‘Verleggen van grenzen geeft me ontspanning’

Esmé Wiegman

(39) is directeur van de Nederlandse Patiëntenvereniging. Zij zet zich in voor betere palliatieve zorg.

Foto Maurice Boyer

Inborst

„In mijn jongste herinnering zit ik bij mijn moeder achterop in de fietsmand, ze gaat op ziekenbezoek. Mijn ouders waren maatschappelijk betrokken, bij de kerk, bij school, bij de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind. Want je leeft niet alleen voor jezelf, maar ook om van betekenis te zijn voor anderen. Ik was de derde van vier kinderen; anders dan de anderen. Ik kon goed leren en hield enorm van lezen. De Bijbel stond voor mij centraal en ik ging graag naar de kerk, maar ik zocht ook daarbuiten naar de zin van het bestaan. Ik wilde de wereld begrijpen, literatuur hielp me daarbij.”

Beheersing

„Toen ik de Tweede Kamer in ging, zei een vriendin: ‘Denk erom, laat er nooit je identiteit van afhangen.’ Dat was wijs. Natuurlijk is politiek ook een spel. Er gebeuren bijzondere dingen op die paar vierkante meter, met media-aandacht en zien en gezien worden. Daar kun je jezelf snel in verliezen. Je moet dicht bij je hart blijven. Wij hadden een kleine fractie, dat betekende veel dossiers en een verschrikkelijk hoog werktempo. Toch reed ik bewust iedere avond terug naar Zwolle, hoe laat het ook was. Even terug naar het gewone leven.”

Pragmatisme

„Ik ben principieel, maar hou ook van bruggen slaan. Vaak genoeg kon ik mijn ideale situatie niet bereiken. De kunst is dan blij te zijn met een stap in de goede richting. Ik zou de abortuswetgeving het liefst ongedaan maken, maar dat zal niet lukken. Met de PvdA kon ik samenwerken in het voorkomen van ongewenste zwangerschap. Ik denk dat ik gevoel heb voor verhoudingen en draagvlak creëren. Vlak voor mijn afscheid bleek dat ik het Kamerlid was met de meeste aangenomen moties in vijf jaar tijd. Dat gaf een goed gevoel. Ik behaal liever resultaat dan dat ik uitblink in het morele gelijk.”

Irritatie

„Er is me een aantal keer verweten iets te vinden puur omdat ik christen ben, daar werd ik vreselijk boos over. Het sloot me bij voorbaat uit van het debat, zette me weg in een hoek. Verschrikkelijk. Dan dacht ik: doe normaal, iedereen heeft een levensbeschouwing, uitgangspunten over wat goed is. Natuurlijk kijk ik anders naar bijvoorbeeld embryoselectie, ik zie geen klompje cellen maar het begin van leven. Maar mag ik daarom niet meepraten over de consequenties? Mijn punt was: hoe voorkom je stigmatisering van mensen met een aandoening die te ‘voorkomen’ was geweest? Dat is een legitieme vraag.”

Missie

„Mensen moeten elkaars leven niet actief beëindigen, daar ligt voor mij een grens. Ik vraag me ook af of de euthanasiewet heeft beoogd dat ‘ondraaglijk lijden’ zo breed wordt geïnterpreteerd. Lijdt iemand die dement is? Ik zet in op natuurlijk sterven met goede zorg en pijnbestrijding. Het beleid dat ik met mijn moties mede in gang zette, met nadruk op palliatieve zorg, kan ik vanuit de NPV helpen uitvoeren. De zorg moet beter, de informatie moet beter. Hoe kan het dat mensen een warm gevoel hebben bij een hospice, maar het verpleeghuis een schrikbeeld vinden? Op beide plekken wordt niemand meer beter.”

Balans

„Toen ik de Kamer in ging, besloten mijn man en ik dat hij de meeste zorgtaken op zich zou nemen. Hij is automonteur en werkt onder schooltijd. Het bevalt ons uitstekend en voor onze zoons is het goed om hun vader veel thuis te hebben. Hij heeft net een muziekstudio voor ze gebouwd. Deze verdeling was geen statement. Ik zie mezelf niet als voorbeeld. We willen elkaar gewoon de ruimte geven om te doen wat we belangrijk vinden. Vrouwenquota? Vind ik dikke onzin. Kom op vrouwen, er zijn kansen genoeg, grijp ze. En als je liever zelf je kinderen wilt opvoeden, is dat ook een mooie keus.”

Uitdaging

„Ik doe aan bergsport, met mijn man, zoons en vrienden. Het verleggen van grenzen geeft me ontspanning. Ik heb altijd banen gehad waarvoor ik erg in mijn hoofd moet zijn, in de bergen ben ik bezig met de rest van mijn lijf. Met kracht en voelen. Ooit wil ik door de Himalaya lopen. Dat landschap. Maar de Mount Everest, nou nee. Het moet wel een uit de hand gelopen hobby blijven.”