Opgelapt

Het repareren van kleding is een kunst die gezien mag worden. Ambassadeur van het zichtbare verstelwerk is Tom of Holland. 

Onderin de kast ligt nog steeds die stomme kabeltrui. Nare kleur en fout model. Weggooien is geen optie, want je inmiddels overleden moeder heeft er in de jaren tachtig weken, nee maanden aan gebreid. Misschien tot ‘woonkussen’ voor de bank upcyclen? Waar is de schaar? Na het afknippen van een mouw slaat diepe spijt toe. Er zijn maar zo weinig zelfgemaakte dingen van je moeder bewaard gebleven. Wat moet je doen?

Dit is typisch een zaakje voor meesterreparateur Tom van Deijnen (41). Deze, in het Engelse Brighton wonende Limburger heeft zich verdiept en vervolgens vastgebeten in het repareren van textiel. Hij herstelt de truien die al jaren onderin de kast lagen, restaureert historisch textiel voor musea en geeft workshops. Niet alleen aan ervaren handwerkers, maar bijvoorbeeld ook in het maandelijkse Repair Café in een oude kerk in Brighton, waar ook fietsenmakers, computernerds en broodroosterreparateurs zich als vrijwilliger buigen over defecte apparaten van buurtbewoners.

Zo’n Repair Café is overigens een Nederlandse uitvinding. In 2009 werd de eerste opgericht in Amsterdam. Inmiddels zijn er wereldwijd ruim zevenhonderd, die vorig jaar alleen al 200.000 kilo afval wisten te voorkomen.

Ook designers hebben oog voor de schoonheid van imperfectie en gebruiken (zichtbare) reparaties in hun ontwerpen. Ter viering van de tentoonstelling In a State of Repair op de vorige designbeurs in Milaan zette het Italiaanse warenhuis La Rinascente geen spullen in de etalage, maar reparateurs in actie. In interieurbladen wordt de goudkleurige lijm aangeprezen, waarmee kapotte borden nogal opvallend worden gelijmd. Het is van oorsprong een techniek uit Japan, waar in de cultuur zit ingebakken dat dingen waardevoller worden naarmate ze minder perfect zijn. En waar zelfs een term – tevens een uitroep – is voor het gevoel van spijt als iets goeds verspild wordt: mottainai!

De reparatie mag kortom gezien worden. Maar nu we zelf de handen uit de mouwen willen steken, rijzen vragen als: hoe stop je in vredesnaam een sok? Wat te doen met een trui met een kapotte elleboog of een lievelingsspijkerbroek waarvan de stof op sommige plekken alarmerend snel dunner wordt?

De reparatieavonturen worden met veel detailfoto’s breed uitgemeten op het weblog van Tom van Deijnen, die in Engeland Tom of Holland wordt genoemd. Hij maakt uitstapjes in de categorie schoenlappen, verslagen van een internationale bijeenkomst van reparateurs in verschillende disciplines en een kostelijke ode aan het veelzijdige bevestigingsmateriaal tape. Maar op zijn blog draait om zijn Visible Mending Programme. De kledingreparaties worden zo zichtbaar mogelijk, bijvoorbeeld in contrasterende kleuren, uitgevoerd en als een eremedaille gedragen. Niet alleen om te laten zien hoe mooi een goed uitgevoerde reparatie kan zijn, maar ook „uit protest tegen de wegwerpcultuur en de uitbuiting in sweatshops waar veel te goedkope kleren vandaan komen”, zegt Tom aan de telefoon.

Met zichtbaar verstelwerk wil hij bovendien de aandacht vestigen op de oude technieken, die meisjes nog niet zo lang geleden gewoon op de lagere school leerden, maar die bijna niemand meer kent. Er bleken meer methodes te bestaan dan Tom voor mogelijk hield. „Iedere soort slijtage had een eigen reparatietechniek, afhankelijk van de stof en het gebruik van het kledingsstuk. Sleetse knieën repareer je anders dan een winkelhaak.”

Tom heeft een kleine reparatiebibliotheek opgebouwd van Engelse en Nederlandse handwerkboeken uit eind negentiende en begin twintigste eeuw. Aan de Engelse Make Do and Mend-brochure uit de Tweede Wereldoorlog heeft hij bijvoorbeeld veel gehad. Die hoorde bij een overheidscampagne die ervoor moest zorgen dat de Britten er ondanks alle oorlogsellende toch een beetje fleurig bij liepen, en die huisvrouwen met allerhande tips tot zuinigheid aanspoorde. Zo kregen ze het advies met repareren te beginnen voordat de gaten in de kleren vielen. Het verstevigen van sleetse stof was nu eenmaal makkelijker dan het stoppen van een gat.

Stoplappen

Een paar prachtige voorbeelden van kledingreparaties zag Tom onlangs in het Fries Museum. Daar was hij uitgenodigd om naar de stoplappen te komen kijken die het museum in huis heeft. Dat zijn rechthoekige lappen waarop meisjes, als voorbereiding op het huwelijk, stop- en maastechnieken oefenden. Dat gebeurde toen ook al in contrasterende kleuren, legt hij uit. Je moest om te beginnen zichtbaar repareren om het in de praktijk uiteindelijk onzichtbaar te kunnen. De kleurige stoplappen van het Fries Museum zou Tom „het liefst aan de muur hangen. Zo mooi en enorm keurig gedaan!”

De reparaties in de kleren en het linnengoed in het Fries Museum waren overigens veel minder netjes. Ze waren tot zijn verbazing vaak haastig uitgevoerd. Tom vermoedt dat de vrouwen, als ze eenmaal een heel huishouden moesten bestieren, geen tijd meer hadden om de tijdrovende technieken in de praktijk te brengen die ze op de lagere school hadden geleerd.

Ook Tom begon met handwerken op de lagere school. Hij leerde er breien. Toen hij een paar jaar geleden oog in oog stond met een krankzinnig dure, gebreide sjaal van Paul Smith dacht hij: die zou ik zelf moeten kunnen maken. Hij haalde de weggezakte lagere schoolkennis op. Tegenwoordig zijn er dagen dat hij niet alleen een zelfgenaaide broek en een zelfgenaaide boxershort draagt, maar ook zelfgebreide sokken en een zelfgebreide trui. En dan van zelfgesponnen wol. Het duurde maanden voor zijn eerste paar sokken klaar was. Voordat hij ook maar een sok had gedragen, had hij er al een diepe emotionele band mee opgebouwd. Zo’n sok gooi je dus nooit meer weg. „En als daar dan een gat in valt, ja, dan wil je wel repareren.”