Waarom gaat ABN Amro nog steeds niet naar de beurs?

Foto ANP

Haast.

Iedereen die nog een bedrijf te verkopen heeft, maakt haast.

Beleggers hunkeren naar hogere rendementen dan die povere 1 procent rente die je op een spaarrekening krijgt en drijven met beursaankopen de aandelenkoersen hoger. Dus hebben de eigenaren van bedrijven haast om hun bezit naar de beurs te brengen om van die koerspieken te profiteren. Of ze nu private-equityfinanciers zijn, die met een beursgang winst willen nemen, of geldschieters van snelle groeiers.

Etsy, de van oorsprong Amerikaanse marktplaats voor zelfmaakkunst, is een voorbeeld van de tweede categorie en kondigde afgelopen week zijn beursdebuut aan. Hetzelfde deed Refresco, een bedrijf met een private-equityeigenaar. De Nederlandse frisdrankfabrikant hoopt al over vier weken een beursnotering hebben.

Refresco is de laatste is een reeks van bedrijven die naar de
Amsterdamse beurs
gaat: Euronext zelf, verzekeraar NN, chemicaliëndistributeur IMCD, brillenwinkelketen GrandVision en laatst nog Bols.

Dus: waar blijft ‘onze’ ABN Amro?

De tijd dringt.

Als minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) voor de hoogste opbrengst gaat, dan is dit het moment. De beursgang van de staatsbank, die in de kredietcrisis van oktober 2008 werd genationaliseerd samen met Fortis Nederland en verzekeraar ASR, speelt zich tot nu toe af in de coulissen.

De zakenbanken die deze klus voor de overheid willen klaren hebben zich inmiddels na een advertentie in zakenkrant Financial Times gemeld. De eerste schifting is gemaakt. ABN Amro publiceerde vorige week tijdig haar resultaten over 2014: een nettowinst van ruim 1,1 miljard euro. Daarvan krijgt de Nederlandse staat als eigenaar een dividend van 400 miljoen euro.

De vraag is nu: wat komt eerder? De beslissing van het kabinet op advies van minister Dijsselbloem over het tijdstip van de beursgang? Of een vervelende omslag van de gunstige omstandigheden op de financiële markten die een snelle beursgang in de grond boort?

Omstandigheden zijn nu ideaal

De omstandigheden zijn nu ideaal. ABN Amro heeft haar zaken intern op orde. Het persbericht over de resultaten ging vorige week vergezeld van een toelichting van 68 pagina’s. Wie dat in zeven weken na de afsluiting van het boekjaar zo gedetailleerd kan opleveren, voldoet aan de eisen van adequate financiële besturing en orde die je van een toekomstige beursprominent mag verwachten.

Intern klopt het, maar wat zal het verkoopargument tegenover nieuwe beleggers zijn? ABN Amro zal zich moeten profileren als een relatief voorspelbaar bedrijf dat beleggers een smakelijk hoog dividend gaat betalen. Een dividend van een procent of vijf moet particuliere én professionele beleggers over de streep trekken om hun spaargeld (met 1 procent rente) aan te spreken.

En het geluk lacht Dijsselbloem deze week nog eens toe. De ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) voor de Nederlandse economie zijn nog weer gunstiger. En ABN Amro is bij uitstek een bank die het moet hebben van de binnenlandse economie, van lokale bedrijven en consumenten die huizen en auto’s kopen en een lening of een woninghypotheek nodig hebben.

Zuidas

De status als lokale bank is de erfenis van de verkoop aan een internationaal ‘driebankschap’ in 2007. De drie kopers braken ABN Amro toen in drie delen en ontdeden het Nederlandse bankbedrijf van zijn buitenlandse netwerk. De ironie van de kredietcrisis wil dat een van die kopers, de Britse bank RBS, ook werd genationaliseerd. En dat juist deze week RBS in het kader van haar noodgedwongen internationale krimp het grootste deel van haar resterende bedrijvigheid in Nederland gaat sluiten. RBS houdt in Nederland kantoor in een kolos op een steenworp afstand van ABN Amro aan de Amsterdamse Zuidas.

En dat juist deze week sprak klaagde de evenknie van Dijsselbloem, Chancellor George Osborne, over de fouten die hij met RBS heeft gemaakt, dat hij zo snel mogelijk van de bank af wil, maar dat het gezien de omvang van het aandelenbelang nog jaren duurt.

De oriëntatie op Nederland was steeds de zwakke stee van ABN Amro, maar wordt een troef, nu het in Nederland economisch vrolijker wordt, zoals het CPB raamt. Als de koophuizenmarkt wat verbetert. Als minder klanten met hun woninghypotheek onder water staan. En als de verliezen op kredieten vanwege faillissementen afnemen en de export blijft groeien. Dan is de zwakte opeens een kans.

De aantrekkende groei was voor ABN Amro eind vorig jaar al zichtbaar, met bijvoorbeeld meer krediettoezeggingen aan het midden- en kleinbedrijf. Bestuursvoorzitter Gerrit Zalm zei vorige week al dat hij uitgaat van verder economische herstel. Voorkennis? Nee, hier sprak ook de oud-directeur van het CPB die nu vanuit de ABN Amro-torens een weids uitzicht heeft op het zakenleven.