, leuke mensen en leuke projecten. En dan gaat de rest vanzelf. Ik heb geen zin om heel rijk te worden. Dan komen er weer heel andere problemen om de hoek kijken.”

Emilie, lachend: „De paparazzi!”

Bart: „Vermogen, de angst om je geld kwijt te rijken. Als je meer dan tien miljoen euro hebt, ben je alleen nog maar bezig met je geld.”

Emilie: „Ja, voor antikraak wonen we behoorlijk luxe. Dat was ook wel een voorwaarde. Toen hij het voorstelde zag ik het eerst niet zo zitten. Ik ga geen andermans haren uit het putje trekken. Gepasseerd station.”