Routineus anti-Joods

Omdat ik ben geboren ruim na de Tweede Wereldoorlog, in 1961, heb ik altijd grote moeite gehad het fenomeen antisemitisme te begrijpen. Ik bedoel dit: van alle vormen van racisme leek me die van het antisemitisme de meest spookachtige, de meest ongrijpbare.

Helaas moet ik nu constateren dat antisemitisme in Nederland en West-Europa iets concreets is geworden, iets dat je kunt aanwijzen op straat: de politiehokjes bij Joodse instellingen, de scheldwoorden die je hoort in het voorbijgaan, de jongeman met het keppeltje die zich haastig een weg baant over de Albert Cuyp-markt. Tot mijn verbazing hoor ik mijzelf denken: „Die durft.” Vijftien jaar geleden zou ik niet plaatsvervangend angstig zijn geweest. Voor wat, voor wie? Voor de agressie die hij riskeert van Nederlandse jongens met een moslimachtergrond, die vlak voor je voeten een fluim van hoogst eigen makelij kunnen deponeren – als je geluk hebt op tien centimeter voor de punt van je schoen. Ik beschrijf nu nog het onschuldigste geval. Het is woordeloos en toch in één keer duidelijk: antisemitisme. (Trouwens, ook homo’s weten er over mee te praten).

In mijn jeugd werd eindeloos gepraat over en vooral gewaarschuwd tegen de gevaren van het antisemitisme, maar tegelijkertijd bleef het een wolkachtig verschijnsel uit het verleden. Dat had een wrange oorzaak: de meeste Nederlandse Joden waren vermoord. Maar ook was door de nazi’s die hele obsessie met het Joodse, wie het was en hoe je het kon zien tot een beladen, gezonken cultuurgoed geworden. Eerst moet het geen pas hebben gegeven daarover te praten, zo vlak na de oorlog, en later bleken die ‘weetjes’ over Joden echt verwaterd te zijn. Jodenblindheid was de modus vivendi.

Met de komst van Surinamers en Antillianen naar Nederland kwam die andere vorm van racisme steeds vaker voor – tegen de ‘negers’, die donkere types die van elders kwamen. Het was verfoeilijk, als jongeman van gemengde afkomst hoefde ik daar niet aan te twijfelen, maar hoe weerzinwekkend ook, ik begreep het wel. Die andere huidskleur, het verschil in doen, laten en praten. Maar Jodenhaat bleef een mysterie.

Dat mysterie is inmiddels opgelost. Met de islamitische migranten en hun nazaten maakte het antisemitisme een trage maar gestage comeback in West-Europa. Dat ligt misschien niet aan de islam als zodanig, maar toch wel aan een islamitische cultuur, waar zeker na de oprichting van de staat Israël een routineus soort antisemitisme schering en inslag is. Dat bleef eerst beperkt tot de Arabische kranten en tv-zenders, maar met de komst van de satelliet en internet werd dat gedachtegoed ook keurig thuisbezorgd in de Europese diaspora.

Zijn alle moslims antisemiet? Nee, maar volgens de socioloog Ruud Koopmans gelooft 40 procent van de Europese moslims dat ‘Joden niet te vertrouwen zijn’. Voor Nederland is dat 54,4 procent. Dat is niet marginaal. Ik kom per dag tientallen meisjes en vrouwen met hoofddoekjes tegen, gelukkig zonder schichtige blik, tegen een of twee mannen met keppeltjes. Die paar Joden, generaties lang in Nederland, hebben te vrezen. Dat is onverdraaglijk.

President Obama verklaarde tijdens de antiterrorismebijeenkomst in het Witte Huis op 19 februari: „Wij staan niet op voet van oorlog met de islam, maar wel met degenen die de islam perverteren”. Dat is misschien een manmoedige poging ‘de boel bij elkaar’ te houden en een godsdienstoorlog te keren, maar het is ook te mager. ‘De terreur’ is steevast islamistisch van aard en antisemitisch geïnspireerd, weten we na 9/11, na Amsterdam, Madrid, Mumbai, Londen, Parijs en Kopenhagen. De fundamentalistische, politieke islam is de theorie, de antisemitische aanslag de praktijk. Stel je voor dat de West-Duitse regering tijdens de ‘hoogtijdagen’ van de RAF had verklaard: „Niet het gewelddadige links extremisme is het probleem, maar de pervertering van dat gedachtegoed.” De RAF zou dan nog steeds weldoende rondgaan.

De islamitische cultuur dreigt een cultuur van de wrok te worden. Wrok als in: ‘blijvend gevoel van onvrede over geleden en vermeend onrecht’. De bloeitijd van de islam, tussen 750 en 1500, met zijn geopolitieke expansie en z’n grote wetenschappers en denkers ligt alweer eeuwen achter ons. Een bloeitijd, die overigens samenging met een betrekkelijk rekkelijke islam, in tegenstelling tot de fundamentalistische. Die herinnering aan vergane macht, kennis en glorie tekent het ressentiment in islamitische kring. De eersten werden de achterblijvers. De schaamlap voor die almaar durende Werdegang heet sinds kort, namelijk vijftig jaar (!), Israël.

Daarom moesten die Deense en Franse Joden worden vermoord in supermarkt en synagoge, in Kopenhagen en Parijs. Snapt u?