Oud nieuws

Als u vandaag over precies 75 jaar een bericht uit deze krant zou willen lezen, wat zou u dan kiezen? De International New York Times heeft iedere dag op pagina twee een rubriekje, In our pages, 75 en 60 jaar geleden. De NRC heeft lang geleden ook zoiets gehad maar om een onnaspeurlijke reden zijn we daarmee opgehouden. Soms vind ik dat jammer. Ik zou binnenkort bijvoorbeeld graag willen lezen wat er op 15 mei 1940 in de krant heeft gestaan, toen na het Duitse bombardement de binnenstad van Rotterdam in brand stond. Of zijn er op die dag geen kranten verschenen? De NRC was toen gevestigd in de Witte de Withstraat, in een gebouw dat onbeschadigd is gebleven. Er is nu een soort restaurant gevestigd. Als je daar binnenkomt, loop je langs een paar gedenkplaten met de namen van de oprichters.

Zo’n rubriekje kan de moeite waard zijn omdat het in een flits een nieuwe opheldering geeft over een deel van je bestaan dat anders onherroepelijk zou vervagen. Of het geeft in de bewoordingen van toen een verrassende blik op een historische gebeurtenis. Hoe hebben op 29 juni 1914 de journalisten de moord op aartshertog Franz Ferdinand van Oostenrijk door Gavrilo Princip beschreven? Stel je voor dat een helderziende journalist toen had gemeld dat daarmee de Eerste Wereldoorlog was uitgebroken. Die man was ontslagen. Zo kan het nieuws van lang geleden verhelderend blijven omdat daarmee ook de tekorten, de naïviteit van toen worden aangetoond. Het nieuws van toen bewijst dat ‘die goeie ouwe tijd’ een heel betrekkelijk begrip is.

Toch heeft die tijd bestaan en dat we hem nu als goed beschouwen ligt aan de selectieve werking van je geheugen.

Aan Radio Veronica hebben we de term Gouwe Ouwe te danken, een stukje populaire muziek dat destijds onverwoestbaar populair was en dat door de nieuwe generaties als ‘ouwe meuk’ wordt beschouwd. Een sterk voorbeeld vind ik ‘Rock around the Clock’ van Bill Haley and his Comets. De Marseillaise van de jaren vijftig. En ‘See You Later Alligator’. Muziek van mensen die nu tussen de zeventig en de negentig zijn. Bent u jonger en wilt u weten hoe dat klonk, raadpleeg YouTube. Dat heeft een paar mooie versies. En u luistert naar een halve eeuw geleden.

Mijn moeder speelde goed piano en ze zong erbij, mooi. Haar liefste nummer was ‘’t Meisje van de zangvereniging’ uit 1914, ook bekend onder de titel ‘M’n eerste’. Geschreven door Dirk Witte. Ik ken het uit mijn hoofd. „M’n eerste meisje van de zangvereniging, m’n allerliefste klein sopraantje, waar ’k mee wandelde in ’t laantje, maar die niet meer aan me denkt nu ’k niet meer zing.” Een tophit uit de Eerste Wereldoorlog. En dan hebben we het ‘Rats, kuch en bonen, is het soldatendiner’, uit de mobilisatie van 1938.

Maar muziek is iets anders dan een krantenbericht; blijft langer hangen, maakt meer wakker, de herinneringen die begonnen te sluimeren maar nooit zijn verdwenen. Wat zou ik uit de krant van de dag waarop ik dit stukje schrijf over 60 of 75 jaar weer tot leven willen wekken? Ik blader, lees over terreur, bedrog, voetbal. Wat zou ik me van deze tijd herinneren als ik over driekwart eeuw in een speciaal uitgezocht antiek berichtje las dat een minister zijn excuses had gemaakt omdat een groot deel van een provincie wegens gaswinning door aardbevingen was getroffen? Of iets over een alcoholslot voor drankzuchtige automobilisten? Zou ik me plotseling de geest van de tijd herinneren, een overheersende stemming? Zou ik misschien een lichte ontroering voelen, of heimwee? Heeft deze tijd een geest? Dat merken we over 75 jaar.