Sluwe vos, maar een beetje moe

Zijn grotelijnen-bestuursstijl past minder bij deze tijd en bij het huidige kabinet.

Foto David van Dam

Onderschat Ivo Opstelten niet. Het beeld dat afgelopen maanden is ontstaan, dat van een minister van Veiligheid en Justitie die ze niet meer allemaal op een rijtje heeft – met dank aan opmerkingen als „natuurlijk zullen we een voet aan de pols houden” – is onjuist.

Dit is geen verdedigingslinie vanuit de coalitie, het zijn opgetekende waarschuwingen uit de mond van Tweede Kamerleden van oppositiepartijen. Van hen dus die volgende week dinsdag de minister zullen bevragen tot hij scheel ziet, over de deal die staatssecretaris Fred Teeven vijftien jaar geleden sloot in zijn tijd als officier van justitie met drugscrimineel Cees H.

Om hoeveel geld gíng het in die schikking nou precies? Heeft de minister er alles aan gedaan om het afschrift van de overboeking terug te halen? Hoe kan het dat televisieprogramma Nieuwsuur wel en de minister géén inzage in dat afschrift kan hebben?

Natuurlijk zal ook komende dinsdag weer de nodige warrige kronkeltaal van de VVD-minister langskomen. Zinnetjes als deze, afkomstig uit het debat dat de VVD-minister vorig jaar al met de Tweede Kamer voerde over de deal met Cees H.:

„Dan is er een akkoord, niet eerder, niet later, maar op dat moment.”

„U kunt uitgaan van zoals het altijd gaat, zoals het ook nu gaat.”

„Het is natuurlijk de hele dag al zo dat er wordt geconcludeerd.”

Deze taal als kolderiek of knullig wegzetten zou te eendimensionaal zijn. Opstelten gebruikt zulke zinnetjes omdat hij meestal precies in zijn hoofd heeft wat hij zijn tegenstander in het debat níet wil zeggen. Dus draaien en meanderen zijn woorden daaromheen.

Zijn partijgenoot premier Mark Rutte hanteert dezelfde strategie, alleen is die veel sneller en heeft hij een strakkere zinsbouw. De parlementaire orde van de vergadering werkt in hun voordeel. Een Tweede Kamerlid mag twee keer een vraag stellen, bij uitzondering drie keer, maar daarna houdt het wel op.

Waar ander bewindspersonen duidelijk plezier beleven aan het debat met de Kamer, is het bij Opstelten vaker een kwestie van uitzitten en doorpraten. Zijn staatssecretaris Fred Teeven heeft meestal wel lol in een robbertje verbaal geweld met Kamerleden – voor Opstelten, nooit zelf volksvertegenwoordiger geweest, is het meer een noodzakelijk kwaad. Puntjes weggeven aan de oppositie doet hij niet vaak. De coalitie heeft immers een meerderheid in de Tweede Kamer, dus waarom zou hij?

Opsteltens bestuursstijl, ziet fractievoorzitter van GroenLinks Bram van Ojik, past eigenlijk niet goed meer in deze tijd. In de snelle, hysterische dynamiek die het Binnenhof zo kenmerkt. Hij vergelijkt de minister met oud-PvdA-leider Job Cohen en huidig burgemeester van Den Haag, Jozias van Aartsen. Beide ook bestuurders die vooral de grote lijnen volgen en uitzetten. „Als burgemeester werkt dat goed, maar hier in het parlement moet een bewindspersoon elk detail kennen, elk antwoord paraat hebben.”

Als voorbeeld noemt hij het debat dat de fractievoorzitters met Opstelten hadden over de aanpak van het jihadisme. Opstelten weet de hoofdlijn: het kabinetsbeleid is een mix van repressieve en preventieve maatregelen. Maar vraag hem niet het lijstje met 38 plannen op te noemen.

Binnenskamers is Opsteltens stijl directer dan in de Kamer. Want de minister weet heus wel wat hij wil. „Beeldvorming is altijd optreden.” Niet voor niets staat de samensmelting van de regionale politiekorpsen tot één nationaal korps op zijn naam. Niet voor niets is het Opstelten gelukt de indeling van de rechtbanken en gerechtshoven in Nederland op te schalen – en de rechterlijke macht is nou niet de meest volgzame gesprekspartner om zaken mee te doen.

Bij de politievakbonden, die nu met de minister onderhandelen over een nieuwe cao, zien ze wel dat de 71-jarige Opstelten soms moe is. Dat is hen vooral het laatste half jaar gaan opvallen, in de maanden na de ramp met de MH17 en die heftige zomer van 2014 vol geweld en debat over hoe Nederland met jihadisme en radicalisering zou moeten omgaan. Moe, ja, niet zo scherp soms, ja ook. Maar seniel, néé. Opstelten is een oude sluwe vos, zeggen ze daar.

Het speelt ook mee dat deze coalitie Opstelten minder goed past dan de vorige, zegt een CDA’er. In het eerste kabinet-Rutte lag de nadruk veel meer op veiligheid: aanpakken, oppakken, doorpakken. Met de PvdA, maar ook door dreigingen van jihadisme, gaat het beleid nu meer over de preventieve kant en de waarden van de rechtsstaat.

Formateur van dit kabinet Wouter Bos schreef eind vorig jaar in zijn column in de Volkskrant over de vraag wie eigenlijk het juridisch geweten binnen het kabinet is. „Wie kan ter plekke uit het hoofd en met gezag rechtsstatelijk bijsturen als ministers wat te creatief worden? Niet Opstelten. Niet vanwege zijn leeftijd, maar hij is gewoon niet dat type jurist. Dat Opstelten die rol niet pakt, dat wellicht niemand die rol pakt, vind ik een groter probleem dan zijn leeftijd.”

Aanstaande dinsdag heeft de minister zo ongeveer het meest ervaren voorlichtingsapparaat van Den Haag achter zich. De woordvoerders van Veiligheid en Justitie maakten menig bewindspersoon in crisis mee: van Winnie Sorgdrager (crisis rond de procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie) tot Piet-Hein Donner (Schipholbrand) tot twee jaar geleden nog huidig staatssecretaris Teeven (de kwestie-Dolmatov). Ze kennen de dynamiek van debatten, ze weten hoe een minister zich in welke fase van een debat moet opstellen.

Alleen: dat wisten ze precies een jaar geleden in het debat over de deal met Cees H. ook allemaal. En toch zei Opstelten toen dingen die hij achteraf niet heeft kunnen waarmaken.

„Een kleine 50 procent van het in beslag genomen geld van de crimineel is door de staat binnengehaald via het Openbaar Ministerie”, zei hij toen. „Dat wil ik als feit meedelen.” Dat bleek toch een onjuiste mededeling.