Van al die baanbrekende en verwarrende slaapfeiten ga je gapen

Slaap wordt niet door gewone wetenschappers onderzocht, als u dat soms dacht. Slaapwetenschappers zijn „individualistische, non-conformistische onderzoekers” die „een nachtelijk en eenzaam bestaan leiden”, die „nooit bang zijn geweest voor een beetje controverse” en „hun leven hebben gewijd aan het ontsluieren van de geheimen van de slapende geest”.

De Britse psycholoog Richard Wiseman weet er alles van, nu hij er een boekje over heeft geschreven. Voor en tijdens dat schrijven groeide zijn „vluchtige interesse” naar slaap en dromen uit tot „een grote fascinatie”. Hij spoorde er wetenschappelijke artikelen over op, „het ene nog obscuurder dan het andere”, natuurlijk niet in gewone wetenschappelijke tijdschriften, maar in „stoffige tijdschriften”. Wiseman ontmoette ook zeker geen eenvoudige huis-tuin-en-keukenwetenschappers; hij liep „cutting-edge” slaaponderzoekers tegen het lijf. En nu wil hij iedereen laten profiteren van wat hij in de ondertitel van zijn boek „de levensveranderende wetenschap van slaap” noemt.

Tijdens het lezen van Night School ben ik verschillende keren letterlijk in slaap gevallen met het boek in de hand, zo doodvermoeiend is het gezwollen taalgebruik van deze psychologiepopularisator die zelf geen wetenschappelijk onderzoek naar slaap heeft gedaan. Wiseman vindt dat hij het ene na het andere buitengewone inzicht en verbazingwekkende feit ontsluiert. Maar hij laat de lezer vooral achter met vragen over slaap.

Bijvoorbeeld. Een gemiddelde slaapcyclus (een patroon waarin diepe en minder diepe slaap, zonder en met dromen elkaar afwisselen) duurt circa 90 minuten. Dus om extra fris wakker te worden, schrijft Wiseman, moet je een veelvoud van 90 minuten slapen. Elders schrijft hij dat voor de meeste mensen acht uur slaap per nacht optimaal is. Dat dat geen veelvoud is van 90 minuten, daarover merkt Wiseman niets op.

Moeten we dan maar proberen negen uur slaap per nacht te halen? Riskant, want voor je het weet slaap je te veel: meer dan negen uur slaap per nacht „veroudert je hersenen met ongeveer zeven jaar”, schrijft Wiseman. Ik heb geen idee wat dat betekent of wanneer het optreedt, maar het klinkt doodeng. Ongeveer 100 bladzijden verderop staat trouwens dat de prestaties van topzwemmers, -tennissers en -basketballers snel verbeterden als ze tien uur per nacht sliepen, dus voor topsporters kan het kennelijk geen kwaad als hun hersenen verouderen. (Of als ze onfris wakker worden, want ook tien uur is weer geen veelvoud van 90 minuten.)

Erger is dat niet duidelijk is welke van de „opmerkelijke inzichten” waar Wiseman mee komt betrouwbaar zijn. Over de relatie tussen slaaphouding en persoonlijkheid schrijft hij eerst ronkend dat die veel sceptici verraste – en daarna dat het zwakke verbanden zijn die veel wetenschappers ook met een korreltje zout zouden nemen.

En zowel middenin het boek als in de samenvatting aan het eind staat het advies om de laatste paar uur voor je gaat slapen een amberkleurige bril op te zetten, die het blauwe licht blokkeert dat de hersens zou stimuleren. Dat blijkt bij nazoeken gebaseerd op één onderzoekje met 20 en één met 14 proefpersonen en uit geen van beide mag je concluderen dat zo’n bril tot beter slapen leidt. Bij sommige andere „superslaap”-adviezen van Wiseman staat helemaal geen verwijzing naar onderzoek.

Dit boek is dus vooral geschikt om onderwerpen in op te zoeken waar je meer over zou willen weten – dan moet je nog wel flink zelf aan de slag. Of je gebruikt het als slaapmiddel, natuurlijk.