Snarengeluk

Succes moet je leren, ook in het voetbal. Dat was FC Twente en met name aftredend voorzitter Joop Munsterman even ontgaan. De dynamiek van de ondergang is ingezet met de landstitel in 2010. Ineens moest alles groter, duurder, protseriger. De Grolsch Veste wou Camp Nou achterna, droogstaande spitsen kregen een Premier Leaguesalaris, FC Twente beschouwde zich als het relationele hart van de regio.

Voetbal werd bijzaak.

Voorzitter Joop Munsterman flaneerde op wolken in de rondte. Als zelfverklaard societyfiguur. Hij vertoonde alleen nog presidentieel Rotarygedrag met geselecteerde notabelen als klankbord. CDA-boerin en Europees parlementslid Annie Schreijer-Pierik kraaide me eens toe dat er bij FC Twente weinig kon gebeuren zonder dat zij op de hoogte was. „Ik kan Joop zo bellen, hoor.”

Munsterman trad toe tot de orde van de Witte Paters. Hij stuurde spelers als Blaise N’Kufo en Kenneth Perez met een pedagogisch mandaat de achterstandswijken in om te laten zien hoe dicht de club bij het volk stond. Theo Janssen moest haastig een paar dure begrippen uit zijn hoofd leren, zoals maatschappelijk verantwoord ondernemen. De man met de fluwelen trap dacht: bekijk het maar, en draaide zijn volgende shaggie. Niets was nog natuurlijk aan de kampioensploeg. FC Twente werd een instrument in handen van zeloten.

Het drama van provincieclubs is dat op een dag prestige het overneemt van ratio. Het kostte Willem II de degradatie, bracht FC Groningen in verdenking van corruptie, leidde de kwakkeljaren van PSV in. Nu, bij FC Twente, wenkt zelfs de zelfontploffing. Nukkige onsterfelijken als Riemer en Foppe pokerden ook Heerenveen de financiële alarmfase in.

Ik vroeg aan Joop eens wat hem buiten vrouw en kinderen nog gelukkig maakte. Je denkt aan een droomschot in de kruising van Dusan Tadic. Welnee, ’s ochtends om 6 uur een akoestisch nummertje van Anouk op de gitaar spelen, was de zevende hemel. Mooi, maar welke gek wil nog zingen als zijn geliefde club in staat van ontbinding verkeert?

Drie punten in mindering wegens financieel wanbeheer: het is een ondraaglijke vernedering voor een club uit de eredivisie. Een brevet van onvermogen. En daar zal het niet bij blijven. Nu reeds staat vast dat Twente de beste spelers moet verkopen om het een faillissement te ontlopen. En dan nog zal de financiële orthodoxie niet hersteld zijn. De club heeft zichzelf opgegeten.

Volgend seizoen treedt FC Twente met een B-elftal aan. Voor minder toeschouwers, met minder spelvreugde. De leegloop uit de Grolsch Veste is reeds begonnen en dat snijdt diep in de trots van Tukkers. Het stadion zat altijd barstensvol, er was sfeer en humor en camaraderie op de tribunes. De wedstrijd als sociale idylle. Het is allemaal in de knop gebroken door financieel wanbeleid.

Voor Joop Munsterman was het verbouwde en uitgebreide stadion een stenen orgasme. Voor de supporters wordt het stilaan een kerkhof. Dat de club niet eens het geld heeft om een nieuwe grasmat aan te leggen doet vragen rijzen die de boeien van gekonkel doorbreken. Waar zijn de miljoenen heen die de club heeft opgestreken met de transfers van Promes, Rosales en Tadic? Om van Leroy Fer en Nacer Chadli nog te zwijgen. Een deel is in de zakken van investeerders verdwenen, maar daarmee is niet alles gezegd.

Nog niet zo lang geleden speelde FC Twente het beste voetbal. Iedereen wou Tukker zijn, participeren aan het sprookje van de succesvolle familieclub. Zelfs in de Randstad werd haat en nijd onderdrukt, bloeide vaag iets van liefde open.

Straks op de begrafenis zal nog weinig volk zijn.